Copyright by MaxPixel

OESO erg pessimistisch over Europese economie: “Het ziet er niet goed uit”

“Het ziet er niet goed uit”, met die woorden begon OESO-voorzitter Laurence Boone vanochtend haar presentatie over de laatste prognose van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling voor de groei van de wereldeconomie. Vooral de Europese economie baart de OESO zorgen, want de Europese motor blijkt verder stil te vallen.

De OESO, die de grootste economieën vertegenwoordigt, gaat ervan uit dat de groei van de wereldeconomie dit jaar uitkomt op 3,3 procent. Een paar maanden geleden ging men nog uit van 3,5 procent groei.

Voor 2020 wordt een wereldwijde economische groei van 3,4 procent verwacht. Dit is ook minder dan bij de eerdere raming, uit november, toen nog rekening werd gehouden met 3,7 procent groei.

De neerwaartse bijstelling is onder meer het gevolg van de groeivertraging in China, aanhoudende politieke onzekerheden en de handelsoorlogen, zei voorzitter Boone in haar toelichting van de prognose. “Als China niest, kunnen we allemaal een verkoudheid krijgen”, omschreef Boone het plastisch.

Europa

Voor vrijwel alle belangrijke economische regio's is de OESO gematigder in zijn voorspelling in vergelijking met eind vorig jaar, maar vooral in de eurozone werden de vooruitzichten fors naar beneden bijgesteld.

Er wordt verwezen naar de onzekerheid rond de brexit en naar de kwetsbaarheid van de Italiaanse economie. Voor dit jaar werd de groeiverwachting voor de eurozone met 0,8 procent verlaagd, tot nog slechts 1 procent groei. In 2020 gaat men uit van 1,2 procent groei in de eurozone.

Met name landen als Duitsland (-0,9 procent) en Italië (-1,1 procent) zien hun groei fors terugvallen. Dat laatste land zou volgens de OESO zelfs in een recessie belanden. Beide landen zijn sterk afhankelijk van export. Duitsland en Italië duwen samen de prognoses voor Europa naar beneden. Voor België worden geen aparte vooruitzichten gepubliceerd.