Video player inladen ...

Waarom de vakbonden vandaag het land platleggen

Te land, ter zee en in de lucht laat de nationale staking zich vandaag voelen. Maar hoe is het tot die staking kunnen komen? En welke oplossingen zijn er als het stof is gaan liggen?

1. Hoe is dit eigenlijk allemaal begonnen?

Januari was een cruciale maand voor het sociaal overleg tussen vakbonden en werkgevers. In de Groep van 10 moesten ze onderhandelen over een nieuw IPA, kort voor "Interprofessioneel Akkoord". Dat gebeurt om de twee jaar. In zo'n IPA leggen de bonden en werkgevers vast hoeveel de lonen in de privésector maximaal mogen stijgen bovenop de index.

Maar dat overleg is al na een paar vergaderingen vastgelopen, waarop de vakbonden deze nationale staking hebben georganiseerd.

2. Wat was dan het breekpunt?

Wel, de basis voor zo'n nieuw IPA is de zogenaamde loonnorm. Die wordt berekend door de experts van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). De loonnorm houdt onder meer rekening met de toekomstige loonevolutie in Duitsland, Nederland en Frankrijk en met het opgebouwde verschil in de loonkosten tussen ons land en de buurlanden sinds 1996. Daarbovenop zitten nog correctie- en veiligheidsmarges, om overschattingen op te vangen.

Belangrijk om weten is dat de berekening van de loonnorm strenger en conservatiever is geworden sinds de regering-Michel in 2017 de loonnormwet bijvijlde. Dat alles zorgt ervoor dat de CRB dit jaar uitkwam op een maximale loonstijging van 0,8 procent. Twee jaar geleden was dat nog 1,1 procent. 

De vakbonden vinden die marge van 0,8 procent veel te weinig, gezien de forse economische groei van de voorbije jaren. Ze eisen meer, bij voorkeur zelfs een loonstijging die oploopt tot 1,3 à 1,5 procent, maar zitten vast in het carcan van de verstrengde loonnormwet.

De nationale staking van vandaag richt zich met andere woorden op die te krappe marge voor loonsverhogingen en meer specifiek op de loonnormwet, die die marge vastlegt, en die volgens de bonden moet worden aangepast

3. Wat is er volgens de bonden precies mis met die wet?

De bonden vinden dat die wet de loonnorm op een foute manier laat berekenen. Volgens hen bevat die rekensom "sjoemelsoftware", omdat die een aantal belangrijke elementen buiten beschouwing laat

Zo houdt de loonnorm wel rekening met de kost van een uur arbeid in vergelijking met buurlanden, maar niet met de hogere productiviteit in ons land. Ook de taxshift, die voor de werkgevers de loonkosten drukte, wordt niet meegerekend, en evenmin de hoge loonsubsidies die onze overheid aan bedrijven geeft. 

Volgens de werkgevers is het logisch dat de taxshift niet wordt meegenomen in de berekening, want dan zou je het effect daarvan gewoon via het IPA kunnen tenietdoen.  

4. Bestaat er een kans dat de regering die wet nu nog aanpast?

Nee, de regering is niet geneigd om op die eis in te gaan. Ze zit bovendien in lopende zaken, dus daar valt niet al te veel heil van te verwachten voor de vakbonden. 

5. Welke onderhandelingsmarge is er dan nog?

De bonden hopen dat de onderhandelaars de krappe loonnorm deze keer zouden kunnen omzeilen door een technisch trucje. Zo zouden ze op z'n minst een deel van de veiligheidsmarge van 0,5 procent die de loonnorm inbouwt, willen gebruiken om de marge voor de loonstijging te verbreden naar 1,1 à 1,3 procent. Het lijkt er voorlopig niet op dat de werkgevers daarvoor staan te springen. Bovendien is ook nog maar de vraag of de wet die speelruimte wel toelaat.

De werkgevers benadrukten twee weken geleden al dat er veel meer op tafel lag dan enkel een bruto loonsverhoging van 0,8 procent. Zij spreken onder meer van voordelen als maaltijdcheques, tussenkomsten in vervoer en eventuele uitbreidingen van collectieve bonussystemen.

En zij wijzen traditioneel ook op de automatische loonindexering, die de stijging van de levensduurte volgt en de komende twee jaar met naar schatting 3,8 procent zal stijgen. Maar dat is een argument dat er bij de bonden niet in gaat. "Van een index word je nooit rijker, van een index blijf je even arm", klinkt het daar.

De werkgevers leggen daarnaast het argument op tafel dat de taxshift ook voor een koopkrachtverhoging zorgt. Het Planbureau berekende onlangs dat dat dit jaar zou gaan om 2,1 procent. 

Maar de bonden willen meer, na een hele periode van economische hoogconjunctuur. Zo vragen ze bovenop een ruimere marge voor loonsverhogingen onder meer een verbetering van de sociale uitkeringen bij bijvoorbeeld ziekte, werkloosheid of invaliditeit, hogere minimumlonen, betere eindeloopbaanregelingen en een betere combinatie werk en privéleven.

6. Ook de overheidsvakbonden staken mee. Wat hebben zij te maken met deze discussie over de lonen in de privésector?

Volgens de christelijke vakbond heeft het loonakkoord ook een impact op de werknemers in de openbare sector. "We gebruiken het akkoord namelijk om ook voor overheidspersoneel sociale vooruitgang te boeken. Als er geen interprofessioneel akkoord tot stand komt, zullen we het de komende twee jaar in alle sectoren veel moeilijker hebben om tot collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) te komen." De socialistische bond ACOD wijst erop dat er voor het overheidspersoneel "al jarenlang geen koopkrachtverhoging meer is geweest". 

De overheidsvakbonden vragen via deze staking daarom ook aandacht voor de arbeidsvoorwaarden van het overheidspersoneel, voor het evenwicht tussen werk en privéleven en voor de werkdruk.

7. En wat als er na de staking geen akkoord wordt gevonden?

Als er twee maanden na het IPA-overleg geen akkoord is, krijgt de regering in lopende zaken het initiatief. Die moet dan een bemiddelingsvoorstel doen.

Als dat geen resultaat oplevert, moet de regering zelf vastleggen binnen welke marge de lonen mogen stijgen. Maar opnieuw: de regering is in lopende zaken, dus lijkt de kwestie op het bord te zullen komen van het parlement. Dat is tot dusver nog nooit gebeurd, dus het is koffiedik kijken hoe dat zou verlopen.

Bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal":

Video player inladen ...