Ultiem wapen tegen resistente bacteriën zal binnenkort makkelijker gebruikt kunnen worden 

Bacteriofagen zullen binnenkort gebruikt kunnen worden in geneesmiddelen tegen resistente bacteriën die met antibiotica niet langer klein te krijgen zijn. Een wettelijk kader laat dat vanaf volgende maand toe. Dat is goed nieuws voor artsen die patiënten met bacteriofagen willen behandelen. En uiteraard ook voor de patiënten zelf.   

Ziekmakende bacteriën worden traditioneel bestreden met antibiotica. Maar meer en meer bacteriën ontwikkelen resistentie tegen antibiotica. Dat betekent dat antibiotica er niet meer in slagen de bacteriën te doden en patiënten vaak niet meer geholpen kunnen worden. In Europa sterven naar schatting elk jaar 33.000 mensen omdat ze met resistente bacteriën besmet zijn. (Bron: Europees Centrum voor Ziektepreventie en –bestrijding, ECDC)

Virussen met een staart

Omdat antibiotica de strijd tegen bacteriën dreigen te verliezen, zoeken wetenschappers naar alternatieven. Bacteriofagen zijn zo’n alternatief. Bacteriofagen, of kortweg fagen, zijn kleine virussen die het gemunt hebben op bacteriën. Ze hebben een “staart” waarmee ze genetisch materiaal in bacteriën kunnen injecteren waardoor de bacteriën sterven.     

lees voort onder afbeelding 

Grafische voorstelling van een bacteriofaag

In de geneeskunde werden fagen al gebruikt aan het begin van de vorige eeuw. Maar met de ontdekking van antibiotica verdwenen ze naar de achtergrond. Nu winnen ze weer aan belang. In het brandwondencentrum van het Militair Hospitaal Koningin Astrid in Brussel hebben ze de afgelopen jaren al tientallen patiënten met fagen behandeld. Ook op de afdeling traumachirurgie van het UZ Leuven behandelen ze sinds vorig jaar patiënten met fagen.     

Omslachtige procedure

Maar de procedure om een behandeling met fagen te kunnen opstarten, is op dit moment omslachtig. “Voor elke individuele patiënt moeten we aan een ethische commissie toelating vragen op grond van het principe van compassionate use”, legt professor Rob Lavigne (KU Leuven) uit. “We moeten aantonen dat het om een noodgeval gaat en dat de patiënt zonder een behandeling met fagen dreigt te sterven. Er komt voor het ziekenhuis en de patiënt ook heel veel papierwerk bij kijken.”   

We moeten aantonen dat het om een noodgeval gaat en dat de patiënt zonder een behandeling met fagen dreigt te sterven.

Prof. Rob Lavigne, Laboratorium voor Gentechnologie KU Leuven

Het Belgische consortium van onderzoekers waartoe professor Lavigne behoort, keek dan ook uit naar een versoepeling van de procedure. En die komt er. Vanaf volgende maand vallen fagen namelijk onder de wet op de zogenoemde “magistrale bereidingen”. Ze worden voortaan beschouwd als ingrediënten voor geneeskundige recepten. In de praktijk zullen apothekers in ziekenhuizen op voorschrift van de behandelende arts fagen kunnen verwerken in geneesmiddelen die dan aan de patiënt kunnen worden toegediend.   

Geen wondermiddel voor iedereen

“Dankzij het nieuwe wettelijke kader kunnen we sneller een behandeling met fagen opstarten, en komen er ook meer patiënten voor in aanmerking,” zegt professor Lavigne. Toch waarschuwt hij meteen voor overdreven optimisme. “Fagen zijn heel selectief. Ze werken alleen maar tegen bepaalde bacteriesoorten en dan ook nog alleen tegen bepaalde stammen van die bacteriën. Voor we ze kunnen inzetten, moeten we dus eerst achterhalen met welke bacterie een patiënt precies besmet is. Daar gaat wel wat tijd over heen."

Fagen zijn heel selectief. Ze werken alleen maar tegen bepaalde bacteriesoorten en dan nog alleen tegen bepaalde stammen.

Prof. Rob Lavigne, Laboratorium voor Gentechnologie KU Leuven

“Fagen zijn het meest geschikt om patiënten te helpen bij wie de infecties chronisch zijn", gaat professor Lavigne voort. "Bij hen hebben we tijd om uit te zoeken met welke bacterie we te maken hebben en hoe we die het best aanpakken. We zullen ze ook alleen maar inzetten als alle andere behandelingen, inclusief met antibiotica, niet blijken te werken. Als we zo 10 tot 20 patiënten per jaar kunnen helpen, zou dat een groot succes zijn.”     

Ziekenhuisbacterie MRSA

Zelf werkt professor Lavigne in het Laboratorium voor Gentechnologie aan de KU Leuven. Samen met zijn collega’s test hij er onder meer fagen uit op hun werkzaamheid en veiligheid. Hun kennis stellen ze ter beschikking van collega’s die met patiënten werken in het ziekenhuis. Hij schat dat er momenteel een achttal fagen tegen ziekmakende bacteriën kunnen worden ingezet, onder meer tegen de ziekenhuisbacterie MRSA en de gevaarlijke bacterie Pseudomonas aeruginosa.