Op reis met Vlaamse meesters: Is dit de koelkast van Onze-Lieve-Vrouw, of erger, de springschans?

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "Kermis te Kerselare" van Modest Huys of hoe het met een eeuwenlange volkse devotie na een kapelbrand nooit meer echt goed kwam 

Al eeuwen was de Kapel Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare in de buurt van Oudenaarde een populaire bedevaartsplek toen Modest Huys ze rond 1912 schilderde. Een kleine 40 jaar later, in 1961 zou de kapel ten onder gaan in een brand. Ze kreeg meteen een opvolger: een gewaagde modernistische nieuwbouw. Kerselare werd opnieuw een bedevaartsoord, maar dan voor moderne architectuur. Helaas is de streek, waar de Mariadevotie altijd heel sterk is geweest, er nog altijd niet mee in het reine. Parochianen in de omgeving spreken misprijzend over de "betonbunker", de "koelkast" of, in het ergste geval, de "springschans". Alsof Onze-Lieve-Vrouw hen gehoord heeft, wordt het gebouw vandaag geplaagd door betonrot en erger.

© www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw

De krokodil uit het Heilige Land

Het begon op deze plek allemaal in de vijftiende eeuw met een Mariabeeldje in een alledaagse kersenboom. De ziekelijke dochter van baron Joos de Joigny genas wonderbaarlijk door het Mariabeeld. De baron liet uit oneindige dankbaarheid prompt een kapel bouwen. Op de koop toe werd de baron tijdens een bedevaart naar Jeruzalem aangevallen door een krokodil. Opnieuw bracht Maria de redding. De baron liet de gebalsemde krokodil ophangen in de kapel van Kerselare. Meer dan twee eeuwen  zou ze er blijven hangen tot ze werd vervangen door een houten exemplaar. Ook dat verdween in de brand van 1961.

Sacrale puurheid of religieuze kitsch

Daar Kerselare populairder dan ooit was als bedevaartsoord -met meivieringen, kermis en intussen ook een autowijding- werd een nieuwe kapel gebouwd. In de schoot van het Sint-Lucasinstituut van Gent kwam het idee tot stand om te kiezen voor moderne religieuze architectuur. Vanaf 1963 ging architect Juliaan Lampens aan de slag. Geïnspireerd door het brutalisme van Le Corbusier koos hij radicaal voor betonarchitectuur. Met gewapend beton, glas en een monumentale betonnen plaat als dak rees een compromisloos concept uit de grond. Lampens wilde sacrale puurheid combineren met een ruimtelijke religieuze beleving. Grote glaspartijen lieten het licht diffuus binnenvallen en richtten de blik op de oude kerselaren. Het zou Lampens internationale waardering opleveren. De traditionele bedevaartgangers waren minder in de hemel.

Met de jaren doken tot afgrijzen van Juliaan Lampens  allerlei ornamenten op: kaarsenstaanders, beelden, kerkstoelen, glasramen, vasttapijt, zelfs plastic bloemen. Religieuze kitsch en afbreuk aan het concept, vond de architect. De wil van bedevaarders, zei de plaatselijke pastoor. Zelfs de krokodil van baron de Joigny kreeg een afbeelding.

Betonrot en spanningsbarsten

Er was nog een grotere vijand van de omstreden kerk, betonrot. De immense dakplaat verzakte, beton brokkelde af en er verschenen spanningsbarsten. Een gevolg van het concept dat voorrang had op de praktische uitvoering, oordeelden ingenieurs. Die laatsten vragen zich vandaag af of een integrale restauratie van het gebouw effenaf nog mogelijk is.  De kerk wordt op dit ogenblik onderstut in afwachting van een oplossing. Het moet zijn dat Onze-Lieve-Vrouw niet dol was op gewapend beton.

Het volkse leven zoals Modest Huys het op "Kermis te Kerselare" schiep, is niet helemaal verdwenen. De huisjes die hij schilderde zijn nu kroegen en eethuizen. Rond de kerselaren en lindebomen op de Edelareberg langs de baan van Oudenaarde naar Brakel blijven veel bedevaarders en gewone lieden komen. De voorjaarskermis is er nog steeds met een autowijding, galabal en rommelmarkt. De nieuwe kapel zou niet in het blikveld van het schilderij van Modest Huys hebben gestaan. Ze is gebouwd op een terrein links van de in de brand van 1961 verdwenen kapel.

Ook Modest Huys is een beetje vergeten. De luminist en impressionist schilderde in de Vlaamse Ardennen met veel kleureffecten en sfeerschepping de oogst, de vlaskweek, bedevaarten, markten, processies en feesten. Critici klasseerden hem als een kermisschilder. Het belette hem niet om nationaal en internationaal succes te oogsten. Groten als Van Gogh en Monet schilderden toch ook het landleven en volks spektakel. Huys overleed in zijn atelierwoning aan de Leie in Zulte.

"Kermis te Kerselare" van Modest Huys hangt in het Mudel in Deinze