Op de grote Warhol-expo in New York: "Iedereen heeft recht op 15 minuten roem"

Weinig kunstenaars zijn zo alomtegenwoordig en meteen herkenbaar als Andy Warhol (1928-1987). Warhol begreep als geen ander de kracht van de beeldcultuur in ons moderne leven. Van de kunstenaar maakte hij een popster. De grote overzichtstentoonstelling in het Whitney Museum of American Art in New York presenteert de eerste grote retrospectieve expo van Warhols werk in 31 jaar. 350 werken zijn er te bewonderen. 

Beluister de podcast van Björn Soenens en monteur Bjorn Van Keer:

Luister ook naar Björn in the USA op:

Andy Warhol is ontegensprekelijk één van de bekendste en invloedrijkste Amerikaanse kunstenaars van de late twintigste eeuw. Hij schilderde het banale, het alledaagse en liet daardoor de kijker beseffen hoe ontzettend vervelend het leven eigenlijk kan zijn.

De triviaalst denkbare voorwerpen worden tot kostbare kunst gepromoveerd: soepblikken, dollarbiljetten, colaflessen en Elvissen. Zijn kunst vind je nu gereproduceerd op inpak- en behangpapier, op koffiemokken, op ringmappen. You name it.

In zijn beroemde werkplaats, The Factory -  een hele poos gevestigd op de zesde verdieping van het Deckergebouw aan Union Square – was het een zoemend komen en gaan van geestverwanten, drop-outs, en aspirerende kunstenaars, artiesten-in-wording. Allemaal wilden ze behoren tot Warhols inner circle van volgelingen en assistenten. 

Als een beeld bestand is tegen herhaling, dan is het tegen alles bestand. Dan wordt het beeld vanzelf weer uniek

Andy Warhol

Andy Warhol maakte in zijn leven zoveel klankopnames van al zijn ontmoetingen dat je naar schatting vier jaar nodig hebt om ze allemaal te beluisteren. Zijn portretten - zeefdrukken van beroemde mensen zoals Neil Sedaka, Debbie Harry, Elizabeth Taylor, de sjah van Iran, Dennis Hopper of Mick Jagger - maakte hij op basis van simpele Polaroidfoto’s.Allemaal beroemdheden met hun geprefabriceerde, zorgvuldig geconstrueerde persoonlijkheden en imago’s. Allemaal speelden ze hun rol als objecten van verlangen en fantasie. 

Herhaling, eindeloze herhaling, dat zie je bij Warhol. Niet één, maar tien portretten van Mao. Niemand is nog uitzonderlijk of uniek. Iedereen lijkt inwisselbaar in de wereld van Warhol. Iedereen is een wegwerpversie van zichzelf in een dolgedraaide consumptiemaatschappij. “Als een beeld bestand is tegen herhaling, dan is het tegen alles bestand,” zei Warhol. “Dan wordt het beeld vanzelf weer uniek.”

(Lees verder onder de foto)

Warhol zal nooit echt dood zijn. Lou Reed en John Cale – volgelingen van het eerste uur – maakten drie jaar na zijn dood, in 1990, een muzikaal in memoriam voor hun leermeester: Songs for Drella. Het laatste nummer van de cd heet Hello, it’s me. Daarin probeert Lou Reed Warhols manier van praten te imiteren. Tegelijk gaat het nummer ook over hoe anderen Andy Warhol heel hard missen. 

Wat is kunst?

Bij Warhol kan alles tot kunst worden gebombardeerd. De grens tussen kunst en realiteit is verdwenen. Zoals bij de Brillo Box. Veertig Brillo Boxen op mekaar gestapeld. Kunst. Brillo boxen bevatten schuursponzen. Bij Warhol imiteert kunst dus het echte leven.

Wat is bij de aanblik van de Brillodozen nog het verschil tussen een kunstgalerij en het magazijn van een supermarkt? Sinds de Brillo Box is niets in de kunst nog onmogelijk. Het kunstwerk uit 1964 brak alle bestaande conventies open. Zette al onze ideeën over kunst op hun kop. 

Als kind van mijn tijd – opgegroeid in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw – hou ik ontzettend van Warhols werk. Die herhaling werkt echt. De bevroren dagdagelijkse realiteit marcheert. De iconische Coca-Colaflessen, meer dan 100 exemplaren op één doek. Green Coca-Cola bottles uit 1962. Triple Elvis uit 1963. Elvis in zilveren zeefdruk, op basis van een foto uit de film Flaming Star. Het is waar: alleen Elvissen blijven bestaan. 

(Lees verder onder de foto)

Ik zie een controversiële muurschildering van gezochte misdadigers, gemaakt én geweigerd voor de wereldtentoonstelling van 1964 in Queens, New York. Mao, het meest herdrukte kunstportret ter wereld. Afbeeldingen van drag queens en transseksuelen. De schemerwereld van Warhol. De schemerwereld van grootstad New York. The Underground.

Jeugdsentiment: ik was tien jaar oud toen Debbie Harry en haar groep Blondie de wereld veroverden met Denis, Denis. Dat geschilderde portret van haar wil je zo in je huis ophangen. Geel haar, blauwe wenkbrauwen en vermiljoenrode lippen-gestifte mond. Een doek uit 1980, het voelt heel erg punk.

(Lees verder onder de foto)

Verzamelwoede

Warhol hield zijn hele leven lang tijdscapsules bij: 600 dozen waren er op het einde, vol met prullaria en brieven. Objecten uit Warholia, uitgestrekt land van de verzameldrift. Hij bewaarde echt àlles. Veel troep ook, zoals zijn eigen pruik die hij zilver had geverfd.

De meesten hadden tijdens zijn leven niet door dat Warhols zilverkleurige haar eigenlijk een pruik was. Hij maquilleerde zich ook met wit poeder , om zijn bleke vel nog méér te benadrukken.

There's only one good thing about a small town... You know you hate it, you know you have to leave...
Andy Warhol

Zo gaat dat met een mens die opgroeide in een arm en verlegen milieu in Pittsburgh. Je zoekt naar wegen om te ontsnappen. Zo worden kunstenaars geboren. Ontsnappingsartiesten. “There’s only one good thing about a small town, there’s only one good use for a small town. You know you hate it, you know you have to leave…”

De prins van de wegwerpkunst

Andy Warhol behoort definitief tot ons collectief geheugen. Hij becommentarieert de wereld en converseert met ons, de kijkers, over het idee achter een ding: Sell the sizzle, not the steak. Zoals Starbucks later geen koffie zou verkopen, maar een breed idee van gezelligheid en community.

De héle wereld kent Andy Warhol. Tot en met het gele behangpapier bedrukt met roze koeienkoppen. Zoals Warhol ooit zelf bedacht: “Death can really make you look like a star.” Een simpel idee, net zoals zijn All is pretty. Alles is mooi. Precies.

Misschien moeten we zelf veel meer op die manier naar dingen en mensen kijken. Al lijkt dat ook oppervlakkig. Niet voor niets wordt Warhol heel vaak de koning van de buitenkant genoemd. Ik noem hem de prins van de wegwerpkunst. 

(Lees verder onder de foto)

Schijn van onverschilligheid

Van A naar B en terug: de filosofie van Andy Warhol. Zo heet de tentoonstelling in het mooi gestileerde en vrij recente Whitney Museum aan Gansevoort Street, aan de Westkant van Manhattan, ter hoogte van de veertiende straat.

De filosofie van Warhol: dat de remedie tegen zowat alles een soort onverschilligheid is. Onverschilligheid als antwoord op de meeste soorten ellende in het leven. Een soort bescherming. ‘Don’t kiss hello, and please don’t touch. It’s a Czechoslovakian custom my mother passed on to me…

Warhol was wél gevoelig. Hij nam zelfs uit liefde zijn eigen moeder bij hem in huis, én haar 12 katten. Het kon hem wél schelen, hij was niét onverschillig, ook al beweerde hij van wel. 

Een lange weg tot Andy

Warhol ziet er altijd schichtig uit, bleek als de maan, een albino haast. Teer, ziekelijk bijna, met een perkamenten huid. Als kind tekent hij aan de keukentafel van zijn moeder. Autorijden zal hij nooit leren. Hij oogst wel succes als reclametekenaar op Madison Avenue, vooral van gouden schoenen. De tekeningen daarvan op de Warholexpo zijn prachtig en doen wegdromen naar de Wereld van Mad Men.

In alles wat op de vijfde, vierde en derde verdieping van het Whitney hangt, zie je dat Andrew Warhol uit Pittsburgh een lange weg aflegde voor hij uiteindelijk Andy Warhol werd. Zijn ontwerpen en vroege tekeningen zijn broos, gevoelig en lijken bijna in niets op de latere pop-art, de zeefdrukken, de consumptiekunst, of de abstracte werken op het einde van zijn leven. 

In Andy Warhol – From A to B and back again blijkt dat Andy Warhol heel veel personen tegelijk was: kunstenaar, ondernemer, talent scout, fotograaf, filmmaker, bladenmaker, producer, ontwerper, én portrettist van rijk en beroemd Amerika. In Warholia is elke mens een kunstig decorstuk. 

(Lees verder onder de foto)

Zijn werk is al lang wereldberoemd: de zijdedrukken van de Campbell’s soepblikken, een portrettenreeks van Marilyn Monroe, en van Jackie Kennedy voor en na de moord op JFK. Het zijn evergreens van de kunst.

Soms vraag je je wel af of en hoe zulke kunstwerken je ooit kunnen raken. Weinig of niet, op het eerste gezicht, en toch vergeet je ze nooit. Een Warhol is als een ouderwets reclamebord: een statement over de vluchtige, koopbare wereld. Zelf aanbad Warhol de helden uit de massamedia. 

Soms vraag je je wel af of en hoe zulke kunstwerken je ooit kunnen raken. Weinig of niet, op het eerste gezicht, en toch vergeet je ze nooit

Björn Soenens, Amerikacorrespondent VRT NWS

Warhol heeft soms humor, al stond hij daar niet om bekend. Een kleurige zeefdruk van president Nixon, met daarop de tekst ‘Vote McGovern’ (zijn Democratische tegenstander in 1972). Bijzonder grimmige humor.

Het is soms lastig om Warhol helemaal te vatten. Zelf zei Warhol in een interview met een Zweedse journaliste: “Als je wil weten wie ik ben, moet je alleen maar kijken naar het oppervlak van mijn schilderijen en mijn films. Dat is het. Dat ben ik. Daarachter zit er niets.” 

Aan de dood ontsnapt

In 1968, op zijn veertigste, ontsnapt hij als bij wonder aan de dood als een radicale feministe, Valerie Solanas - iemand uit zijn entourage - hem in zijn Factory, zijn atelier, neerschiet. Solanas stichtte de organisatie SCUM, Society for Cutting Up Men. Warhol werd na de schietpartij even doodverklaard. Twee kogels gingen door zijn maag, lever, en beide longen.

Daarna was de werkelijkheid voor Warhol helemààl een illusie. Hij werd een wandelend hologram, mensenschuw bijna. En hij liep een levenslange schrik voor ziekenhuizen op. Hij kon ook een tijdlang niet meer creatief zijn, zei hij, want “after the shooting I stopped seeing creepy people…”

De verpersoonlijking van de "American dream"?

Toch was hij ook ijdel. Hij is zo’n beetje de meest gefotografeerde kunstenaar uit de geschiedenis. Hij maakte veel zelfportretten, zoals Warhol in het groen, één jaar voor zijn dood. Bijna lijkt er stroom uit zijn kapsel te komen. Wijlen de Nederlandse schrijver Joost Zwagerman noemt Andy Warhol in zijn magistrale Americana een mysterie: schijnbaar koel, gedesigned, en berekenend maar tegelijk de verpersoonlijking – op een pijnlijk gevoelsvolle manier – van de Amerikaanse droom. 

(Lees verder onder de foto)

Ooit zei Warhol dat hij er de voorkeur aan gaf om voorgoed onzichtbaar te worden in plaats van gewoon dood te gaan. Dat is hem dus niet gelukt. In lange rijen schuiven drommen bezoekers aan in de lobby van het Whitneymuseum. Drie verdiepingen vol heeft Warhol gekregen om al zijn werken aan de wereld te laten zien. 

You don't have to say you're gay. Just say that you don't like women because they smell...

Andy Warhol

Zijn eigen leven beschouwde Warhol als een soort openbaar kunstbezit. De wereld zelf zag Warhol als een excentriekeling, een verschijnsel, iemand die zelfs publiek bekende dat hij in de laatste jaren van zijn leven masturbeerde terwijl hij keek naar videoclips van de Britse popgroep Duran Duran.

Over zijn voorliefde voor mannen zei hij tegen jonge homo’s die niet wisten hoe ze uit de kast moesten komen: “You don’t have to say you’re gay. Just say that you don’t like women because they smell…” Vintage Warholtaal. 

Excentriekeling, vrek, bloedzuiger

Soms was Andy Warhol een echte vrek. Toen Edie stierf - Edie Sedgwick, een IT-girl en influencer avant la lettre – informeerde hij of hij al haar geld en bezittingen misschien zou kunnen erven. Edie was ooit één van zijn wonderkinderen in The Factory, een heel stoute versie van Audrey Hepburn.

Toen Warhol in 1971 vernam dat Edie straatarm was gestorven en gestikt was in haar eigen braaksel na te veel drugs en drank, veranderde hij van onderwerp. Ooit had hij van Edie een absolute ster gemaakt van de Underground-cinema. Edie werd maar 28. Warhol was daar goed in, in mensen beroemd maken. Van hem ook die onsterfelijke uitspraak: “In the future, everyone will be world famous for 15 minutes.”

Voor velen in New York had Warhol de reputatie van iemand die al het leven uit anderen opzuigt, als een soort bloedzuiger, als een Dracula. Niet toevallig noemden Lou Reed en John Cale hem in hun tribuut-cd Drella. Songs for Drella. De samentrekking van Dracula en Cinderella (Assepoester). 

(Lees verder onder de foto)

Hamburgers met ketchup

Kunst is voor Warhol ongeveer alles wat je in de werkelijke wereld aantreft. Ook hemzelf. Op de tentoonstelling in Manhattan is er een bijzonder filmpje met Warhol in de hoofdrol: Andy Warhol eats a hamburger (1981). 

We kunnen met eigen ogen de weinig spannende momenten aanschouwen hoe de dan 53-jarige Warhol zijn Big Whopper oppeuzelt, met een portie ketchup. “My name is Andy Warhol. I have just eaten a hamburger.” De Whopper van Burger King, met de ketchup van Heinz: 2 symbolen van Amerika. 

Als immigrantenkind bewonderde Warhol altijd al het idee dat in de VS hetzelfde voedsel wordt gegeten door alle Amerikanen, los van hun status, rijk of arm. De botsing van de culturen beïnvloedde zijn kunst snijdend diep.

Neus voor talent

Kijk maar naar Eat uit 1964, een korte film die hij maakte over zijn vriend Robert Indiana die heel bedaard en in close-up een paddenstoel zit te eten. Indiana werd zelf ook beroemd, toen hij in datzelfde jaar het internationaal bekende LOVE-symbool tekende en schilderde. 

Het LOVE-symbool van Robert Indiana, in John F. Kennedy Park, Philadelphia, enkele dagen na zijn dood in mei 2018. Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved

Warhol had een neus voor talent. Diegenen die zelf niets te bieden hadden, kwijnden vanzelf weg, één keer Warhol ze liet vallen. Een heel pak anderen had meer dan genoeg talent om zelf een carrière uit te bouwen: Robert Indiana, Lou Reed, John Cale, Debbie Harry, en Nico van de Velvet Underground. Lou Reed werd bijna ziek van jaloezie toen Nico koos om een verhouding te beginnen met John Cale, en hem afwees. Lou Reed, geniaal artiest, maar volgens zijn biografen een echte klootzak. Hij stierf in 2013. 

Door tijdgenoten verguisd

Echt rijk is Andy Warhol nooit geweest. Het geld dat hij verdiende kwam voort uit zijn leven voor de kunst. Geld dat hij had bijeengeharkt als reclametekenaar op Madison Avenue.

Hij werd aanvankelijk niet graag gezien in de kunstwereld van zijn tijd, want eigenlijk vernietigde hij het ideaal van een verheven kunstopvatting. Soepblikken van Campbell, begot. Elvis! Mao! Marilyn Monroe in zeefdruk. Volgens zijn critici maakte hij de cinema kapot door eigenlijk antifilms te maken. Warhol maakte overigens ontzettend veel films, 128 in totaal. 

Door de media van zijn tijd werd hij vaak beschimpt. Al die negatieve commentaren bevestigden Warhol in zijn gelijk. Hij kreeg door al die kritiek net het gevoel dat hij goed bezig was.

Als één van de eersten begreep Warhol dat de kunstenaar tegelijk ook een performer moet zijn die de aandacht trekt. Zelf hield hij heel erg van aandachtstrekkers: presidenten, beroemde mensen, acteurs, zangers, popsterren, modeontwerpers. 

(Lees verder onder de foto)

Nooit alleen, maar toch eenzaam

Pop-art. Populaire kunst. Het leven van Warhol zit verpakt in zijn werk. Zo was hij 12 jaar lang heftig verliefd op ene Charles Lisanby, een decorontwerper die zijn liefde nooit zou beantwoorden. Op de grote Warholtentoonstelling in New York zie je Warhol zijn liefde uitgulpen in tedere tekeningen van het lichaam van Lisanby. Het is bijna aandoenlijk. 

Warhol moet eenzaam zijn geweest, heel eenzaam. Ook al was hij altijd omringd door een hele horde mensen. Mensen die hem gebruikten, mensen die hij gebruikte. Warhol was een cultheld, een mediafenomeen, een king maker. In zijn zog liepen en floreerden Patti Smith, Keith Haring, Robert Mapplethorpe, en Basquiat. Velen stierven te jong. Te hard geleefd.

I came from nowhere. I live nowhere. I am nobody

Andy Warhol

De prijzen voor Warhols werken zijn inmiddels duizelingwekkend. Ook al was de mens Warhol bijwijlen een hoopje ellende, iemand die voortdurend leed. Hij brandde op, elke dag een beetje méér. Een zigeuner was hij, een zwerver in de grootstad, een onzeker en verlegen nazaat van Oost-Europese immigranten.

Andrew Warhola uit Pittsburgh. “No Michelangelo ever came from Pittsburgh…,” zingt Lou Reed in Smalltown. Slovaakse wortels, een vader die werkte in de steenkoolmijnen. Hij zou altijd een Pittsburgher blijven, een buitenstaander, een outsider. Zelf schreef Warhol: “I came from nowhere. I live nowhere. I am nobody.” 

Zelfs de dood als kunstobject

Op 22 februari 1987 ging hij dood. Onverwacht. Hij herstelde van een routineoperatie aan zijn galblaas toen hij in zijn slaap stierf aan een harstilstand. Hij was pas 58. Hij ligt begraven in Pittsburgh. Yoko Ono sprak een grafrede uit op zijn begrafenis, en dankte Warhol omdat hij na de moord op John Lennon een soort mentor was geworden voor haar zoon Sean Lennon. 

Het afscheid van Andy Warhol vond plaats in de New Yorkse St. Patrick’s Cathedral, één van Warhols favoriete plekken. Bij de aanwezigen tal van beroemdheden, zoals Liza Minelli, Grace Jones , Calvin Klein, Roy Lichtenstein en Richard Gere. De pastoor op zijn uitvaart vatte het goed samen: “Mr Warhol was able to take the very simple and ordinary subjects of life and made them truly extraordinary.” 

Warhol zelf bleef over de dood denken als een kunstobject. Het liefst was hij na zijn dood teruggekeerd als een grote dikke ring om de vinger van Elizabeth Taylor.