IJkingsproef burgerlijk ingenieur goede voorspeller studieresultaten

Wie goed scoort op de ijkingsproef burgerlijk ingenieur heeft goede slaagkansen om de studie succesvol te doorlopen. Dat blijkt uit een studie van de Vlaamse Universitaire Raad (VLIR). Vanaf vorig jaar is de niet-bindende toelatingsproef voor burgerlijk ingenieur verplicht.

De VLIR onderzocht de resultaten van de ijkingstoetsen van 2013 tot 2018 en de relatie met het studiesucces. Daaruit blijkt dat 76 procent van de studenten die goed scoorden op de ijkingsproef (14 of meer op 20 punten), slagen na het eerste jaar. Na drie jaar behalen 74 procent van hen hun bachelorsdiploma. Wie geen goede score haalt op de ijkingsproef doet het duidelijk minder goed. Zo is maar een derde van wie een slecht resultaat haalde (<10/20) na het eerste jaar geslaagd en haalt maar 28 procent van hen het bachelorsdiploma.

De raad onderzocht ook de voorspellende waarde van de resultaten in het secundair onderwijs. Goede resultaten voor wiskunde en een goed globaal eindresultaat voorspellen dat de student een goed resultaat zal halen. In de praktijk gaat het vooral om leerlingen uit de richtingen wetenschappen-wiskunde en latijn-wiskunde. Er is geen verband met de sociaaleconomische achtergrond van de student.

De niet-bindende toelatingsproef is sinds vorig jaar verplicht voor de studie burgerlijk ingenieur en burgerlijk ingenieur architect. Vanaf volgend jaar zal dat ook voor de bachelor diergeneeskunde het geval zijn. Deelnemers aan de proef zeggen dat die hen ertoe aanzet zelf meer inspanningen te leveren. Na de proef schrijft uiteindelijk maar 57 procent van de leerlingen met een slecht resultaat zich effectief in voor de studie burgerlijk ingenieur.

Minister van Onderwijs Hilde Crevits wil in de loop van de volgende jaren nog meer verplichte niet-bindende toelatingsproeven organiseren. "De invoering van de toetsen is een onderdeel van ons beleid om de studiekeuze van jongeren te versterken."

"Op het einde van het secundair is er de oriënteringsproef Columbus, de verplichte niet-bindende toelatingsproeven zijn een tweede stap daarin. De resultaten van de ijkingsproeven van de voorbije jaren, tonen aan dat het studiekeuzeproces inderdaad versterkt wordt en dat de studenten geactiveerd worden om bepaalde kennis bij te werken", zegt de minister.