Gallo-Romeins Museum stelt uniek fresco voor van Romeinse god Bacchus

In het Gallo-Romeins Museum in Tongeren is een uniek fresco voorgesteld van de god Bacchus. Het is een van de 100.000 vondsten die opgegraven werden voor de bouw van een nieuwe vleugel van het museum.

Waar nu het Gallo-Romeins Museum staat, woonden 1.800 jaar geleden de rijkste "Tongenaren". Dat blijkt uit de opgravingen in 2006 bij de verbouwing van het museum. Tijdens de opgravingen kwamen meer dan 100.000 objecten naar boven, met als pronkstuk een levensgrote muurschildering van de Romeinse god Bacchus. “Dit is een uitzonderlijk werk”, zegt archeoloog Petra Driesen. “Niet alleen voor Tongeren of Vlaanderen, maar voor heel het Romeinse Rijk.”

Uitzonderlijke kwaliteit

Opvallend is dat het lichaam van Bacchus niet volledig is ingekleurd. “Die stukken hebben we niet terug kunnen vinden”, vertelt Else Hartoch, coördinator van het museum. “Er is gekozen om het lichaam zo summier mogelijk weer te geven, zodat mensen toch het idee hebben hoe hij zat.”

De Romeinse god staat wel vaker afgebeeld op fresco’s of mozaïeken, maar nog nooit op deze manier. “Het gaat hier om een grote muurschildering waarop Bacchus levensgroot wordt voorgesteld”, zegt Hartoch. “Bovendien is de uitvoering van de fresco van een uitzonderlijke kwaliteit.”

De elite

De plaats waar het fresco is gevonden, verwijst ook naar de rijkdom die toen in Tongeren aanwezig was. “De muurschildering is gevonden op de buitenmuur van een binnenkoer van een enorme stadswoning”, zegt Hartoch. Daarnaast is Bacchus ook god van de wijn. “De fresco is aan de bovenzijde afgebogen door mooie wijnranken”, zegt Driesen. “Wijn werd toen vooral genuttigd door de elite”, voegt Hartog er nog aan toe.

Permanente tentoonstelling blijft corebusiness

Voor het Gallo-Romeins Museum blijft de permanente tentoonstelling de hoofdzaak. “De tijdelijke tentoonstellingen spreken meer tot de verbeelding van het grote publiek”, zegt schepen An Christiaens. “Maar de permanente tentoonstelling moeten we blijven updaten en uitbreiden. Daar dient het archeologisch onderzoek ook voor.”