Burgerlijke partijen en parket over complottheorie Mehdi Nemmouche: "Rookgordijn zonder bewijs, respectloos"

Het proces rond de aanslag op het Joodse Museum in Brussel gaat z'n laatste rechte lijn in. Vandaag krijgen de advocaten van de burgerlijke partijen, het federaal parket en de advocaten van beschuldigden Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer, de kans om nog een laatste keer te reageren op de pleidooien van de voorbije dagen. De advocaten van de burgerlijke partijen en het openbaar ministerie vinden dat de verdediging van Nemmouche op niets slaat.

"Dit is ongezien, wat u doet is respectloos". Advocaat Christian Dalne, die de moeder van één van de dodelijke slachtoffers vertegenwoordigt, begon zijn repliek meteen met een sneer naar Sébastian Courtoy, de advocaat van hoofdbeschuldigde Mehdi Nemmouche. Vorige week verkondigde Courtoy tijdens zijn pleidooi dat Nemmouche erin is geluisd. Hij is onschuldig, en alles is een complot, zo klonk het. De aanslag zou er één tegen de Mossad -de Israëlische geheime dienst- geweest zijn volgens de advocaat. Courtoy sprak ook van manipulatie van het onderzoek. Zo zouden volgens hem enkele camerabeelden bewerkt zijn.

De aangekondigde 40 bewijzen van zijn onschuld zijn niet gekomen

Vincent Lurquin

De advocaten van de burgerlijke partijen zijn niet te spreken over die complottheorie. "Het is een rookgordijn, zonder enig element van bewijs", zo vervolgde advocaat Dalne.  Volgens de advocaat heeft Courtoy ook de slachtoffers en hun advocaten beledigd. "Wie geen argumenten heeft, probeert zijn tegenstrever aan te vallen in diens persoonlijkheid", zei hij. 

"Van al de antwoorden die de verdediging beloofd had, hebben we niets gekregen, alleen een hoop toevalligheden en nog meer vragen zonder antwoorden", zei Dalne nog. Ook advocaat Vincent Lurquin sluit zich daar bij aan. "De aangekondigde 40 bewijzen van zijn onschuld zijn niet gekomen, maar we hebben wel het wetenschappelijke bewijs van het schoenspoor. Dat is een onweerlegbaar bewijs van schuld", zei hij, verwijzend naar de voetafdruk die werd gevonden op de ingangspoort, en die identiek is aan die van de schoenen die hij droeg op de dag van zijn arrestatie. "Een echte verdediging had alle bewijselementen ten laste één voor één geanalyseerd en in vraag gesteld, maar dat heeft ze niet gedaan", zei de advocaat nog.

Nemmouche is erin geluisd, maar we weten nog altijd niet door wie

Yves Moreau, openbare aanklager

Ook het federaal parket blijft op haar honger zitten na het pleidooi van de advocaat van Nemmouche. "Er werd gezegd, wacht tot de pleidooien, de waarheid zal uitkomen, maar er volgde niks", zei openbare aanklager Yves Moreau. "Nemmouche is erin  geluisd, maar we weten nog altijd niet door wie. De Israëliërs? De Libanezen? De Syriers? U mag kiezen, dames en heren.", zei Moreau tegen de jury.

Volgens de verdediging zijn twee van de dodelijke slachtoffers, het koppel Riva, spionnen van de Mossad en moet de reden van de aanslag dus in dat verband worden gezien. Maar de advocaat van het koppel, Marc Libert, betwist dat. "Hun verblijf in Brussel was enkel toeristisch, dat blijkt uit de foto's die ze naar hun kinderen gestuurd hebben", zei de advocaat. Bovendien kwamen ze volgens de advocaat bij toeval in het Joodse Museum terecht. "Ze wilden eigenlijk de synagoge bezoeken, maar die was dicht. Daar werd hen het Joodse Museum aangeraden", aldus de advocaat.

Advocaat Nemmouche blijft bij zijn standpunt

Ook de advocaat van Nemmouche, Sébastien Courtoy, mocht na de burgerlijke partijen en het federaal parket reageren. Hij blijft erbij dat Nemmouche het slachtoffer werd van een valstrik. Eén van de bewijselementen die hij daarvoor aanhaalt is het DNA dat op de deur van het museum is gevonden, die door de dader nooit werd aangeraakt. Dat DNA is een zogenoemd mengprofiel, waarbij DNA van verschillende personen wordt gevonden. Zeker is het niet, maar de experts schatten de kans hoog dat daar DNA van Nemmouche tussen zit. "Ofwel is het een groot toeval, ofwel het bewijs van een valstrik", aldus Courtoy. 

Ook de advocaten van Nacer Bendrer kwamen nog aan het woord. Volgens hen is er geen enkel bewijs dat Bendrer de wapens voor de aanslag heeft geleverd. "En als er geen bewijs is, moet u hem vrijspreken", aldus advocaat Julien Blot.

Uitspraak eind deze week?

Na de zogenoemde replieken krijgen de beschuldigden Nemmouche en Bendrer morgen nog het laatste woord. Het is afwachten of ze daar gebruik van zullen maken. Daarna gaat de jury in beraad, over de schuld en daarna de strafmaat. Tegen eind deze week is er mogelijk een beslissing. Bij de aanslag op het Joodse Museum in Brussel op 24 mei 2014 vielen 4 doden: Emanuel en Miram Riva, een koppel Israëlische toeristen, en museummedewerkers Dominique Sabrier en Alexandre Strens.