Brexit in de knoop, deel 2: Waarom de Britten niet lijken te weten wat ze willen

Neen, de brexit loopt niet gesmeerd. Drie zaken lijken al wekenlang een constante: één, het Britse parlement kan zich niet vinden in het terugtrekkingsakkoord tussen de Britse regering en de Europese Unie; twee, de Europese Unie wil niet meer onderhandelen over dat akkoord; en drie, de grote splijtzwam blijft Noord-Ierland. In een driedelige reeks leggen Rob Heirbaut, Ivan Ollevier en Veerle De Vos uit hoe dat komt. Deel 2: Het getouwtrek tussen de Britse premier May en het Britse parlement.

Waarom keurt het Britse parlement het akkoord van premier May niet goed?

Video player inladen...

Om vast te leggen onder welke voorwaarden het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zal stappen, hebben de Britse regering en de EU een terugtrekkingsakkoord gesloten. Dat akkoord is pas geldig als het Britse parlement het goedkeurt. En daar wringt het schoentje. Bij een eerste stemming, op 15 januari, keurde een overduidelijke meerderheid van de Britse parlementsleden het akkoord af. Waarom?

De tegenstemmers deden dat niet allemaal om dezelfde reden. Een eerste groep keurde het akkoord af wegens de backstop die erin opgenomen is. Dat is een oplossing voor de grens tussen Ierland en Noord-Ierland: als de Britten en de EU tegen 2021 geen nieuw handelsakkoord hebben gesloten, zullen het VK en de EU een douane-unie blijven vormen. Voor de meest radicale brexitaanhangers in het parlement is dat een horrorscenario. Het VK zou op die manier te afhankelijk blijven van de Europese Unie, vrezen ze.

Een tweede groep parlementsleden stemde tegen het akkoord omdat ze sowieso tegen de brexit zijn. Een derde groep keurde het akkoord af vanwege de "uitstapvergoeding" die erin is opgenomen. Alle lidstaten van de EU dragen bij aan het Europese budget. In het terugtrekkingsakkoord is afgesproken dat de Britten dat na de brexit nog een tijdje zullen moeten doen, goed voor een totaalbedrag van ongeveer 40 miljard euro. Te veel geld, vinden deze parlementsleden.

Drie verschillende redenen dus voor de Britse parlementsleden om tegen het akkoord van premier May te zijn. Ten laatste op 12 maart vindt een nieuwe stemming plaats. Als haar akkoord opnieuw wordt weggestemd, zal May het parlement voor de keuze stellen, zo liet ze gisteren verstaan. Dan moet het kiezen tussen zonder akkoord uit de Unie stappen of een uitstel van de brexit.

Waarom houden de Britten geen tweede referendum, nu alles blijkbaar muurvast zit?

Video player inladen...

Het eerste referendum vond plaats op 23 juni 2016, een nipte meerderheid van de Britse kiezers koos er toen voor om uit de EU te stappen. Er gaan alsmaar meer stemmen op om een tweede referendum te organiseren en die stemmen klinken alsmaar luider. 

Tegenstanders van zo'n tweede referendum benadrukken dat de Britse bevolking twee jaar geleden al beslist heeft wat hun land moet doen. Ze vinden het niet eerlijk om een nieuw referendum te organiseren alleen maar omdat het resultaat van het eerste je niet bevalt. De politiek moet het resultaat van dat referendum respecteren, vinden ze.

De voorstanders van een tweede referendum zeggen dan weer dat de kiezers twee jaar geleden niet over voldoende informatie beschikten om een weldoordachte keuze te maken. Of zo'n tweede referendum er ook zal komen, is moeilijk te voorspellen. De kans is klein, maar ook niet volledig onbestaande.

Binnen de Conservatieve Partij van premier May is een meerderheid tegen een referendum. Binnen oppositiepartij Labour gaan steeds meer stemmen op voor een tweede referendum. Labourleider Jeremy Corbyn was echter tegen. Tot begin deze week, toen draaide hij zijn kar.

Zouden de Britten er in een tweede referendum voor kiezen om toch in de EU te blijven?

Video player inladen...

Recente opiniepeilingen wijzen uit dat het stemgedrag in twee jaar tijd niet substantieel veranderd is. Twee jaar geleden was ongeveer de helft voor een brexit en de andere helft tegen een brexit. Het resultaat was dus heel erg afhankelijk van het moment waarop er gestemd werd en dat zou vandaag ook zo zijn. Om maar te zeggen: vandaag zou een kleine meerderheid voor een brexit kunnen stemmen, morgen zou een kleine meerderheid tegen een brexit kunnen stemmen. Dat resultaat is dus absoluut niet duidelijk.

Uit onderzoek blijkt ook dat de Britten die twee jaar geleden zijn gaan stemmen, in die twee jaar niet echt van mening zijn veranderd. Integendeel, ze hebben hun mening nog versterkt, ze hebben zich alsmaar dieper ingegraven in hun eigen overtuiging. Wie twee jaar geleden voor een brexit was, is nu nog meer dan ooit overtuigd van zijn gelijk. Wie tegen was, ook. Het valt dan ook heel erg te betwijfelen of een tweede referendum veel zou veranderen aan het uiteindelijke resultaat.

Morgen (28/2) deel 3: Waarom iedereen plots weer over Noord-Ierland praat

Meest gelezen