Video player inladen...

Rembrandt van Rijn, de uitvinder van de selfie

Nederland is volop in de greep van kunstenaar Rembrandt, naar aanleiding van de 350e verjaardag van zijn overlijden. In het Rijksmuseum in Amsterdam opent de spectaculaire tentoonstelling "Alle Rembrandts" met meer schilderijen, tekeningen en etsen dan er ooit samengebracht werden. Tegelijk verschijnt een nieuw levensverhaal, ”Rembrandt biografie van een rebel”, uitgegeven door het Rijksmuseum zelf. "Het Rijks" heeft overigens de grootse collectie Rembrandts ter wereld.

Schilderijen: 22 van de 350. Tekeningen met krijt en inkt maar ook olieverf: 60. Etsen: zo'n 300, dat zijn ze bijna allemaal. Ziedaar de weelderige oogst die te bewonderen valt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het gaat om alle Rembrandts die "Het Rijks" bezit, aangevuld met enkele bruiklenen, evenwel nieuw en anders opgehangen, verdeeld in thema's die de artistieke groei en de tragische levensloop van de kunstenaar volgen. Alles samen leidt dit tot verrassende ensembles en confrontaties en vooral: een verhaal.

Dat dit nu allemaal bij elkaar hangt, dat hebben we nooit eerder gedaan, en ik betwijfel of het ooit nog zal kunnen

Erik Hinterding, conservator en samensteller

Een slag van de molen

Rembrandt Harmenszoon van Rijn was de zoon van een welstellende molenaar. Hoewel de molen een archetypisch Nederlands onderwerp is en er toen vele honderden stonden in het landschap, heeft Rembrandt er  - reken en tel - maar één geschilderd, en dan niet eens die van zijn vader.  

Rembrandt was een recalcitrante, koppige en eigenzinnige tiener die kunstenaar wilde worden en opleidingen in die richting volgde. Het viel snel op dat hij met zijn werk verhalen wilde vertellen, zoals Caravaggio en Rubens. Maar hij ging een paar stappen verder in de keuze van een onderwerp of uitgangspunt.   

Zelfportret met aardappelneus

De expositie toont hoe Rembrandt almaar ruimer keek, beginnend bij  zichzelf, dan naar zijn ouderlijk of eigen gezin, via de straat en de stad tot de ruime omgeving van Amsterdam. Eerst legde hij zich toe op zelfportretten, want met zijn warrig haar en dikke rode neus vond hij zijn eigen hoofd best interessant. En als hij zichzelf tekende, hoefde hij geen model te betalen.

Hij keek in de spiegel, lachte, schreeuwde, trok gekke bekken of een angstig of boos gezicht. Hij schetste dat, tot het perfect was. Een van de meest bevreemdende zelfportretten is dat hierboven, olieverf op doek, waarbij zijn gezicht in het duister zit en zijn priemende zwarte ogen nauwelijks te voorschijn komen. 

Het ontbrak Rembrandt niet aan zelfvertrouwen. Hij was de eerste kunstenaar in de Lage Landen die zoals de Italianen ondertekende met zijn voornaam. Als een merk. 

Veel later schilderde hij graag zijn eigen ouderdom en aftakeling. Op straat ging zijn voorkeur naar bedelaars, melaatsen, koukleumers, rattengifverkopers, verminkten, muzikanten en soldaten. Soms plakte hij er zijn eigen gezicht op.

Uit zijn hele oeuvre blijkt dat hij hield van de imperfectie en van het ronduit oneerbiedige. Zo tekende hij vrij expliciet waterende en zich ontlastende mannen en vrouwen, tot ongenoegen van de burgerij van de Gouden Eeuw.  

Tronies en schoonheidsvlekken

In 1633 verloofde hij zich met Saskia, zijn grote liefde. Weinig later trouwden ze. Om aan de kost te komen in Amsterdam maakte hij vooral portretten in opdracht. Daarbij bekwaamde hij zich in de contrasten van licht en schaduw. Johannes Vermeer zou de onverwachte lichtinval een kwarteeuw later tot het volmaakte uitwerken. 

Al die sterke emoties in zijn werken, die had hij al voorgekauwd op zijn eigen kop

Erik Hinterding, conservator en samensteller

In zijn bescheiden atelier produceerden en verkochten Rembrandt, zijn medewerkers en een paar leerlingen “tronies”, bijna karikaturale portretten, die een andere kunstenaar eventueel als een soort sjabloon verder mocht gebruiken. Bij vrouwenportretten introduceerde hij de ”mouche” of schoonheidsvlek, om de charme van het model te accentueren of de aandacht af te leiden van een minder geslaagd kenmerk. Met zijn  erotische, scabreuze en schatologische werken kon hij op weinig begrip rekenen. 

Pech en rampspoed

Rembrandt kreeg vijf kinderen, drie van hen haalden hun eerste halve  levensjaar niet. Zijn geliefde zoon Titus, die als volwassene optrad als manager van zijn vader, stierf een jaar voor Rembrandt overleed. Van Titus kreeg de intussen norse misantropische, miskende kunstenaar op de valreep een kleinkind. Na zijn dood noemde dochter Cornelia haar eerstgeborene Rembrandt. 

In het oeuvre van Rembrandt zit maar één stilleven, de voorstelling van een meisje dat naar een paar geslachte pauwen kijkt. Een randgeval. “De Nachtwacht” uit 1640, zijn meest ambitieuze schilderij, meet 4 bij 5 meter. Oorspronkelijk was het groter want er werden stroken weggeknipt, onder meer het grootste deel van zijn eigen portret. Vreemd is dat de personages archaïsche kleren en wapens dragen. Dat geldt overigens voor veel Rembrandts. Hij bezat een hele collectie verouderde kleren en hoofddeksels en vond het leuk die zijn modellen aan te passen. Ook bij zichzelf op zijn selfies trouwens.

Een plens licht

Rembrandt heeft de behandeling van licht een forse duw voorwaarts gegeven. Het wonderlijke is dat hij dat ook voor mekaar krijgt in zijn zwart-wit etsen met droge naald of pen op een koperplaat, zelfs in die van postzegelformaat. En op de olieverfdoeken schildert hij met behulp van een paletmes perfecte kanten kragen en aaibare pelsen... Hoe deed hij het?

Volgens Erik Hinterding, conservator en samensteller van de tentoonstelling,  giet Rembrandt een "plens" meestal zijdelings licht op het essentiële, meestal een gezicht of hoofddeksel. Dan werkt hij de omgeving van de kern van zijn verhaal af met almaar donkerder kleuren, van geel tot donkergrijs. Een prachtig voorbeeld hierboven is ''Jeremia treurt over de verwoesting van Jeruzalem".

Dood en depressie

Na het overlijden van Saskia verviel Rembrandt in een bijna tien jaar durende lethargie. De enkele zelfportretten toen ogen bijzonder somber en donker. Zijn inactiviteit leidde naar financiële problemen die tot aan zijn dood duurden, met een faillissement op de koop toe. Rembrandt raakte uit de mode. En dat duurde eigenlijk tot een goeie eeuw geleden.  

Na 1650 had hij nog twee relaties. De eerste draaide heel negatief uit. De tweede, met de 20 jaar jongere, eenvoudige Hendrickje leidde tot een huwelijk en nog een dochter, Cornelia. Die liefde inspireerde hem op het einde van zijn leven tot volgens sommigen zijn mooiste werk, “Het Joodse Bruidje”, gebaseerd op het bijbelverhaal van Isaak en Rebekka, die gespaard werden door de Filistijnse (dus Palestijnse) koning Abimelech. Het is de apotheose van de tentoonstelling. 

Heropflakkering

In de herfst van zijn al met al korte leven probeerde Rembrandt tevergeefs met monumentale doeken weer op de voorgrond te treden, onder meer met “de Samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis”, zijn weinig geapprecieerde grootste werk, meer dan 27 vierkante meter. Met “De Staalmeesters” konterfeitte hij een laatste dynamische groepsportret, een groep textielkeurders die verrast kijken naar iemand die onaangekondigd de kamer binnenkomt.

Meer over het enorme Rembrandtprogramma in Amsterdam en elders vindt u hier. Als u tijd en geld hebt, kan u ook naar Louvre Abu Dhabi trekken. Daar hangen nu maar liefst 16 Rembrandts. Als u het liever vlakbij zoekt: er zijn twee mooie olieverfschilderijen van Rembrandt te bewonderen in de nieuwe Hollandse vleugel in het museum voor Schone Kunsten in Brussel, en één tekening van een man met houten been in Kazerne Dossin op de expositie over Eugeen Van Mieghem en de Red Star Line.

Bekijk hieronder de reportage uit het Journaal:

Video player inladen...