Een van de skeletten in een typische houding, op de rug en met de benen opgetrokken. G.Prieto, J.Verano et al. in PLoS 2019

Hart van meer dan 140 kinderen verwijderd in oude offerceremonie in Peru

Een internationaal team van archeologen heeft bewijzen gevonden voor een massale rituele slachting, waarbij meer dan 140 kinderen, 3 volwassenen en meer dan 200 jonge lama's gedood en begraven zijn. De slachting gebeurde tussen 1400 en 1450 van onze tijdrekening aan de noordkust van Peru, die toen onder controle stond van de Chimú-beschaving. Waarschijnlijk is de offerplechtigheid, waarbij het hart van zowel de kinderen als de lama's uit hun borstkas verwijderd werd, gehouden na hevige regenval en een overstroming met mogelijk grote economische en politieke gevolgen.

De Chimú zijn in het Westen veel minder bekend dan de Maya's, de Inca's of de Azteken, maar op het hoogtepunt van haar macht was de Chimú-beschaving een van de machtigste staten in de Nieuwe Wereld. 

De bloeiperiode van de Chimú ligt tussen de 11e en de 15e eeuw n.C., toen de staat een groot deel van de Peruaanse kust controleerde. Op zijn hoogtepunt strekte het Chimú-rijk zich uit over zo'n 1.000 kilometer van de kust, van de huidige grens tussen Peru en Ecuador in het noorden tot de huidige hoofdstad van Peru, Lima, in het zuiden, en het lijkt er steeds meer op dat de Chimú ook de aangrenzende hooglanden controleerden.

Het overwicht van de Chimú was gebaseerd op intensieve landbouw, waarbij de velden bevloeid werden door een vernuftig systeem van kanalen. Dat werd gecontroleerd door een blijkbaar efficiënte bureaucratie, die er ook voor zorgde dat de oogsten en luxeproducten overgebracht werden naar goed georganiseerde opslagfaciliteiten in de steden en provinciale administratieve centra. 

De hoofdstad van de Chimú wordt nu Chan Chan genoemd, en ze lag aan de noordkant van de Moche-vallei, op enkele kilometers van het moderne Trujillo. Chan Chan was in zijn glorietijd een van de grootste steden in de Amerika's, en het omvatte verschillende paleizen die door de opeenvolgende koningen gebouwd werden, administratieve centra, pleinen, begraafplaatsen, tuinen en tempels, die met elkaar verbonden waren door wegen. 

De hoofdstad van de Chimú, Chan Chan, ligt bij de huidige stad Trujillo. Op enkele kilometers van Chan Chan ligt Huanchaquito-Las Llamas waar het massagraf gevonden is. G.Prieto, J.Verano et al. in PLoS 2019

Dieren- en mensenoffers

Het offeren van mensen en dieren was niet ongewoon in verschillende samenlevingen uit onze vroege geschiedenis. In precolumbiaans Peru werden mensen gedood en bijgezet in graven om belangrijke persoonlijkheden bij te staan in het hiernamaals, werden ze gedood en begraven als inzegeningsoffer van monumentale gebouwen, en geofferd als gift aan de goden in verschillende omstandigheden. Gevangen vijanden werden gedood in formele rituelen, of bij spontane wraakacties.

Van de Chimú is geweten dat ze in de Late Tussentijd, een woelige periode in de geschiedenis van de Peruaanse noordkust die van 900 tot 1500 n.C. liep, zo'n 200 mensen, kinderen, volwassenen en ouderen, geëxecuteerd hebben in Punta Lobos tijdens de verovering van het gebied rond 1350 n.C.

Bij opgravingen in de hoofdstad Chan Chan zijn de resten gevonden van honderden jonge vrouwen, die geofferd werden om hun koningen te vergezellen in hun tombes, en recent onderzoek heeft een groeiend aantal menselijke offers blootgelegd bij monumentale gebouwen en op geïsoleerde locaties zoals heuveltoppen. 

Wat dieren betreft, zijn lama's en/of alpaca's de dieren die in precolumbiaans Zuid-Amerika het meest gebruikt werden als offerdier. Het meest voorkomend is dat een hele lama of delen ervan, meestal de schedel en de uiteinden van de poten, als grafgiften werden meegegeven.

Massale slachtingen van lama's zijn zeldzaam en bleven meestal beperkt tot minder dan 10 dieren. Er zijn evenwel een paar gevallen bekend waar grote aantallen lama's geslacht en begraven werden: in de Nazca-vallei aan de zuidkust van Peru werden 64 hele lama's gevonden die blijkbaar samen begraven werden, en aan de noordkust werden 88 schedels gevonden op een site van de Moche-beschaving.  

Onder de Chimú-bezetting van de Moche-vallei werden volledige lama's alleen of samen met mensen begraven in graftombes, en aan de voorraadschuren in Huaca de Luna en Chan Chan.

En dan was er nog het geval van de 17 kinderen en 20 lama's die gevonden werden in een eenvoudige begraafplaats bij de kuststad Huanchaco.

Een deel van de graven in Huanchaquito-Las Llamas. G.Prieto, J.Verano et al. in PLoS 2019

Kinderen

Er wordt gezegd dat veel oude samenlevingen peuters en kinderen offerden, maar archeologische aanwijzingen voor het opzettelijk doden van kinderen ontbreken meestal in de gevallen waar dat gezegd wordt. In de Oude Wereld zijn de archeologische aanwijzingen voor het offeren van kinderen meestal weinig overtuigend, en ook in Noord- en Midden-Amerika zijn de aanwijzingen vaak dubbelzinnig. Wel zijn er steeds meer overtuigende voorbeelden van de praktijk bij de Maya's, en het best gedocumenteerde bewijs is dat van Offer 48 in de Templo Mayor in de Mexicaanse stad Tenochtitlan. Daar werden 42 kinderen geofferd.

Wat de Andes in Zuid-Amerika betreft, is het geweten dat de Inca's kinderen offerden, net als een aantal samenlevingen die hen in het gebied voorafgingen. Er zijn geen archeologische bewijzen die de etnohistorische verhalen staven als zouden de Inca's grote aantallen kinderen geofferd hebben bij speciale gelegenheden, zoals de dood of de kroning van een koning, maar de laatste decennia zijn er wel een klein aantal kinderoffers gevonden op hoge bergtoppen. 

Voor de noordkust van Peru is er, tot de huidige vondst in Huanchaquito-Las LLamas, weinig archeologisch bewijs voor offers die uitsluitend uit kinderen bestonden. De etnohistorische bronnen zijn beperkt tot de getuigenis van een Spaanse broeder die beweerde dat de Chimú kinderen offerden bij een maansverduistering, en die ook het verhaal vertelde van een plaatselijke genezer in de buurt van de Jequetepeque-vallei, die kinderen offerde op "heilige plaatsen". 

Bij de Chimú zijn wel gevallen bekend van rituele offers van een mengeling van kinderen, adolescenten en volwassenen, maar tot nu was er slechts één mogelijk geval bekend van een offer dat uitsluitend bestond uit kinderen en lama's. 

In 1969 vonden archeologen bij opgravingen in de kuststad Huanchaco de overblijfselen van 17 kinderen en 20 lama's, die samen begraven waren in eenvoudige graven zonder grafgiften. De graven werden gedateerd rond 1400 n.C., tijdens de overheersing door de Chimú van het gebied.

De mogelijke doodsoorzaak van de kinderen werd niet onderzocht, maar op basis van de archeologische context en het abnormale begrafenispatroon, besloten de archeologen toch dat het ging om een ritueel offer. Zeker was dat echter niet, en aangezien er geen andere aanwijzingen voor het offeren van kinderen gevonden werden aan de noordkust van Peru, bleef deze vroege vondst een intrigerend maar alleenstaand geval.  Tot nu. 

Twee van de kinderskeletten liggen nog half begraven onder het zand. John Verano (2019)

Een weg door de duinen

Op het einde van de jaren 90 werd er een weg aangelegd door een duinengebied op zo'n 350 meter van de kustlijn, zo'n 11 meter boven het zeeniveau en zo'n 3 kilometer van de Chimú-hoofdstad Chan Chan. 

In 2011 begonnen er verhalen de ronde te doen van plaatselijke inwoners over beenderen van mensen en lama's die bloot kwamen te liggen in de duinen langs de weg, en de Peruaanse archeoloog Gabriel Pietro vroeg en kreeg toestemming om een noodopgraving te verrichten in het gebied.

Bij de opgravingen werden geen sporen van bewoning gevonden, maar wel een groot aantal dicht bij elkaar gelegen grafputten met de overblijfselen van 43 kinderen en 74 lama's. Koolstofdatering plaatste de begraafplaats rond 1450 n.C., in de Late Tussentijd, toen de noordkust van Peru onder het gezag van de Chimú stond. 

Uit de archeologische context bleek dat de kinderen en lama's ritueel geofferd waren. De ongewone posities waarin de kinderen begraven waren en de afwezigheid van grafgiften, toonden aan dat dit geen gewone begraafplaats van de Chimú was, en bovendien bleek uit een analyse van 10 van de kinderskeletten dat bij de helft ervan het borstbeen dwars doorgesneden was. Dat, samen met de vaststelling dat een aantal ribben verplaatst waren, leidde tot het vermoeden dat de borstkas opengesneden was, mogelijk om het hart te verwijderen. 

Bij de lama's werden overigens gelijkaardige sporen gevonden op de ribben en het borstbeen. 

Verdere opgravingen in 2014 en 2016 brachten het totale aantal individuen op 140, 137 kinderen en 3 volwassenen, en daarnaast nog 200 lama's.  Het totale aantal kinderen moet in werkelijkheid nog hoger liggen, want er werden ook nog onvolledige stoffelijke resten van kinderen gevonden in delen van de begraafplaats die verstoord waren door recente menselijke activiteiten. 

De volwassenen zijn twee vrouwen en een man, en uit DNA-onderzoek blijkt dat er bij de kinderen zowel jongens als meisjes waren. Uit onderzoek van de skeletten en de schedels blijkt dat de kinderen vrij gezond waren op het ogenblik van hun dood, en dat ze waarschijnlijk uit verschillende etnische groepen en geografische streken kwamen. 

De drie volwassenen zijn dicht bij elkaar en ook dicht bij een aantal kindergraven begraven, en bij hen is de borstkas niet opengesneden. Een van de vrouwen is om het leven gebracht met een klap op het hoofd, bij de andere twee is de doodsoorzaak niet duidelijk. De volwassenen werden niet in dezelfde positie begraven als de kinderen. De vrouwen lagen op hun knieën met hun aangezicht naar beneden, de man lag lang uitgestrekt op zijn rug. De onderzoekers vermoeden dat de volwassenen de kinderen tijdens de laatste maanden of weken voor hun dood verzorgd hebben, en samen met hen zijn gedood en begraven. 

De meeste kinderen werden begraven met hun hoofd naar de zee, bij de lama's wees dat naar de andere kant, naar de bergen. De kinderen waren in een eenvoudige katoenen doek gewikkeld, en ze werden begraven in een van drie posities: liggend op hun rug met hun knieën opgetrokken, op hun zij met hun knieën opgetrokken, of languit op hun rug. De kinderen werden vaak in groepjes van drie begraven, beginnend met de jongste en oplopend naar de oudste.

Sommige kinderen hadden een speciale behandeling ondergaan voor ze geofferd werden: bij een aantal kinderen was het gezicht ingewreven met een rood pigment, en een aantal andere, vooral oudere, kinderen droeg een opvallende katoenen hoofdtooi. 

De lama's werden zorgvuldig naast of zelfs boven op de lichamen van de mensen geplaatst, en in veel gevallen werden lama's met contrasterende kleuren, beige en bruin bijvoorbeeld, samen begraven maar dan wel in verschillende richtingen wijzend. Uit onderzoek van de skeletten blijkt dat het om jonge, en zelfs heel jonge dieren van nog geen negen maanden ging, en waarschijnlijk waren het lama's en geen alpaca's.  

Een duidelijke snede dwars door sternale elementen, die bij kinderen nog niet aaneengegroeid zijn, en die later een deel van het borstbeen zullen vormen.  G.Prieto, J.Verano et al. in PLoS 2019

Eén bloederige dag

De site van de begraafplaats was oorspronkelijk bedekt met een laag gedroogde modder, die in het oostelijk deel nog grotendeels bewaard is. De noordkust van Peru is normaal gezien erg droog en krijgt bijna geen neerslag, maar een weerfenomeen dat de El Niño-Southern Oscillation genoemd wordt, veroorzaakt af en toe een stijging van de temperatuur van het zeewater voor de kust, wat het mariene leven verstoort, en hevige stortregens die kunnen leiden tot overstromingen in het kustgebied. 

Waarschijnlijk is de modder op de site afgezet door zo'n overstroming, en is het rituele offer kort daarna uitgevoerd. 

Dat blijkt uit goed bewaarde afdrukken van de sandalen van volwassenen, de blote voeten van kinderen en de poten van jonge lama's en van honden, die gemaakt moeten zijn in de nog natte modder. 

Uit de oriëntatie van de afdrukken blijkt dat een groep uit het noorden moet gekomen zijn, en een andere groep uit het zuiden, en dat ze elkaar ontmoet hebben in het midden van de offerplaats. Daar is het offer dan waarschijnlijk voltrokken, en de kinderen en de lama's werden vervolgens in de graven gelegd. Een klein aantal kinderen en lama's werden achtergelaten op de nog drogende modder. 

Uit het feit dat de slachtoffers eerst rondgelopen hebben in het gebied waar ze begraven zijn, en uit de ordelijke en georganiseerde manier waarop ze begraven zijn, leiden de onderzoekers af dat het massale offer waarschijnlijk in een keer gebeurd is, in een bloederige dag. 

Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat bijna alle kinderen een enkele dwarssnede vertoonden door een van hun sternale elementen, de bij kinderen nog niet aaneengegroeide elementen van het borstbeen. De snede was duidelijk gemaakt door een 'ervaren' hand, want ze vertonen allemaal dezelfde hoek en richting, en zijn overal gemaakt op dezelfde plaats. Ook bij de lama's was dat het geval.

Bij veel van de kinderen (en de lama's) waren de ribben verplaatst en open gespreid, wat erop wijst dat de borstkas met veel kracht geopend is. Waarom dat gebeurd is, kan niet met zekerheid gezegd worden, maar waarschijnlijk was het om het hart uit de borstkas te halen. 

Verhalen van Spaanse kroniekschrijvers spreken over het verwijderen van het 'nog kloppende' hart door de Inca's, ook bij kinderen, en ook bij het offeren van lama's wordt de praktijk beschreven, in de hooglanden van Peru wordt ze zelfs nu nog toegepast. 

Het massaal offeren van kinderen en lama's zoals dat heeft plaatsgevonden in Huanchaquito-Las Llamas, overtreft in aantal veruit alle andere vormen van kinderoffers door de Inca's of de Maya's die we kennen, en het is blijkbaar gebeurd in een poging om de goden gunstig te stemmen na een rampzalige overstroming. 

En het verhaal krijgt nog een akelig staartje: archeoloog Prieto is intussen opgravingen begonnen op een site in het nabijgelegen Pampa La Cruz, waar hij tot nu toe al 132 skeletten van kinderen en 250 skeletten van lama's gevonden heeft. Huanchaquito-Las Llamas was dus geen alleenstaand feit, deze rituele slachtingen van kinderen hebben meermaals plaatsgevonden...

De studie van Prieto en zijn Amerikaanse, Peruaanse en Franse collega's is verschenen in PLoS ONE.

Een afdruk in de opgedroogde modder van een sandaal van een volwassene, een kind en een lama. G.Prieto, J.Verano et al. in PLoS 2019
Een lama in een graf boven op een kind. G.Prieto, J.Verano et al. in PLoS 2019