Spijtoptantenregeling getackeld? Wat zijn mogelijke gevolgen van procedure voor Grondwettelijk Hof?

Op de valreep starten twee advocaten van verdachten in het voetbaldossier een procedure voor het Grondwettelijk Hof. Zij vragen de vernietiging van de wet op de spijtoptanten. Wat betekent deze vraag nu spijtoptant Dejan Veljkovic dagenlang aan de speurders alles gezegd heeft wat hij weet?

De wet op de spijtoptanten was eigenlijk bedoeld als opsporingsmiddel in het vastgelopen onderzoek naar de Bende van Nijvel. De wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad in volle zomerperiode, op 7 augustus 2018. Vanaf dan begon ook de termijn van zes maanden te lopen waarin belanghebbenden de wet kunnen aanvechten bij het Grondwettelijk Hof.

Maar advocaten Kris Luyckx en Bart Verbelen grepen als eersten naar de nieuwe wet om hun cliënt, makelaar Dejan Veljkovic, als spijtoptant te laten meewerken met het onderzoek naar vervalsingen en zwart geld in het voetbal. Dat was een meevaller voor het onderzoek. Dejan Veljkovic weet bijzonder veel en zijn verklaringen hebben ongetwijfeld enorm bijgedragen tot het onderzoek.

Nogal wat mensen hebben eerder al principieel hun bedenkingen geuit bij de nieuwe wet. Spijtoptanten worden beloond voor hun klikwerk, zo luidt kort gezegd hun kritiek.

Maar erg concreet werden ook de wenkbrauwen gefronst bij het gegeven dat de nieuwe wet al werd toegepast in het voetbaldossier terwijl de termijn om de vernietiging van die wet te vragen voor het Grondwettelijk Hof nog liep. Op 11 november zei advocaat Sven Mary al in De Afspraak: “We zitten nog altijd in de periode van zes maanden na de publicatie van de wet voor spijtoptanten. Het Hof zou kunnen gevat worden met een verzoek tot vernietiging. Stel dat het Grondwettelijk Hof zou oordelen dat de wet moet worden vernietigd, dan ligt gans het dossier in duigen.”

En dat laatste dreigt nu ook te gebeuren. Op de valreep, op donderdag 7 februari, stuurden advocaten Frank Scheerlinck en Joris Van Cauter, een verzoekschrift tot vernietiging. Het Grondwettelijk Hof meldde inmiddels dat het verzoekschrift ontvangen werd maar op een inhoudelijke uitspraak zullen we wellicht enkele maanden, als het al geen jaar is, moeten wachten.

Grosso modo zijn er twee mogelijkheden: ofwel verwerpt het Grondwettelijk Hof het verzoekschrift ofwel wordt het aanvaard. In het eerste geval verandert er niets aan het lopend onderzoek en is deze procedure niet meer dan een rimpeling op het voortdrijvend onderzoek. In het tweede geval zijn de gevolgen eigenlijk niet te overzien. 

Een vernietiging van de wet zou kunnen betekenen dat alles wat al gedaan is op basis van die wet, nietig moet worden verklaard. Met andere woorden: alle verklaringen van spijtoptant Dejan Veljkovic kunnen in de prullenmand gegooid worden. De verklaringen mogen niet meer gebruikt worden in het onderzoek. 

Of komt er een tussenoplossing?

Maar er zijn ook nog diverse tussenoplossingen mogelijk. Het Grondwettelijk Hof zou zelf een aantal overgangsbepalingen kunnen nemen. Zo’n overgangsmaatregel zou bv. kunnen zijn dat de wet weliswaar vernietigd wordt maar dat de lopende rechtszaken (versta: het voetbalonderzoek) zonder meer kunnen blijven lopen.

Een gelijkaardige redenering werd gemaakt toen het Grondwettelijk Hof de hervorming van het hof van assisen vernietigde. Die uitspraak maakte de hervorming ongedaan maar tegelijk bleven wel de uitspraken van alle rechtszaken die ondertussen gepasseerd waren (voor de correctionele rechtbank dan i.p.v. het hof van assisen) wel rechtsgeldig. Met andere woorden, de vernietiging werd niet toegepast met terugwerkende kracht.

Het Grondwettelijk Hof zou ook gedeeltelijk kunnen ingaan op de aangevoerde argumenten en bijgevolg de wet ook slechts gedeeltelijk kunnen vernietigen. 

Beide advocaten vinden dat hun rechten van verdediging geschonden zijn. Een eerlijk proces is niet meer mogelijk, zo zeggen ze.

Advocaat Frank Scheerlinck treedt op voor Nedzad T., een Cypriotisch voetbalmakelaar. Advocaat Joris Van Cauter verdedigt Thierry Steemans, financieel directeur KV Mechelen. Beide advocaten vinden dat hun rechten van verdediging geschonden zijn. Een eerlijk proces is niet meer mogelijk, zo zeggen ze.

Het verzoekschrift is gebaseerd op een juridische analyse maar kadert natuurlijk ook in hun verdediging en kan dus ook gezien worden als een strategische zet. In hun visie kan het niet dat het openbaar ministerie op eigen houtje, zonder controle van een rechter, kan beslissen samen te werken met een spijtoptant. Want, zo vragen ze zich af, wat als onze cliënt ook spijtoptant wil worden? Waarom wel afspraken maken met de ene verdachte en niet met de andere? Het gelijkheidsbeginsel is geschonden want de spijtoptant zou eigenlijk een verdachte moeten zijn zoals alle andere verdachte. Maar door zijn spijtoptantenstatuut krijgt hij een verschil in behandeling en dat kan eigenlijk niet.

En ze vinden ook dat het principe van de tegenspraak geschonden wordt. In de procedure zijn er volgens hen onvoldoende waarborgen dat de verklaringen van de spijtoptant op een behoorlijke manier kunnen worden tegengesproken door de andere verdachten.

De advocaten klagen ook aan dat de onderzoeksrechter, die verondersteld wordt het onderzoek te leiden, in deze kwestie slechts een adviserende rol speelt en het openbaar ministerie de touwtjes in handen heeft. Het is een kritiek die de jongste jaren wel vaker klonk: in de strafrechtprocedure schuift er te veel weg van de rechterlijke macht richting openbaar ministerie. Denk bv. ook de discussie rond de verruimde minnelijke schikking.

Met dit initiatief hangt er hoe dan ook een schaduw boven het lopend onderzoek.