Het mobiliteitsbudget: ondernemers wachten niet op de trein der traagheid van de politiek

Fiscaal consulent Yves Labeeu legt uit waarom het "bijna ingebakken is dat het mobiliteitsbudget in het eerste jaar geen succes wordt".

opinie
Yves Labeeu
Yves Labeeu is Tax & Legal consultant bij sociaal secretariaat Attentia

Het mobiliteitsbudget is al een paar jaar geleden aangekondigd, maar ondertussen is het ander concept cash-for-cars-regeling reeds actief. Bedrijven hebben daar niet op gewacht en bieden hun medewerker via flexibele verloning - in een cafetariaplan - de mogelijkheid om een stuk te besteden aan mobiliteit met zogenaamde mobility packs en alternatieven zoals micromobiliteit. 

Maar al deze verschillende systemen leiden tot verwarring en te pas en te onpas worden de termen door elkaar gebruikt. Bij de cash-for-cars- regeling moet de medewerker zijn wagen afstaan en krijgt hij hiervoor een som in de plaats. De cijfers tonen aan dat dit geen groot succes is. 

Wat is het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget werkt anders, met drie pijlers. De medewerker krijgt een virtueel budget dat gebaseerd is op de waarde van zijn huidige wagen of wagen waar hij recht op heeft volgens zijn functieniveau. Voor de waarde van de wagen rekent men de totale kost van autobezit: niet alleen de cataloguswaarde maar ook alle bijkomende uitgaven (fiscaal, onderhoud, …). Dat bedrag kan de medewerker verdelen over drie pijlers. 

De eerste pijler is geen wagen meer of "een milieuvriendelijke wagen kopen". Zo staat het in het wetsvoorstel. Dat is nu beperkt tot een elektrische wagen of een wagen die net meer dan 95 gram CO2 per km uitstoot en bovendien aan de "Euronorm 6" (of later) voldoet. Veel huidige wagens voldoen hier niet aan, dus zijn er al amendementen ingediend om dit gefaseerd te doen: nu nog 105 gram CO2 per km om over drie jaar pas aan 95 gram CO2 per km te zitten.

Als er nog budget over is, kan hij dit besteden in de tweede pijler: alternatieve en duurzame vervoermiddelen. Deze zachte mobiliteit omvat bijvoorbeeld openbaar vervoer, (elektrische) fietsen en car sharing. Maar bijvoorbeeld ook een tussenkomst als de medewerker beslist om binnen een straal van 5 km rond zijn werkplek te komen wonen. 

Hier zie ik nog hiaten. Want hoewel de lijst van zachte mobiliteit uitbreidbaar is, zijn mobiliteit kredietkaarten (voor parkeren) of mobiliteitsapps (voor deelauto’s) nog niet opgenomen. De technologie gaat hier zo snel dat de wetgeving al verouderd is, nog voor ze van kracht is.

Als de medewerker nog budget over heeft na de eerste en tweede pijler kan hij opteren om dit in cash te laten uitbetalen: de zogenaamde derde pijler. Hierop is geen patronale bijdrage of belasting verschuldigd. Hij moet wel een eigen bijdrage van 38,07% betalen. 

Wordt het mobiliteitsbudget een succes?

Ik denk dat het mobiliteitsbudget meer succes zal kennen dan de cash-for-cars-regeling, maar ik verwacht er ook niet te veel van. Daarvoor is het veel te rigide. De bedoeling is goed, maar je merkt goed dat het wetsvoorstel opgemaakt is door mensen die ver van het bedrijfsleven staan. Het is te theoretisch.

Ik hoor nu ook veel politici en groeperingen zeggen dat dit een oplossing is voor de files en het milieu. Maar dat gaat niet veel veranderen, want de fileproblematiek overstijgt het mobiliteitsbudget. En op zich is het leasewagenpark groener, want dat zijn vaak de recentste modellen met de meest ecologische verbrandingsmotors. Zelfs milieuvriendelijker dan volledig elektrisch rijden - maar dat is een andere discussie - zeker als je de volledige keten bekijkt van de mijnen voor grondstof voor de batterijen tot ’s avonds de elektrische wagen thuis opladen (hoe groen is die energie op dat moment?), de recyclage en levensduur van de batterijen.

Het mobiliteitsbudget is geen mirakeloplossing! Voor veel medewerkers is een auto de enige manier om in een aanvaardbare tijdsduur op het werk te geraken

Het mobiliteitsbudget is geen mirakeloplossing! Voor veel medewerkers is een auto de enige manier om in een aanvaardbare tijdsduur op het werk te geraken. In steden zijn er misschien meer alternatieven, maar België is een land van kmo's die verspreid over het land zitten. Niet alle bedrijven kunnen zich op wandelafstand van een groot station vestigen.

Een goede ondernemer wacht niet op traagheid van politieke beslissingen. Vandaar dat de meeste ondernemingen niet anders kunnen dan mobiliteit via het eigen cafetariaplan aanbieden. Dat is veel minder rigide.

Barrières overwinnen

Om van het mobiliteitsbudget een succes te maken moeten er nog een aantal barrières worden overwonnen. Het moet ten eerste budgetneutraal blijven voor de werkgevers. Wij doen al 3 à 4 jaar simulaties voor werkgevers om de alternatieven budgetneutraal te houden (bijvoorbeeld door de kost te berekenen van een opwaardering van 2de klasse naar 1ste klasse voor pendelaars).

De verschillende fiscale regimes voor de verschillende soorten voertuigen maakt het voor de werkgever relatief complex om dat allemaal te kunnen aanbieden

Daarnaast moet er gewerkt worden aan de rigiditeit. Het aanbod wagens dat in aanmerking komt, wordt kleiner waardoor je een deel van het potentieel wegneemt. En voor de alternatieven van de zachte mobiliteit moet de medewerker wel eerst in pijler twee geraken.

De verschillende fiscale regimes voor de verschillende soorten voertuigen maakt het voor de werkgever relatief complex om dat allemaal te kunnen aanbieden. Misschien moet de overheid de belasting op de wagen anders aanpakken. Want die is nu zo gefragmenteerd dat het niet opvalt hoe hoog dit bedrag is mocht je alles samentellen.

Het is bijna ingebakken dat het mobiliteitsbudget in het eerste jaar geen succes wordt.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.