De hele Belgische samenleving moet excuses aanbieden voor het koloniale verleden in Congo 

Een onlangs verschenen rapport van een VN-expertencommissie raadt de Belgische samenleving aan om in het reine te komen met het koloniale verleden. Volgens docent Frank Gerits kunnen we niet alleen naar koning Leopold II kijken als we het debat over onze excuses voeren: "Officiële excuses zijn belangrijk omdat ze ons in staat stellen om kritisch te reflecteren over de ideeën die wij, zowel Afrikaanse als niet-Afrikaanse Belgen, hebben meegekregen als kind." 

opinie
Frank Gerits
Frank Gerits is docent geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en Research Fellow aan de University of the Free State in Bloemfontein, Zuid-Afrika.

In het debat dat de afgelopen week gevoerd is, werden voorspelbare standpunten ingenomen. Sommigen wezen erop dat Leopold II een gewelddadig regime opzette in de Congo Vrijstaat, waar handen werden afgehakt en Afrikanen werden vermoord om zoveel mogelijk winst te maken.

Anderen gaven aan dat België toch ook veel goeds heeft gedaan en stellen dat er geïnvesteerd werd in ontwikkeling. Bovendien, zo wordt aangehaald, was België zeker niet het enige land dat kolonies bezat. Tijdens de Scramble for Africa, in de 19e eeuw, gingen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de competitie met elkaar aan om grote stukken land te verwerven.

Het idee dat er een waterdichte barrière bestond tussen België en de kolonie maakt het mogelijk om eventuele collectieve verantwoordelijkheid gemakkelijk weg te drukken.

Beide argumenten zijn evenwel gebaseerd op een mythe die de meeste Belgen ingelepeld kregen toen ze op de schoolbanken zaten: het Belgische koloniale project was verwerpelijk, maar het was een onderneming die losstond van wat er in het thuisland gebeurde. In tegenstelling tot de Nederlanders in Indonesië hadden niet alle Belgen een tante in Congo. 

Hoewel "Kinderen van de kolonie" die heersende mythe lijkt te ondergraven, blijft de fabel wel onbewust op de achtergrond aanwezig in de debatten over onze verantwoordelijkheid. Het idee dat er een waterdichte barrière bestond tussen België en de kolonie maakt het immers mogelijk om eventuele collectieve verantwoordelijkheid gemakkelijk weg te drukken.

Een waterdichte barrière tussen België en de kolonie bestond niet

Onderzoek door Belgische historici, net zoals mijn eigen onderzoek over de Afrikaanse internationale geschiedenis, heeft evenwel aangetoond dat de geschiedenis van België en de geschiedenis van Congo intiem met elkaar vervlochten zijn.

De Nationale Loterij werd in 1934 opgericht als de Koloniale Loterij om geld in te zamelen voor het noodlijdende Belgisch-Congo; de gebouwen van de huidige zetel van het rectoraat van de Universiteit Antwerpen zijn de gebouwen van de Koloniale Hogeschool van België waar ambtenaren werden opgeleid om naar Congo en Ruanda-Urundi te trekken; standbeelden die in België verspreid staan, werden opgericht door groepen die het koloniale project genegen waren; een Belgische verzetsheld van Wereldoorlog II, William Ugeux, leidde in het midden van de jaren 1950 Inforcongo, de Belgische propagandadienst die internationaal koloniale propaganda verspreidde; de Vlaamsgezinde schrijver Marnix Gijsen leidde het Belgian Information Office in New York, een propagandadienst die in de Verenigde Staten vooral de rechten van België in Congo verdedigde, de Paters van Scheut waren actief in Congo en oogstten respect bij andere koloniale grootmachten als experten in de film voor een koloniaal doelpubliek, de Générale Maatschappij van België richtte de Generale Bank op , vandaag een onderdeel van BNP Paribas Fortis…

Dat het Belgische beleid in de jaren 1950 en 1960 de goedkeuring wegdroeg van een dictatuur is een vaststelling die vandaag tot enige ongemakkelijkheid zou mogen leiden.

We weten geen blijf met ‘onze’ koloniale geschiedenis

Kortom, de hele Belgische samenleving, niet alleen koning Leopold II of Boudewijn waren onderdeel van een koloniaal project met een koloniale ideologie waarin de katholieke christelijke moraal centraal stond. In de Zuid-Afrikaanse archieven ontdekte ik hoe ambtenaren van het Apartheidsregime aldaar het Belgische koloniale project bewonderden. Ik stelde in de archieven in Lissabon ook vast dat het regime van dictator António de Oliveira Salazar zich herkende in de manier waarop België Congo bestuurde.

Officiële excuses zijn belangrijk omdat ze ons in staat stellen om kritisch te reflecteren over de ideeën die wij, zowel Afrikaanse als niet-Afrikaanse Belgen, hebben meegekregen als kind.

Dat het Belgische beleid in de jaren 1950 en 1960 de goedkeuring wegdroeg van een dictatuur en een segregatieregime is een vaststelling die vandaag tot enige ongemakkelijkheid zou mogen leiden. Belangrijker is evenwel dat een breed draagvlak van bedrijfsleiders, politici, de kerk, Vlaamsgezinden en verzetshelden meewerkten aan dat project. Daarom kunnen we niet alleen naar Leopold II kijken als we het debat over deze excuses voeren.

Officiële excuses zijn belangrijk omdat ze ons in staat stellen om kritisch te reflecteren over de ideeën die wij, zowel Afrikaanse als niet-Afrikaanse Belgen, hebben meegekregen als kind. Excuses bieden ons, zowel Afrikaanse als niet-Afrikaanse Belgen, ook de kans om te zien wat anderen buiten onze grenzen ontwaren: een koloniale samenleving waarin het naast elkaar bestaan van superioriteitsgevoelens en schaamte een collectief begrip en inzicht in de weg staan.

Tijd om er werk van te maken.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.