Komen er straks nieuwe Belgische offshore windmolenparken zonder subsidies?

De nieuwe windmolenparken voor onze westkust zullen gaan naar de kandidaat-bouwers die het minste subsidies vragen, zo is vanmiddag op de ministerraad beslist. De parken zullen worden geveild via een openbare aanbesteding, zoals dat ook al in Nederland, Duitsland en Denemarken gebeurt. Daar zijn intussen al offshoreparken toegekend zonder subsidies. Minister voor de Noordzee Philippe De Backer hoopt dat ook bij ons de subsidies geheel kunnen wegvallen. Want hoe lager die liggen, hoe minder de consument zal moeten betalen. 

Het wetsontwerp is klaar: voor de kust van De Panne komen er twee grote windmolenparken. De twee zullen zo groter zijn dan de huidige parken. Dat zijn er momenteel 9, die variëren tussen de 165 en 370 Megawatt. De twee nieuwe parken kunnen tot 900 Megawatt groot worden. Dat maakt de bouw veel efficiënter. De windturbines zullen ook verder uit mekaar kunnen worden geplaatst. Zo vangen ze minder wind van mekaar af, en krijgen ze een groter rendement.

Het zijn allemaal elementen die de parken financieel veel aantrekkelijker maken. En daar mikt de regering ook op. Want ze wil de parken voortaan aanbesteden: geïnteresseerde partijen tegen elkaar laten opbieden dus, zodat de voor de consument goedkoopste deal uit de bus komt.

Het huidige systeem dreigde financieel te ontsporen

Een heel ander systeem dan het huidige. Dat kende de concessies toe volgens het principe “first come, first served”: wie het eerst met zijn dossier klaar was, kreeg de concessie. Met vooraf afgesproken subsidies. Dat zette de regering vast: de subsidies dreigden op te lopen tot 17 miljard euro, allemaal te verrekenen op onze factuur.

Het was vooral bedoeld om de eerste pioniers over de streep te halen. Offshoreparken op meer dan 20 kilometer in de zee bouwen was een risicovolle onderneming. Maar al meteen rezen er vragen of de subsidies niet al te gul waren toegekend.

Van de huidige subsidies haalde de regering 5 miljard af. Maar ze kosten nog altijd 11 à 12 miljard

Voortdurend werd eraan gemorreld. Uiteindelijk, na moeizame onderhandelingen met de offshore windmolenindustrie, slaagde de huidige regering Michel er 5 miljard af te halen. Momenteel worden de subsidies geschat op 11 à 12 miljard over 20 jaar. Dat kan wat minder worden: als de stroomprijzen toenemen, gaat een deel van de subsidies verhoudingsgewijs naar omlaag. Maar eigenlijk is het systeem niet meer van deze tijd.

De huidige parken krijgen nog subsidies, de nieuwe mogelijk niet meer

Het huidige systeem is niet meer van deze tijd

Want sinds de bouw van onze eerste zes windturbines op zee in 2009 ontwikkelde de sector zich spectaculair. De kennis nam toe, de bouw verliep veel sneller, de turbines werden almaar groter en efficiënter, de kosten doken met tientallen procenten naar omlaag, onder meer gesteund door de lage rente en de goedkope staalprijzen voor de turbines.

Dat zagen ook de Nederlanders: zij pakten een paar jaar geleden uit met de zogenaamde tendering, de veiling van de concessies. Met succes: vlak naast de Belgische windmolenparken verschenen er nieuwe Nederlandse parken die omgerekend 2 miljard goedkoper werden dan de Belgische, het begin van een pijlsnelle race to the bottom.

De prijzen voor de parken werden almaar goedkoper tot  in april 2017 de Duitse groep EnBW bekend maakte dat het in 2025 een park van 900 MW ging bouwen zonder één eurocent subsidie. Kort daarop volgde de Deense groep Dong: dat zou al vanaf 2024 twee parken voor de Duitse kust willen bouwen zonder dat het subsidies nodig heeft.

In Duitsland zijn er nu al 3 parken die zonder subsidies zullen worden gebouwd, in Nederland 1 en in Denemarken zouden dat er nog eens 3 kunnen zijn

In het voorjaar 2018 kondigde het Zweedse Vattenfall aan dat het de tender voor een groot Nederlands park had binnengehaald dat in 2022 moet klaar zijn. Zonder ondersteuning. Eind juni 2018 keurde het Deense parlement 3 grote windmolenparken goed van elk minstens 800 MW. Vanaf 2027 zou met de bouw van het eerste park moeten worden gestart. De Deense overheid hoopt dat dat ook zonder subsidies kan gebeuren.

België hoopt mee te surfen op de nieuwe goedkope wind

België hoopt met zijn nieuwe parken duidelijk mee te zeilen op deze nieuwe, goedkope wind. En er is een gerede kans dat het kan lukken, een eerste Belgisch park zonder subsidies. De grootte van de parken, het kader, de inplanting, de aanpak met de overheid die zorgt voor het voorbereidende studiewerk en de bekabeling die toegewezen is aan hoogspanningsnetbeheerder Elia: alles zou een goedkoop bod moeten mogelijk maken.

Minister voor de Noordzee Philippe De Backer hoopt echt dat het kan. In het najaar van 2022 zou de openbare aanbesteding starten. De parken zouden dan vanaf 2024 kunnen worden gebouwd om tegen het voorjaar van 2026 stroom te leveren.

Eén adder onder het gras: de timing

Maar er zit nog één addertje onder het gras: in de Westhoek liggen onvoldoende hoogspanningslijnen om de stroom van de nieuwe parken naar het binnenland te transporteren. Elia zou een twee nieuwe lussen willen aanleggen, eentje dwars door West-Vlaanderen en eentje door Henegouwen om een aansluiting te maken in Courcelles tegen Charleroi. Bovendien zal nog een bestaande lijn moeten worden versterkt.

Er zijn tientallen kilometers nieuwe hoogspanningsverbindingen nodig FLIP FRANSSEN

Er moeten extra hoogspanningslijnen door Vlaanderen en Wallonië komen, dat zou wel eens tot 2028 kunnen duren

Het is nog lang niet duidelijk of De Backer zijn timing haalt, want de aanleg van hoogspanningslijnen kan jaren in beslag nemen. Vooral de vergunning kan lang aanslepen. Ook aan de Oostkust liep de bouw van de windmolenparken vertraging op omdat Elia nog 47 kilometer nieuwe hoogspanningslijnen naar het binnenland moest aanleggen.

De twee lussen zijn veel langer, met vergunningen van twee gewesten: Vlaanderen en Wallonië en veel meer betrokken gemeenten. Dat maakt het allemaal veel omslachtiger. Het zou dus wel eens langer kunnen aanslepen, waarschuwt Elia, tot 2028. De subsidieloze windmolenparken komen er vermoedelijk wel aan. Maar of ze in 2026 de finish zullen halen, blijft nog onzeker.