Reporters

Slapeloosheid zit in je genen: Wetenschappers "leggen een belangrijk puzzelstukje op zijn plaats"

Wetenschappers zijn een stap dichter bij het ontrafelen van de oorzaken van chronische slapeloosheid. Ze konden maar liefst 956 genenvarianten identificeren die het risico op slapeloosheid vergroten. Het lijkt er bovendien op dat er iets schort aan het mechanisme waarbij slaap helpt om spanningen te verwerken. "Er is een belangrijk puzzelstukje op zijn plaats gelegd", luidt het.

We hebben allemaal weleens moeite om in slaap te vallen of in slaap te blijven, maar voor een op de tien mensen is slapeloosheid een chronische stoornis. Met alle gevolgen van dien voor lichaam en geest. Insomnia kan leiden tot vermoeidheid, verminderde weerstand, een laag energiepeil, concentratieproblemen, prikkelbaarheid...

Over de biologische mechanismen achter insomnia is tot nog toe niet zo veel bekend. Studies uit het verleden suggereerden al dat er mogelijk een genetische factor meespeelt, omdat slapeloosheid dikwijls "in de familie" zit. Onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam heeft dat genetische onderzoek nu naar een hoger niveau getild.

Een team internationale wetenschappers, onder leiding van professor statistische genetica Danielle Posthuma, verzamelde DNA en slaapgegevens van 1,3 miljoen mensen wereldwijd. Daarvoor gebruikten ze data van de UKBioBank, 23andMe (een privébedrijf dat je DNA doorlicht) en het Nederlands Slaap Register.

Op die manier konden ze maar liefst 956 genenvarianten identificeren die bijdragen aan het risico op insomnia."Slapeloosheid wordt net zoals zoveel andere neuropsychiatrische aandoeningen beïnvloed door honderden genen, elk met een klein effect. De genen op zich zijn niet zo interessant om naar te kijken. Wat telt, is hun gecombineerde effect op het risico van slapeloosheid", zegt professor Posthuma.

Spanningen, stress en emoties

Maar daar bleef het niet bij. De wetenschappers bekeken vervolgens welke biologische processen, celtypes en hersengebieden precies gebruikmaken van die risicogenen. Eenvoudigweg gezegd blijkt daaruit dat de gebieden in de hersenen waar emoties, spanningen en stress geregeld worden veel meer belang hebben dan de hersengebieden waar de slaap geregeld wordt.

Het lijkt erop dat mensen met die risicogenen bepaalde spanningen niet goed opgeruimd krijgen tijdens hun slaap
Eus van Someren

De onderzoekers vergeleken ook de risicogenen voor slapeloosheid met risicogenen voor andere stoornissen. Verrassend genoeg was er weinig overlap met genen die een rol spelen bij individuele verschillen in slaapkenmerken, bijvoorbeeld of iemand meer een ochtend- of avondtype is. In plaats daarvan was er een sterke overlap met angst- en stemmingsstoornissen.

Normaal gezien helpt slaap om indrukken van overdag te verwerken. Maar bij mensen met slapeloosheid lijkt dat mechanisme niet of amper te werken. "Het lijkt erop dat mensen met risicogenen voor insomnia bepaalde spanningen niet goed opgeruimd krijgen tijdens hun slaap", zegt neurofysioloog Eus van Someren aan NPO Radio 1.

"Om de oorzaken van slapeloosheid te achterhalen, hebben we altijd gekeken naar de netwerken in ons brein die slaap reguleren. Maar we moeten onze aandacht dus verschuiven naar andere hersengebieden." Een stelling die een andere, net gepubliceerde Brits-Amerikaanse studie lijkt te ondersteunen. Daarin wordt een link gelegd tussen insomnia en genen die een rol spelen bij depressie en hart- en vaataandoeningen.

Een belangrijk puzzelstukje

Een volgende stap is nu om hersencellen op moleculair niveau te analyseren in het laboratorium, om zo nieuwe methodes en therapieën te ontwikkelen voor mensen die aan chronische slapeloosheid leiden.

Volgens Van Someren is een belangrijk puzzelstukje op zijn plek gelegd. "Er wordt vaak gedaan alsof mensen met slapeloosheid maar even moeten ontspannen en verder niet moeten zeuren. Maar je kunt er echt aanleg voor hebben en wij willen begrijpen waarom."

Meer lezen?