Zes procent minder problematische spijbelaars

Het aantal problematische spijbelaars dat door het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) wordt geholpen is in 2018 met 6 procent gedaald ten opzichte van 2017. In "De Wereld Vandaag" op Radio 1 vertelt Kris Van Den Bossche van het CLB dat die daling wellicht het gevolg is van een actievere rol van de scholen.

Wanneer leerlingen meer dan vijf halve dagen niet naar school gaan, worden ze beschouwd als spijbelaar. Er wordt dan door de school beslist of dit moet worden opgevolgd door het CLB. De andere leerlingen worden opgevolgd door de school zelf. Het aantal leerlingen dat doorverwezen wordt naar het CLB is gedaald met 6 procent: van 24.126 in 2017 naar 22.758 in 2018.

In totaal zijn er veel meer jongeren die af en toe een dag niet naar school gaan. Dit cijfer is constant gebleven rond de 130.000. 

Dalende cijfers?

Als men naar de spijbelcijfers van 2016 kijkt, kan er iets anders vastgesteld worden. Tegenover twee jaar geleden is het aantal problematische spijbelaars die opgevolgd worden door het CLB namelijk gestegen. Dat cijfer lag toen rond 20.000. Waarom dan nu een daling? Scholen zouden een steeds actievere rol nemen in het begeleiden van de leerlingen. 

Over het algemeen bevinden de problematische spijbelaars zich vooral in grote steden zoals Antwerpen, Gent en Brussel. Daarnaast zijn het vaak leerlingen uit het beroepsonderwijs of het deeltijds beroepsonderwijs. 

Klimaatspijbelaars

De leerlingen die de afgelopen weken elke week voor het klimaat spijbelden, hebben al meer dan vijf halve dagen gespijbeld. Ook zij zouden dus in aanmerking komen voor opvolging door het CLB.

Toekomst

Hoe zullen de cijfers nu verder evolueren? Dit jaar zouden de absolute cijfers moeten stijgen door het groot aantal klimaatspijbelaars. Dit betekent echter niet dat het aantal scholieren ook zal stijgen dat door het CLB wordt geholpen.

Daarnaast verwacht Van Den Bossche dat de cijfers sowieso zullen stijgen omdat spijbelen nu nauwkeuriger wordt geregistreerd.