Gevonden bloedspoor niet van wolven Naya en August, maar van everzwijn

Het bloedspoor dat eind januari werd gevonden in het leefgebied van de Limburgse wolven Naya en August blijkt niet van hen te zijn. Dat concludeert het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) na grondige DNA-analyses.

Eerder werd rekening gehouden dat het bloed afkomstig kon zijn van de wolven. "Ons werd daarom gevraagd om een analyse te doen op basis van de DNA-sporen", zegt Koen Van Muylem van het INBO tegen VRT NWS. "Uit dat onderzoek blijkt dat het gaat om sporen van een everzwijn. Er is dus  geen reden tot bezorgdheid. De wolven zijn niet gewond."

Sterker nog, volgens Van Muylem betekent dit hoogstwaarschijnlijk dat het goed gaat met de wolven. "De kans is groot dat het een van de wolven is geweest die het everzwijn heeft aangevallen. De wolven zijn dus ook aan het jagen en dat is goed nieuws."

Kleine kans

De kans dat het wel om sporen van de wolven zou gaan, was al zeer klein. Jan Loos van Welkom Wolf zei eerder al in "De Ochtend" op Radio 1 dat "de kans dat een willekeurig bloedspoor van een wolf zou komen, belachelijk klein was". 

Volgens de eerste vaststellingen ging het al niet om een wolf, maar dat is nu na analyse honderd procent zeker. 

Cameravallen

Rond het militair domein en Bosland analyseerde het INBO in augustus vorig jaar alle cameravallen. De onderzoekers kwamen met een kleurenfoto van wolvin Naya en de tweede wolf die in het gebied leeft, die de naam August kreeg.