Video player inladen ...

Hoe ver staat het met de "Afrikaanse Grote Groene Muur" die het continent groener moest maken?

In Afrika is twaalf jaar geleden beslist om in de regio van de Sahel en de Sahara een grote groene muur aan te leggen: een gigantische strook bomen van 15 kilometer breed en bijna 8.000 kilometer lang, die loopt van het westen naar het oosten van het continent. De muur moet onder meer klimaat­verandering en uitbreiding van de woestijn tegengaan. Hij zou het landschap transformeren naar een groener gebied en de levensomstandigheden van miljoenen mensen verbeteren. Maar ondertussen is gebleken dat zo’n muur van bomen toch niet zo effectief is. Een verzameling van realistische kleinere projecten moet nu de lokale bevolking en de natuur helpen. 

De Afrikaanse Grote Groene Muur (AGGM) is een bomenmuur die tot de verbeelding spreekt. De bomengordel loopt van Senegal, een land in het uiterste westen van Afrika, tot helemaal in het oosten van het continent, Djibouti. Het ambitieuze project van de Afrikaanse Unie ging in september 2011 van start.

De muur moest de oplossing bieden tegen de oprukkende Sahara, droogte en landdegradatie. De woestijn verspreidt zich namelijk te snel en dat heeft een negatief effect op miljoenen mensen in deze regio, mensen die ook nog eens tot de armsten van de wereld behoren. Verwoestijning wordt trouwens  veroorzaakt door de invloed van de mens op het fragiele ecosysteem, door ontbossing en klimaatverandering.  

13 Afrikaanse landen hadden zich geëngageerd

In een land als Senegal bijvoorbeeld had overbegrazing een zeer negatieve invloed op het land. Er leven vooral nomadische herders, en door de dieren te veel te laten grazen kon het land zich niet snel genoeg meer herstellen.

Leiders van 13 Afrikaanse landen hebben zich destijds geëngageerd om de negatieve sociale, economische en ecologische effecten tegen te gaan met het AGGM-initiatief.  Zo hebben Algerije, Burkina Faso, Tsjaad, Djibouti, Egypte, Ethiopië, Gambia, Mali, Mauritanië, Niger, Nigeria, Senegal en Soedan zich allemaal geëngageerd.

Senegal betere leerling van de klas

Senegal is een van de betere leerlingen van de klas. In het land werden al miljoenen bomen aangeplant en het gebeurde op een vrij efficiënte manier. Rond de bomen werden de eerste zes jaar hekken geplaatst, zodat de wortels konden groeien tot aan het grondwater en de bomen zo hoog konden worden dat dieren niet meer bij de bladeren kunnen. 

De bomenmuur had ook al effect, want onder andere de temperaturen werden minder extreem in de regio. En bodemerosie veroorzaakt door de wind kwam minder voor, volgens plaatselijke wetenschappers. Maar ook daar loopt het soms mis en is er nog heel wat ruimte voor verbetering.

"Aanplanting niet overal even vlot"

Maar niet overal loopt de aanplanting even vlot. De Sahel en de Sahara zijn regio’s waar amper neerslag valt. Dat de bomen in deze omstandigheden overleven, is niet zo vanzelfsprekend. Daarnaast hebben in sommige regio’s politieke instabiliteit en terreur een erg negatieve impact. 

Om al die redenen is de aanpak veranderd en is men afgestapt van een “eenvoudige” rij bomen. De Afrikaanse Grote Groene Muur is ondertussen geëvolueerd tot een verzameling van allerlei kleinere projecten die veel meer aansluiten bij de noden en werkwijzen van de lokale boeren.

Duizenden initiatieven

Duizenden initiatieven moeten de lokale bevolking helpen en de natuur verbeteren. Het zijn projecten waarbij bijvoorbeeld waterreservoirs voor het vee geïnstalleerd worden of waar aan kleinschalige irrigatie wordt gedaan. Op deze manier worden duurzaamheid, inspraak van de lokale bevolking en klimaatverbetering op een positieve manier met elkaar verbonden. 

Maar om de ontwikkelingsdoelen voor 2030 te halen, zouden er elk jaar tien miljoen hectare grond hersteld moeten worden. Of deze aanpassingen voldoende zullen zijn om deze doelstellingen te halen, valt af te wachten.

Bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal":

Video player inladen ...