Photo-foto IRScNB-KBIN T.Hubin

Leopold I, de eerste koning der Belgen die de laatste wolf in ons land doodschoot

Valentijnsdag was nauwelijks gekend op 14 februari 1845, maar toch was het een  dag om te "vieren" in de prille natie België. Met enkele kogels uit zijn geliefde Engelse geweer had koning Leopold I de twee laatste wolven in België uitgeroeid. Minstens een van de twee opgezette wolven wordt vandaag nog steeds bewaard in het depot van het Museum voor Natuurwetenschappen.

Leopold I was een begenadigd jager. Op zijn domeinen in de Ardennen en de Kempen organiseerde hij klopjachten met drijvers. Uit privé-documenten is af te leiden dat de koning tussen 1836 en 1855 meer dan tweeduizend stuks grootwild zou gedood hebben. Vooral in de streek van het Ardense Houyet verwierf de koning meteen na zijn aanstelling enorme bosgebieden om te jagen.  Het is daar dat hij op 14 februari 1845 het laatste wolvenpaar met zijn Engels geweer zou gedood hebben. Al situeren sommige bronnen het laatste schot een dag later, op 15 februari.

Propaganda van de nieuwe monarchie

De eerste koning van het nieuwe land schoot de laatste wolf in datzelfde land. De volgende dagen deelden de kranten mee dat de wolf definitief uitgeroeid was in België. De overwinning op de wolf rijmde perfect met de propaganda van de nieuwe monarchie en werd gulzig verspreid. Officieel heette het een stap in de beschaving voor het nieuwe koninkrijk. De wolf was nooit voorheen zo onpopulair geweest. Door de oprukkende landbouw en de groeiende veestapel was de wolf een grote bedreiging geworden. Voor de adel was de wolf een concurrent bij de prestigieuze jachtpartijen op wild.

Photo-foto IRScNB-KBIN T.Hubin

Wolvenjager en ecologist avant-la-lettre

Op de plek, in de bossen tussen Custinne (Houyet) en Chevetogne ligt vandaag nog steeds een gedenksteen, "la tombe du loup". De steen herdenkt het officieel afschot met de woorden: "S.M. Léopold I roi des Belges étant à la chasse sur la terre de Custinne abattit en cet endroit un énorme loup." Leopold I kreeg in de Ardennen als wolvenjager een heldenstatus. De jachtscène zal er nog decennialang nagespeeld worden in het lokale volkstheater. Nochtans was Leopold I een natuurliefhebber. Hij begaf zich zoveel liever in de natuur van de Ardennen dan in het saaie Paleis van Laken. Zo schrijft biografe Henriette Claessens die de eerste koning zelfs een ecologist avant-la-lettre noemt.

Kroon op het werk van de koning werd het opzetten van de twee wolven in het Koninklijk Museum voor Natuurwetenschappen. Ze werden er lang tentoongesteld tussen de prehistorische dieren. Minstens één wolf van Custinne is tot vandaag  bewaard in de collectie van het museum. Aan een andere opgezette wolf twijfelt het museum of hij daadwerkelijk door de Koning werd neergeschoten. De wolven worden op dit moment niet tentoongesteld.

Toch blijven velen reserves hebben bij de koninklijke jachtpartij. Wolvenkenner Jan Loos denkt dat de Koning of zijn entourage het verhaal hebben geclaimd. “Ik betwijfel of de koning in eigen persoon achter die laatste wolf is gegaan”, zegt Loos in “De wereld vandaag” op Radio 1. “Dit verhaal lijkt mij geromantiseerd. Ik wil nog geloven dat Leopold aanwezig was op de drink achteraf.”

Zeker niet de allerlaatste wolven

Intussen is zeker dat Leopold I niet de allerlaatste wolven doodde. In het Vlaamse Merksplas werd in 1868 nog een wolf gedood en in 1895 droegen de inwoners van Virton een gedode wolf door de dorpsstraten. In dezelfde streek werden nog wolven gesignaleerd tijdens de eerste wereldoorlog. Virton lag niet ver van het slagveld van Verdun. Het verleden had al bewezen dat wolven onvermijdelijk worden aangetrokken door de gruwel van een veldslag.

Bijna een eeuw leek de wolf België verlaten te hebben. Het was wachten tot nieuwe waarnemingen in de Ardennen en de berichten over de mythische Waaslandwolf in 2009. Sinds wolf Naya begin 2018 de grens overstak, leeft de soort weer officieel in België, bijna 175 jaar na de dodelijke schoten van Leopold I.