Gemeenten zetten opnieuw heel wat leefloners aan het werk

Vorig jaar liepen er meer dan 8.500 werkervaringstrajecten bij de OCMW's om mensen met een leefloon aan het werk te zetten. Dat schrijft Knack.

Het idee van zo'n tijdelijk werkervaringstraject is dat mensen met een leefloon maximaal twee jaar werkervaring opdoen, vooral in de privésector. Nadien zouden ze moeten kunnen doorstromen naar een echte job. Ze krijgen hiervoor een loon van het OCMW, dat grotendeels door Vlaanderen wordt gefinancierd. Werkt de leefloon-cliënt in de privésector, dan kan het OCMW zelfs een deel van dat geld recupereren bij dat bedrijf.

"Dat er nu 8.500 mensen zo'n traject volgen, bewijst dat het systeem goed werkt", zegt Vlaams Parlementslid Axel Ronse (N-VA), die de cijfers opvroeg bij Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA). "Waar men vroeger veel meer keek naar maatschappelijke taken zoals de groendienst, gaat men nu samenwerken met de privésector om die mensen werkervaring te laten opdoen. En heel vaak stromen die mensen door naar permanente jobs. We gaan dus echt activerend werken."

Vooral in Antwerpen

4.131 van de 8.500 werkervaringstrajecten in 2018 vonden in de provincie Antwerpen plaats. In Limburg  waren er nog geen 500.  "Het gaat om politieke keuzes", zegt Ronse. "Steden en gemeenten hebben de keuze om het systeem toe te passen. Maar vaak gaat het ook om schaalgrootte, met het aantal mensen dat te activeren is.  Steden als Gent proberen ook op andere manieren mensen te activeren, los van het werkervaringstraject. Het belangrijkste is dat veel mensen doorstromen naar werk."