Europa screent vanaf april op verdachte buitenlandse investeringen

De Raad van de Europese Unie heeft het licht op groen gezet voor de screening van buitenlandse investeringen in strategische sectoren in de EU. Die nieuwe regels starten in april en moeten een antwoord bieden op de bezorgdheid in bepaalde lidstaten over voornamelijk Chinese manoeuvres.

Binnen het nieuwe kader moeten lidstaten elkaar en de Europese Commissie op de hoogte houden van de investeringen van derde landen in hun strategische sectoren. Op verzoek moeten ze bepaalde informatie delen, bijvoorbeeld over de eigendomsstructuur of de financiering. De Commissie kan ook een advies uitbrengen als ze denkt dat een investering een impact kan hebben op de veiligheid of de openbare orde in één of meerdere lidstaten, of op Europese programma's als Galileo. De lidstaten behouden dus zelf het recht om te beslissen of ze een investering willen blokkeren.

De Commissie legde het voorstel in het najaar van 2017 op tafel op aansturen van Frankrijk en Duitsland. Aanleiding was de toenemende ongerustheid over overnames door obscure, aan de overheid gebonden bedrijven uit landen als China en Rusland. De vrees bestaat dat die landen zo toegang zouden krijgen tot gevoelige sectoren, zoals defensie of energie. Momenteel is er bijvoorbeeld veel ongerustheid over de Chinese telecomreus Huawei. In België voert het Centrum voor Cybersecurity (CCB) een onderzoek naar mogelijke spionage door het bedrijf, dat netwerkinfrastructuur levert aan onder meer Proximus en Orange.

Momenteel hebben veertien EU-landen al een eigen nationaal mechanisme om buitenlandse investeringen te screenen. België is daar niet bij. De landen die nog geen eigen systeem hebben, worden door het nieuwe Europese kader niet verplicht zo'n mechanisme in te voeren. Maar als ze het toch doen, moet hun screeningsmechanisme aan een aantal criteria voldoen, bijvoorbeeld over de bescherming van vertrouwelijke informatie en het recht op beroep wanneer een overheid een investering tegenhoudt.