Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Impact van vliegen maar een bijzaak? Vergelijking tussen vliegtuigen en koelkasten loopt mank

“Verleg uw klimaatwoede van het vliegtuig naar de koelkast, want die was de voorbije vijftig jaar de grootste boosdoener van het klimaat.” Dit zijn de woorden van econoom Geert Noels. In zijn column in De Tijd neemt hij het op voor de luchtvaartsector en beweert hij dat de impact van vliegen finaal maar een bijzaak is. Los van het feit dat hij het gat in de ozonlaag en de klimaatkwestie door elkaar haspelt, staat zijn column echter bol van de foute cijfers, vergelijkingen en dito conclusies. Een korte rechtzetting is dan ook op zijn plaats, vindt docent Klimaat Pieter Boussemaere

opinie
Pieter Boussemaere
De auteur is docent Geschiedenis en Klimaat (Katholieke Hogeschool VIVES) en auteur van onder andere Eerste hulp bij klimaatverwarring (Davidsfonds, 2015) & Tien klimaatacties die werken (Standaard Uitgeverij, 2018).

Toegegeven. Schrijven over vliegreizen is niet evident. Meer zelfs, het is voor velen tenenkrommend. Want vliegen is iets positiefs. Het verbindt mensen, economieën en culturen. Het maakt de wereld klein en biedt een belangrijke meerwaarde. 

Maar tegelijk is de sector ook één grote fossiele slokop die elke dag zo’n 5 miljoen vaten olie naar binnen werkt. De daarmee gepaard gaande emissies staan elk jaar garant voor 2,5 tot 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Daarnaast zorgen vliegtuigen ook voor condensatiesporen, de vorming van cirruswolken en de uitstoot van stikstofoxiden. Die veroorzaken eveneens opwarming. Daardoor is de werkelijke klimaatimpact van de sector naar schatting tweemaal zo groot. Een dikke 5 procent dus.

Een dikke vijf procent lijkt misschien niet bijster veel. Toch is het een grote zorg. Niet alleen omdat vijf procent meer dan twee keer de jaarlijkse uitstoot van Duitsland vertegenwoordigt, maar vooral omdat het twee onderliggende knelpunten maskeert. 

Vliegen doet het slechter in vergelijking met andere vervoersmiddelen

Ten eerste vliegen we steeds vaker en verder. De verwachting is dat het luchtruim tegen 2040 meer dan vijftigduizend toestellen rijk is (tegenover een dikke 25.000 vandaag). Die sterke stijging doet dan ook elke vorm van energiebesparing teniet. Want zelfs al houd je rekening met de best mogelijke efficiëntieverbeteringen, de luchtvaartsector zal tegen die tijd sowieso veel meer uitstoten dan tegenwoordig. Die vijf procent is dus nog maar een begin.

Het tweede probleem is dat die vijf procent de grote impact van iemands persoonlijke klimaatafdruk verdoezelt. Want vliegen hakt er stevig op in. Wie even op en neer naar New York vliegt, zorgt voor zo’n anderhalve ton rechtstreekse CO2-uitstoot. Reken je ook de andere opwarmingseffecten mee, dan heb je het al snel over een uitstoot van ongeveer 3 ton CO2-equivalenten. Dat is meer dan wat de gemiddelde Vlaming uitstoot tijdens een jaar autorijden, inclusief aanschaf en onderhoud van de wagen. Daarmee vergeleken is de klimaatimpact van je koelkast peanuts.

Vliegen doet het trouwens altijd slechter in vergelijking met andere vervoersmiddelen, als je tenminste alle opwarmingseffecten meerekent. Het is dan ook wenselijk om onze vlieghonger enigszins onder controle te houden, wat zeker niet onmogelijk is aangezien amper 13 procent van de internationale vliegreizen werkgerelateerd is.

Spotgoedkoop

Toch is de kans klein dat we uit eigen beweging minder (ver) gaan vliegen. Een vliegtuig nemen is immers spotgoedkoop. Je kan van mensen dan ook niet verwachten dat ze niet voor 10 euro naar Praag vliegen als dat kan. Onze vlieglust is dus niet de oorzaak, maar het gevolg van die goedkope vluchten.

De luchtvaartsector wordt dan ook al decennialang vertroeteld door onze overheden. Ze betaalt bijvoorbeeld geen btw op vliegtickets of andere producten, en geen brandstofbelasting, waardoor het voor treinmaatschappijen – die dat wel moeten betalen – moeilijk concurreren is. Qua oneerlijke concurrentie kan dit dus tellen. En tellen mag je letterlijk nemen. Die fiscale voorrechten zijn eigenlijk een vorm van overheidssubsidie, waardoor de Europese overheden jaarlijks meer dan 40 miljard euro mislopen.

En daarmee komen we tot de kern van de zaak. De luchtvaartsector levert absoluut een belangrijke bijdrage aan de mondiale uitstoot. Dat is niet onze persoonlijke fout, maar het is wel aan ons om daar in de mate van het mogelijke rekening mee te houden en te eisen dat de luchtvaartsector op z’n minst zijn belastingen betaalt zoals een ander.  De tientallen miljarden die dan jaarlijks vrijkomen, zetten we vervolgens in om de alternatieven voor kerosine versneld uit te rollen. 

Gelukkig is geld een relatief begrip. Want wat vandaag erg duur is, kan morgen spotgoedkoop zijn. 

Op korte termijn kunnen we vliegtuigen bijvoorbeeld laten vliegen op biobrandstoffen. De sector experimenteert er al vele jaren mee. Zo maakte een straalvliegtuig uit de burgerluchtvaart in 2012 reeds een succesvolle vlucht op 100 procent biobrandstof. Let wel, biobrandstoffen zijn een tussenoplossing. Ze krijgen de CO2-uitstoot nooit helemaal op nul. Willen we écht impactloos vliegen, dan moeten vliegtuigen de lucht in met synthetische  brandstoffen op basis van waterstof (power-to-liquids). Ook die techniek is er, maar ze is nog peperduur.

Gelukkig is geld een relatief begrip. Want wat vandaag erg duur is, kan morgen spotgoedkoop zijn. Denk maar aan de gigantische prijzenslag van zonnepanelen en windmolens. En zoals elke econoom weet, zo’n prijsdaling gaat meestal niet vanzelf. Het is dan ook jammer dat Geert Noels zich niet buigt over de kern van de zaak en met foute cijfers, vergelijkingen en conclusies – al dan niet bewust – onnodige verwarring zaait. Want de oplossingen voor de klimaatkwestie zijn allang bekend. Rest alleen de vraag hoe we die gaan financieren en in hoeverre politici de realisatie ervan zullen versnellen of vertragen. Want de discussies van de afgelopen weken maken duidelijk dat de overgang naar een koolstofarme samenleving niet zonder slag of stoot zal gebeuren.

 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.