Op reis met Vlaamse meesters: Deze schoolmeisjes veroorzaakten 140 jaar geleden al controverse in de straten van Brussel

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden. Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "De optocht van de scholen in 1878" van Jan Verhas (1880) of de politieke betekenis van een schijnbaar onschuldig defilé van sierlijke schoolmeisjes. 

"De optocht van de scholen in 1878" vond plaats in Brussel om de zilveren bruiloft van koning Leopold II en koningin Marie-Henriette te vieren. Op 22 augustus 1878 defileerden ongeveer 23.000 schoolkinderen uit de verschillende Brusselse wijken voor het koninklijke paar op het Paleizenplein.

Leopold II was een liefhebber van schooloptochten en allerlei vormen van straatparades. Maar het defilé van 1878 was anders. De optocht vond plaats in het jaar dat de homogeen liberale regering Frère-Orban-Van Humbeeck aan de macht kwam. De radicaal antiklerikale leiding zou een nieuwe schoolwet in het leven roepen. Daarmee barstte een schoolstrijd los die het land decennialang in tweeën zou verdelen.

Misbruik van kinderen

Het waren kinderen uit het officiële onderwijs die paradeerden tijdens de schooloptocht die Jan Verhas schilderde. Ze symboliseerden de toekomst van de nieuwe natie en de superioriteit van het officiële onderwijs tegenover het katholieke onderwijs. De schoolkinderen kregen het label van goede patriotten van een pril land dat amper 50 jaar oud was. Al zijn er verder niet zo veel gelijkenissen, de symboliek van kinderen op straat was toen al even groot en precair als bij de klimaatspijbelaars vandaag.

Leopold II probeerde als koning de kerk zoveel mogelijk in het midden te houden. Maar dat belette niet dat de optocht op felle kritiek van de ultramontaanse (zeer sterk pausgerichte, nvr) katholieke pers stuitte. Ze schreef over misbruik van onschuldige kinderen uit partijpolitieke motieven. Het was nog maar een begin van katholiek verzet tegen de "ongelukswet" die uiteindelijk tot de val van de liberale regering zou leiden.

Jan Verhas, geliefd in burgerlijke kunstsalons, vrijmetselaar en van liberale signatuur, schilderde vermoedelijk bewust enkel de schoolmeisjes, en niet de jongens die volgden. Het schilderij moest de verbeterde toegang van meisjes tot het onderwijs demonstreren, een politieke verworvenheid van het pedagogische liberalisme van de Verlichting.

Verhas voltooide het schilderij in 1880. Het werd meteen gekocht door de liberale regering die het een prominente plaats gaf in het Paleis voor Schone Kunsten. Verhas hield er een gevierd en lucratief schilderij aan over. Door de opkomst van de fotomechanica werd het doek massaal gereproduceerd. Zo kwam het terecht in officiële gebouwen en scholen, en vooral niet in de "vrije" katholieke scholen.

Bourgeois icoon

In de 20e eeuw werd "De optocht van de scholen in 1878" nog hooguit als een bourgeois icoon beschouwd. Het werd een uitgelezen voorbeeld van de kunst waar James Ensor zich zo tegen afzette met "De intrede van Christus in Brussel".  Waarschijnlijk niet toevallig hangt het al jaren ergens buiten categorie in de inkomhal van het KMSK Brussel.

Vooral bruikbaar voor historici, maar toch blijft het tafereel een fascinerend kijkstuk. Met fotografisch gevoel voor detail laat Jan Verhas de meisjes gedisciplineerd defileren. In plaats van militaire uniformiteit schildert Verhas identificeerbare kinderen. De 14 sierlijke kinderen op de voorgrond staan in verschillende houdingen en hebben stuk voor stuk andere gelaatsuitdrukkingen. Ze dragen andere kleuren van schoenen, met een lintje of een bijzondere hoed. Het moet hen een zweem geven van liberale waarden als vrijheid en identiteit.

Model voor de kinderen stonden onder anderen een nichtje van Verhas, de dochters van schilders Alfred Stevens en Alfred Verwée en de dochter van liberaal politicus Paul Janson. Ook veel toekijkende hoogwaardigheidsbekleders zijn herkenbaar geschilderd.

Defileren in de voortuin

De stralende schoolmeisjes van 1880 defileerden exact op de plaats waar nu de voortuin van het Koninklijk Paleis aan het Paleizenplein ligt. Het paleis was in die periode nog lang niet het monumentale gebouw van vandaag. Aanvankelijk was het vooral een verbouwing van enkele statige hotels. Het zou tot Leopold II duren voor het paleis koninklijke allure kreeg.

In 1861 begonnen de ambitieuze verbouwingen. Ze zouden een voorbode zijn van de grote urbanistische plannen die Leopold II voor België in petto had. Op de dag van de scholenoptocht in 1878 was pas de bescheiden eerste fase van de verbouwing klaar. De zuilengalerij en een deel van de balkons die zichtbaar zijn op het schilderij werden behouden. 

Leopold II zou nooit het voltooide paleis zien

Het Paleizenplein zou daarna opschuiven naar het aangrenzende Warandepark en plaatsmaken voor voortuinen met parterres en erehekken. Het paleis zelf werd aanzienlijk uitgebreid in de lengte. Vooral de statige voorgevel moest het verschil maken. Leopold II zou trouwens nooit de voltooide gevel zien. Hij overleed nog voor het einde van de werken. Sindsdien is het paleis nauwelijks nog veranderd. Ook het Paleizenplein heeft nog altijd zijn kasseien, al is dat al lang niet meer voor paard en kar.

Op de achtergrond zijn de hotels Belle Vue en Café de l'Amitié zichtbaar. Ze grenzen nu aan het huidige Koningsplein en waren toen luxe-etablissementen voor rijke bezoekers, dicht bij het oude centrum en het chique Warandepark. 

"De optocht van de scholen in 1878" van Jan Verhas hangt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Brussel