Zelfportret, Rijksmuseum Amsterdam

Waarom vinden we Rembrandt 350 jaar na zijn dood nog altijd een genie?

Het 350e sterfjaar van Rembrandt wordt het hele jaar door herdacht in Nederland. Nog tot 10 juni haalt het Rijksmuseum in Amsterdam letterlijk alles uit de kast: alle schilderijen, tekeningen en etsen worden getoond. Waarom zal het daar weer stormlopen? VRT NWS geeft een inkijk in de keuken van Rembrandt.

Nostrae aetatis miraculum, zo omschreef een kunstminnende monnik zijn tijdgenoot Rembrandt in 1664. Rembrandt van Rijn als "wonder van zijn tijd". Populair tijdens zijn leven, en zo mogelijk nog veel populairder 350 jaar na zijn dood.

Wie naar zijn zelfportretten kijkt, heeft het gevoel diep in de ogen van de meester te kijken, en daar heeft Rembrandt verschillende trucs voor, die we in dit artikel tonen. Hij leerde ook van zijn voorgangers en probeerde ze te overtreffen, zoals Rubens hieronder zal ondervinden. Rembrandt was een begenadigd tekenaar en etser, maar we focussen in dit artikel op Rembrandt als schilder.

Rembrandt, genie van het licht

Rembrandt staat bekend als "schilder van het licht". Hij gebruikt licht en schaduw om gevoelens uit te drukken, alsof er een spot wordt gezet op wat echt belangrijk is. In de vele boeken die specialist Ernst van de Wetering uitbracht, toont hij hoe Rembrandt al vroeg door dat licht was gefascineerd.

Een manier om het lichteffect te versterken, is om meerdere lichtbronnen in één schilderij te tonen, of om te spelen met schaduw en reflectie. In "De apostel Paulus aan zijn schrijftafel" zijn die twee manieren duidelijk te zien. 

Links boven schijnt gedempt daglicht de kamer binnen, terwijl achter de boeken een (verborgen) kaars brandt. Rembrandt laat die kaars de muur, de balk in het plafond en de linkerhand van Paulus op een subtiele manier oplichten. Rembrandt was op het moment dat hij dit schilderde 23 jaar, het werk hangt intussen in het Germanisches Nationalmuseum in Nürnberg.

Rembrandt, genie van het experiment

De Nederlandse vervalser Geert Jan Jansen zei eerder al op de Nederlandse televisie dat Rembrandt niet na te maken valt. "Elke keer weet hij weer te verrassen. Neem nu "Het Joodse bruidje", dat in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt. Op de mouw van de man en het kleed van de vrouw zijn dikke klodders verf te zien, daardoor breekt het licht op een andere manier en krijg je een glinstering in het kleed."

Hoe hij het precies heeft gedaan weten we nog altijd niet zeker, maar vermoedelijk gebruikte Rembrandt een spatel om de dikke lagen verf te bewerken, met een glanzend reliëf als resultaat.

Alsof je niet één kunstenaar tegenover jou hebt, maar wel 10 of 12

Geert Jan Jansen

Als schilder was hij niet vies van een klein experiment. "Hij schuurt, schaaft, schraapt en spettert", gaat Jan Jansen verder. "Hij modelleert, maakt reliëf op de doeken, of tekent met de achterkant van zijn penseel in de natte verf. Alsof je niet één kunstenaar tegenover jou hebt, maar wel 10 of 12." Het effect van dat krassen in de natte verf is duidelijk te zien in dit zelfportret uit het Rijksmuseum. Let op de wittere haarkrullen, dat is weggeschraapte verf.

Niet enkel door het onorthodoxe gebruik van zijn materiaal valt Rembrandt op, maar ook de "onaffe" manier waarop hij een schilderij aflevert. Alsof het werk nog niet helemaal is voltooid. Let bijvoorbeeld op de snelle penseelstreken waarmee Rembrandt delen van de mantel van Jan Six schildert.

Door de handen en het gezicht wel gedetailleerd uit te werken, trekt hij de aandacht en krijg je als toeschouwer een gevoel van nabijheid. De haren zijn deze keer met het penseel aangebracht, en niet weggeschraapt zoals in het zelfportret hierboven.

Rembrandt begon als "fijnschilder": met een bijna onzichtbare penseelstreek probeerde hij de werkelijkheid zo juist mogelijk weer te geven. Hij schakelt al snel over op een ruwere manier van schilderen. Rembrandt bewerkt zijn werk niet alleen met penseel en spatel, maar soms zelfs met een vingertop.

Die ruwheid doet meer denken aan 19e-eeuwse impressionisten als Monet en Renoir, dan aan de 17e-eeuwse tijdgenoten van Rembrandt. Samen met Frans Hals blijft Rembrandt daarom een voorbeeld voor vele generaties kunstenaars. 

Rembrandt, genie van het kopie

Rembrandt is niet alleen een voorbeeld voor kunstenaars, hij gebruikt zelf ook heel wat werk van collega's. Van zijn tijdgenoot Rubens "leent" hij bijvoorbeeld verschillende composities. Dat was heel gewoon in die tijd. "Steelt armen, beenen (sic), lijven, handen, voeten. 't Is hier niet verboden, die willen, moeten." Zo vatte Karel van Mander het in de 16e eeuw al samen in zijn "Schilder-boeck". 

Volgens specialisten zoals Gary Schwartz kende Rembrandt bijvoorbeeld de populaire prent die was gemaakt naar het schilderij "De cijnspenning" van Rubens, uit 1612. De aandacht van een groep mannen links voor de les van Christus die een munt tussen zijn duim en wijsvinger vasthoudt, werd door Rembrandt getransformeerd tot de "Anatomische les van dr. Tulp". Zelfs de jakobsschelp uit de kerk (links bij Rubens), komt op de achtergrond terug bij Rembrandt (achter de hoed). 

Adriaen Brouwer, een andere generatiegenoot, leverde met "Herberginterieur" dan weer de inspiratie voor het lijk op de anatomietafel. Het lichaam van de dronken man ligt bij Rembrandt in dezelfde hoek, en op eenzelfde soort houten baar. We weten dat Rembrandt een aantal schilderijen bezat van Brouwer, dus hij was zeker vertrouwd met het werk.

Ook voor die andere les, "De anatomische les van dr. Deijman", grijpt Rembrandt terug naar vroegere voorbeelden. "De bewening van Christus" van Andrea Mantegna uit 1475, vormde de inspiratie voor de Christusfiguur van Orazio Borgianni in 1615. 41 jaar later schildert Rembrandt het lijk op onderstaand schilderij op een wel heel gelijkaardige manier.

We mogen ervan uitgaan dat Rembrandt minstens één van beide schilderijen kende. Op alle drie de schilderijen zijn de voeten op dezelfde manier te klein en het gezicht te groot afgebeeld, om het onderwerp duidelijker over te brengen. Toeval?

Voor de "Prometheus" van Peter Paul Rubens en Frans Snyders moet u naar Philadelphia, maar u kunt ook naar Frankfurt. In het Städel Museum hangt namelijk "De blindmaking van Samson" van Rembrandt, met een opvallend gelijkaardige hoofdfiguur. Rubens en Snyders werkten het schilderij af in 1618, Rembrandt in 1636.

Een nog duidelijker geval van kopieergedrag, maar tegelijkertijd verandert Rembrandt de hele compositie en voegt hij iets toe. Dat is "waar meesterschap". Let bijvoorbeeld op de gruwelijke manier waarop het rechteroog van Samson wordt uitgestoken, het bloed spuit eruit. Expert Ernst van de Wetering noemt het "één van de meest weerzinwekkende en overweldigende schilderijen uit de geschiedenis van de kunst." 

Rembrandt, 12 kunstenaars in 1

In het boek "Rembrandt in nieuw licht" wijst van de Wetering op de drie schilderijen hieronder. Ze hangen verspreid over Europa, en lijken qua stijl en onderwerp op het eerst gezicht niet op elkaar. De "Lachende soldaat" uit het Mauritshuis is bijvoorbeeld veel nonchalanter geschilderd dan de "oude vrouw in gebed" uit Salzburg. Toch horen ze samen. De drie werken zijn om te beginnen precies even klein (15 op 12 cm), en geschilderd op een koperen plaat. 

Kunstenaars vonden het in de tijd van Rembrandt een uitdaging om in drie verschillende stijlen te schrijven of te schilderen: de "Stilus humilis", de "Stilus mediocris" en de "Stilus gravis". De "ruwe", de "gematigde" en de "verheven" stijl. Waarschijnlijk ging Rembrandt de uitdaging aan in 1630, als demonstratie van zijn talent. Het is dat talent dat wij 350 jaar na zijn dood nog altijd bewonderen.

Nederland herdenkt Rembrandt het hele jaar door, met verschillende tentoonstellingen. "Alle Rembrandts", de grootste tentoonstelling, is dit weekend geopend in het Rijksmuseum in Amsterdam en toont al zijn schilderijen, tekeningen en etsen die het museum bezit. "Alle Rembrandts" loopt nog tot 10 juni.

Meest gelezen