Wat met politie en justitie na een brexit? Gaan we naar twee gescheiden veiligheidssystemen in West-Europa?

De Britse politie en justitie nemen een erg belangrijke positie in in de Europese samenwerking. Wat die positie zal zijn met de brexit op het einde van de maand, is politiek voorlopig erg onduidelijk. Al is er op het terrein wel eensgezindheid: het is in eenieders belang verder te blijven samenwerken. 

Bij de Belgische federale politie onderzoekt men nog hoe ze zich het best kunnen positioneren ten aanzien van de brexit-kwestie. Het denkwerk daarover is nog volop aan de gang en eerstdaags verwacht men een document. Bij Europol, de organisatie die alle politiediensten van de Europese Unie groepeert, anticipeert men op de brexit door rekening te houden met diverse scenario’s.

Ofwel komt er geen deal. Theoretisch is het dan eenvoudig: het Verenigd Koninkrijk is niet langer een EU-land en bijgevolg kan het ook geen lid meer zijn van Europol. De samenwerking houdt met andere woorden op. 

Ofwel slaagt Theresa May erin haar deal wel door het Britse parlement te laten goedkeuren. In die optie zou het Verenigd Koninkrijk het statuut kunnen krijgen van "derde land". Europol werkt nu ook al samen met een 20-tal landen in dat statuut. Denk in dit verband aan samenwerkingsakkoorden met landen als Zwitserland, Noorwegen of ook de Verenigde Staten. Zo’n akkoord is dus niet uitzonderlijk. Europol heeft het nu al met in totaal 48 landen. 

Het kan beschouwd worden als een operationeel akkoord dat gesloten moet worden op het niveau van de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk, niet op het niveau van Europol zelf dus. Anders gezegd, het is een zuiver politiek akkoord. 

Zo’n akkoord houdt in dat het derde land weliswaar toegang heeft tot de databanken, maar enkel onrechtstreeks. 

In het European Information System zitten ruim 4 miljoen objecten en personen die op een of andere wijze voorkomen in een politioneel dossier van een Europees land

Er zijn verschillende databanken waarvan de belangrijkste het European Information System (EIS) is. In EIS zitten ruim 4 miljoen objecten en personen die op de een of andere manier voorkomen in een politiedossier van een Europees land. EIS bevat een schat aan informatie die erg belangrijk kan zijn om politiedossiers te voeden of verbanden te leggen tussen verschillende dossiers. Evident dat dit een belangrijk werkinstrument is voor een politiedienst.

Het statuut van "derde land" betekent per definitie ook dat het land geen leidende rol kan spelen in een aantal Europolprojecten. Europol heeft bijzondere projecten lopen met betrekking tot criminaliteitsfenomenen, een beetje vergelijkbaar met ons Nationaal Veiligheidsplan. Elk project wordt geleid door een land en daardoor kan dat land ook zijn stempel drukken. Die leidende rol is enkel weggelegd voor volwaardige EU-landen. 

En hetzelfde kan natuurlijk ook gezegd worden over de organisatie in het algemeen. Een "derde land" verliest evident invloed in de internationale organisatie. 

Het kan ook dat de brexit leidt tot de onderhandeling van een afzonderlijk verdrag over veiligheid en justitie. Het valt af te wachten wat dat dan zou worden. Maar algemeen kan gezegd worden dat er op het niveau van Europol gewerkt wordt met operationele akkoorden (waarbij concrete informatie wordt uitgewisseld) en met strategische akkoorden (waarbij enkel globale informatie wordt uitgewisseld). 

Wat het ook wordt, iedereen in de politiewereld is het erover eens dat de samenwerking bestendigd moet worden. Ook de Britse politie is in dezen uitdrukkelijk vragende partij en zij hebben hun stem ook duidelijk laten horen. "Belang" moet dus vanuit een Brits standpunt vooral ook geïnterpreteerd worden als "eigenbelang". De verhouding tussen het Verenigd Koninkrijk en de andere Europese landen wordt niet door iedereen als gelijkwaardig en evenwichtig ervaren. 

In dat verband wordt weleens gezegd dat de Britten niet echt uitblinken in transparantie en samenwerking. Onderzoeksrechters klagen zelfs zonder meer over een gebrek aan goede wil aan de overkant van het Kanaal. 

Politieke kwestie

Maar, zoals bekend, de brexit-onderhandelingen zijn een zuiver politieke kwestie waarbij organisaties als Europol wel kunnen wegen op de besluitvorming, maar als partij zijn ze er niet rechtstreeks bij betrokken. Ook Europol zit in een afwachtende positie. 

Dat laatste neemt niet weg dat bij Europol al gesprekken gevoerd worden met het Britse personeel. Het gaat over zo’n vijftig mensen waarvan er een dertigtal vast bij Europol in dienst is, de overige zijn gedetacheerd of hebben het statuut van verbindingsofficier. Met die vastbenoemde mensen worden momenteel individuele gesprekken gehouden om na te gaan wat de mogelijkheden zijn. 

Hoewel Europol de jongste jaren enorm gewonnen heeft aan slagkracht en belang, gaat de brexit-discussie veel verder dan dat. In de onderhandelingen zou er naast Europol vooral gefocust worden op vijf andere sleutelkwesties:

  • Eurojust (de samenwerking tussen vooral de parketten)
  • De Schengenverdragen (die het vrij verkeer van personen regelen, maar waar Groot-Brittannië niet behoort tot de Schengenzone)
  • Europees Aanhoudingsmandaat (dat de aanhouding en overlevering regelt van personen die vervolgd worden)
  • Verdrag van Prüm (heeft betrekking op de uitwisseling van DNA, gegevens, vingerafdrukken en nummerplaten)
  • Joint Investigation Teams (JIT), tijdelijke internationale onderzoeksteams die grensoverschrijdende zaken onderzoeken

De ironie van de brexit

Professor em. Cyrille Fijnaut, expert in politiezaken, omschrijft het als de ironie van de brexit. Juist de brexit beklemtoont het wederzijds belang van Europese samenwerking. Al voegt ook hij eraan toe dat dat belang best ook wel asymmetrisch te noemen is. Het is vooral Groot-Brittannië dat (potentieel) veel te verliezen heeft. 

Een vreedzame revolutie

In een recent gepubliceerd boek ("Een vreedzame revolutie", 2018, Intersentia) beschrijft Fijnaut uitvoerig de ontwikkeling van de politiële en justitiële samenwerking in de Europese Unie. In een afzonderlijk hoofdstuk heeft hij het over de Unie en de brexit. Het valt nog af te wachten wat het precies allemaal zal worden (om die reden ook wacht hij nog met een geactualiseerde Engelstalige versie). Maar het is voor hem wel duidelijk dat de Britten altijd al een wat dissidente rol gespeeld hebben in de totstandkoming van de Europese samenwerking op het vlak van veiligheid. 

Criminaliteit stopt niet aan de landsgrenzen en er is met andere woorden geen andere optie dan verder te blijven samenwerken

Maar in de praktijk werd hoe langer hoe duidelijker dat in de bestrijding van terrorisme en georganiseerde criminaliteit er eigenlijk geen andere optie is dan samen te werken. En de brexit mag daaraan geen einde maken. Dat zei bv. ook de voormalige Engelse directeur van Europol, Rob Wainwright ( de man die vorig jaar werd opgevolgd door de Belgische Catherine De Bolle). Andere politiechefs volgden hem daarin en lieten niet na dat zo nodig met harde cijfers te onderbouwen. In de periode april 2015 – juni 2016 voerden de Britse diensten in totaal 429.724 meldingen in het Schengen Informatie Systeem, werden er ruim 2.000 personen in het Verenigd Koninkrijk aangehouden op basis van het Europees aanhoudingsbevel en in 2015 verstuurde en ontving het Verenigd Koninkrijk 37.000 berichten via Europol. 

Criminaliteit stopt niet aan de landsgrenzen en er is met andere woorden geen andere optie dan verder te blijven samenwerken. 

In de mate dat we daar zicht op hebben is de Britse regering daarvan ook wel overtuigd geraakt. In elk geval hebben diverse leidinggevenden uit de Britse politie en inlichtingendiensten hierover duidelijke taal gesproken en dat zou niet in dovemansoren gevallen zijn. Het ziet ernaar uit dat de Britse regering op dit vlak dan ook bereid is om vergaande concessies te doen. 

De verwachting, zo schrijft Fijnaut, is niet dat de brexit zal leiden tot twee gescheiden veiligheidssystemen in West-Europa.