AFP or licensors

Waarom bemoeienissen van "Uncle Sam" in Venezuela in heel Latijns-Amerika nare herinneringen oproepen

De machtsstrijd in Venezuela lijkt muurvast te zitten na de mislukte pogingen van oppositieleider Juan Guaidó om het leger aan zijn kant te krijgen. Omdat de klok in zijn nadeel tikt, heeft Guaidó nu openlijk militaire steun gevraagd aan de Verenigde Staten. Dat hij rugdekking krijgt van de VS is al lang geen geheim meer. Maar ondanks de dreigende taal van de Amerikaanse president Donald Trump, lijkt er in Washington toch weinig animo voor een militair avontuur in Venezuela. Ook de buurlanden van Venezuela zien zo'n militaire interventie niet zitten. Amerikaanse bemoeienissen in de regio roepen immers nare herinneringen op, niet alleen in Venezuela, maar in heel Latijns-Amerika.

"Dood en vernieling, dat is het enige wat los yankees gezaaid hebben in landen waar ze tussenkwamen." Zelfs bij de grootste tegenstanders van de Venezolaanse president Maduro hoor je zulke commentaren en ze illustreren wat een grote meerderheid van de bevolking in Latijns-Amerika denkt.

Uncle Sam is berucht om z'n lange geschiedenis van interventies in z'n patio trasero - z'n achtertuin. De voorbije 200 jaar deinsde de VS voor weinig terug om z'n belangen veilig te stellen in Latijns-Amerika. Een studie van Harvard uit 2005 kwam tot de conclusie dat de VS tussen 1898 en 1994 er meer dan 40 regimewissels wisten uit te lokken. De aard van de interventies doet veel vragen rijzen over hoe ernstig de Amerikanen het nemen met de democratie en het internationaal recht, besluit de onderzoeker. Dat verklaart waarom het anti-Amerikaans sentiment zo diep geworteld is in de regio.

Wij zijn niet bang om de term Monroe-doctrine te gebruiken

John Bolton, Nationaal Veiligheidsadviseur VS

Maar de haviken in Washington liggen niet wakker van de gevoeligheden in Latijns-Amerika. John Bolton, Trumps nationaal veiligheidsadviseur, windt er zelfs geen doekjes om: "We zijn niet bang om de term Monroe-doctrine te gebruiken".

In de volgende paragrafen blikt VRT NWS terug op een woelige geschiedenis van VS-inmenging in Latijns-Amerika. We zijn het VRT-archief ingedoken en hebben deze drie Panorama-reportages opgevist, waaruit blijkt hoe groot de Amerikaanse impact is geweest in Chili, Panama en Nicaragua.

Het was de Amerikaanse president James Monroe die Europa in 1823 waarschuwde tegen verdere inmenging op het Amerikaanse continent. Europese kolonisatoren hadden een reeks onafhankelijkheidsoorlogen in Latijns-Amerika verloren en de Monroe-doctrine moest voorkomen dat ze op hun stappen zouden terugkeren.

Expansiedrang

Die Amerikaanse solidariteit met hun onafhankelijke zuiderburen was niet vrij van eigenbelang. De VS, zelf nog een jonge natie, zocht nieuwe afzetmarkten en was niet blind voor de bodemrijkdommen in Latijns-Amerika. Geleidelijk begon de VS zich dan ook zélf te bemoeien met de gang van zaken beneden hun zuidergrens.

Met de Monroe-doctrine bakende Uncle Sam als een hond z'n terrein af in Latijns-Amerika en met de Roosevelt Corollary eigenden de Amerikanen zich ook het recht toe om militair in te grijpen als hun belangen gevaar liepen. In de eerste helft van de 20e eeuw stuurde de VS maar liefst 30 keer troepen naar de regio. Eén van de eerste keren gebeurde dat trouwens naar aanleiding van... jawel, een conflict in Venezuela in 1902.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de beginselen van soevereiniteit en politiek zelfbeschikkingsrecht nadrukkelijk opgenomen in het Handvest van de Verenigde Naties. Het non-interventieprincipe werd zelfs nóg explicieter verdedigd in het charter van de Organisatie van Amerikaanse Staten. De militaire tussenkomsten namen ogenschijnlijk dan ook af, maar achter de schermen hield de VS de regio stevig in de greep. 

Koude Oorlog

In een context van Koude Oorlog kreeg de Amerikaanse inmenging ideologische drijfveren, want de VS wilde geen communistische regimes in z'n achtertuin. Maar de inmenging gebeurde zelden nog openlijk en vanaf de jaren 50 plakte de CIA er zelfs een term op: plausible deniability, verregaande geheimhouding, bemoeienissen mochten niet meer open en bloot, interventies mochten niet langer aantoonbaar zijn.

Uit vrijgegeven CIA-documenten is gebleken hoe de Amerikanen kosten noch moeite spaarden om het communistische tij te keren in Cuba. Maar ontelbare moordpogingen op Fidel Castro, terroristische aanslagen door Cubaanse ballingen vanuit Miami, een mislukte invasie van de Varkensbaai in 1961 en meer dan een halve eeuw handelsembargo hebben het Caraïbische eiland niet kleingekregen.

In Midden- en Zuid-Amerika werden wél regimewissels afgedwongen en dat leidde tot veel bloedvergieten in de jaren 60, 70 en 80. De herinnering aan de Chileense dictatuur, waar duizenden opposanten verdwenen, staat in het collectieve geheugen gegrift door films als Missing van regisseur Costa-Gavras.

In 1970 had de linkse Salvador Allende de presidentsverkiezingen in Chili gewonnen met zijn Volksfront: een coalitie van socialisten, communisten en links-liberalen. Allende wilde Chili via democratische weg hervormen tot een socialistische maatschappij.

Washington zag dat Chileense experiment uiteraard niet zitten en amper drie jaar later, op 11 september 1973, pleegde Augusto Pinochet een militaire staatsgreep met de hulp van de CIA. Pinochet bestuurde Chili 17 jaar lang met ijzeren hand en bleef al die tijd een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten.

Lees verder onder de foto.

Generaal Augusto Pinochet tijdens z'n benoeming tot opperbevelhebber van het leger door president Salvador Allende, 23 augustus 1973. Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Onder Pinochet werd Chili de neoliberale proeftuin van de wereld. Arbeidsrechten en sociale voorzieningen werden in sneltempo afgebroken terwijl repressie en grootschalige mensenrechtenschendingen schering en inslag waren.

Panorama maakte in de nadagen van de staatsgreep een balans op van Allende's beleid en legde uit waarom het Chileense experiment zo'n tragische mislukking werd.

Lees verder onder de video.

Video player inladen...

Al in de jaren vóór de staatsgreep probeerden de VS en andere buitenlandse spelers Chili te destabiliseren. "Make the economy scream", had president Richard Nixon de CIA bevolen en zelfs al vóór Allende z'n presidentiële eed aflegde, had de Amerikaanse multinational ITT een complot gesmeed om te verhinderen dat hij aan de macht kwam.

Make the economy scream
Bevel van president Richard Nixon aan de CIA in 1970

Dat complot mislukte, Allende werd president en de armste Chilenen kregen voor het eerst een menswaardig bestaan. Maar de middenklasse keerde zich tegen Allende, de elite vluchtte met haar kapitaal naar het buitenland en investeerders meden Chili als de pest. De invoer van grondstoffen en levensmiddelen werd gesaboteerd, de winkelrekken bleven leeg en de sociale onrust nam toe. Allende kreeg tegenwind uit alle richtingen.

Het internationale bedrijfsleven en financiële instellingen gingen daarbij niet vrijuit, analyseerde wijlen KUL-econoom Louis Baeck in de Panorama-uitzending van toen. Ze speelden indirect mee om Allende ten val te brengen.

Wat er met meneer Allende gebeurde in Chili in de jaren 70 is geen episode uit de Amerikaanse geschiedenis waar we trots op zijn

Colin Powell, Minister van Buitenlandse Zaken VS, 2003

Voor de directe rol die de VS speelde sloeg de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell mea culpa in 2003, door publiekelijk toe te geven dat wat er met Allende gebeurde in de jaren 70 geen episode was om trots op te zijn.

In Panama draait alles rond het kanaal, het land dankt er zelfs z'n ontstaan aan, want de provincie Panama kon zich in 1903 afscheiden van Colombia, omdat de Amerikaanse president Theodore Roosevelt er een legeropstand steunde uit strategische belang. In ruil moest het onafhankelijke Panama het grondgebied rond de kanaalzone (het Panamakanaal was toen half voltooid) wel voor eeuwig aan de VS overdragen.

Meer dan 70 jaar later sloot de Panamese nationalistische president Omar Torrijos een akkoord met de Amerikaanse president Jimmy Carter om Panama de soevereiniteit over de kanaalzone terug te geven. Maar het kanaal zelf werd pas eind 1999 aan Panama overdragen.

Late dekolonisatie

Een Panorama-reportage uit 1988 die u hier opnieuw kan bekijken, toont hoe Amerikaanse militairen en burgers geleidelijk hun privileges verloren op een strook Amerikaans grondgebied langs beide kanten van het kanaal. Voormalig VRT-journalist en presentator William Van Laeken, kondigde de reportage dan ook aan als "een verslag van een late dekolonisatie". 

Lees verder onder de video.

Video player inladen...

Daarmee kwam er echter geen einde aan de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Panama. Integendeel, door de kanaalakkoorden werden drie Amerikaanse militaire bases voor onbepaalde tijd gelegaliseerd en kreeg de VS het recht om ook na 2000 in te grijpen als de neutraliteit van het kanaal geschonden zou worden. 

Noriega, vriend en vijand van de VS

Panorama zoomde ook in op Panama's sterke man Manuel Antonio Noriega, die niet wilde wijken voor de Amerikaanse druk. Noriega had jarenlang gespioneerd voor de CIA en was een cruciale bondgenoot in de contrarevolutie tegen de linkse sandinisten in Nicaragua en tegen de guerrilla in El Salvador. Maar door z'n betrokkenheid bij drugshandel viel hij in ongenade bij president Bush senior.

Lees verder onder de foto.

VS-militairen tijdens invasie Panama in 1989 Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Om Noriega uit te schakelen, werd Panama-stad gebombardeerd tijdens de kerstperiode in 1989. Het VS-geweld was excessief, het regende bommen boven El Chorillo, een volksbuurt waar zich het hoofdkwartier van Noriega's strijdkrachten bevond. De wijk werd volledig platgebrand en daarbij kwamen minstens 500 burgers om, sommigen spreken zelfs van 7.000 tot 8.000 burgerdoden. Noriega kon ontkomen en vluchtte naar de ambassade van het Vaticaan, waar de Amerikanen hem op de knieën dwongen met oorverdovende heavy metal-muziek.

Uiteindelijk kon de VS dus toch een regimewissel afdwingen in Panama. Guillermo Endara, de winnaar van de presidentsverkiezingen van mei 1989 (die Noriega weigerde te erkennen), legde nog tijdens de interventie de eed af als president op een Amerikaanse militaire basis.

In Midden-Amerika hielden Amerikaanse mariniers Nicaragua bijna een kwarteeuw bezet, tot ze in 1933 de Guardia Nacional oprichtten, een elitekorps van leger en politie dat onder de leiding stond van Anastasio Somoza, een stroman van de VS. 

In die periode voerde de revolutionair Augusto César Sandino een guerrillaoorlog tegen de Amerikaanse aanwezigheid, tot Somoza's Nationale Garde hem vermoordde. Somoza werd president van Nicaragua en de beruchte Somoza-dynastie voerde een schrikbewind tot in 1979.

De geschiedenis herhaalt zich

Een halve eeuw later herhaalde de geschiedenis zich in Nicaragua, wanneer het sandinistische verzet weer de kop opstak en de Nationale Garde van Anastacio Somoza junior de bevolking terroriseerde. In een klimaat van Koude Oorlog voerde Somoza een meedogenloze repressie tegen de marxistische guerrilla, die gesteund werd door Cuba.

In een Panorama-reportage uit 1978 die u hier opnieuw kan bekijken, was journalist Johan Depoortere getuige van Amerikaanse trainingskampen van de Nationale Garde op Panamees grondgebied. Nicaraguaanse rekruten, doodarm en analfabeet, werden er systematisch geïndoctrineerd en opgezet tegen hun eigen volk.

Lees verder onder de video.

Video player inladen...

Toen de sandinistische guerrilla dictator Somoza in 1979 verjoeg en de revolutie een einde maakte aan een verwoestende burgeroorlog, zorgden de Amerikanen in eerste instantie mee voor de wederopbouw van Nicaragua.

Maar de Amerikaanse hulp stopte toen Ronald Reagan president werd. Om het sandinisme te bestrijden, begon Reagan de Contra's te bewapenen, dat waren paramilitaire milities onder wie heel wat leden van de Nationale Garde. Hun acties werden verschillende keren veroordeeld door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.

Anastasio Somoza junior in zijn bunker in Managua, Nicaragua 1978 AP1978

Iran-Contra-affaire

Tegen de wil van het Amerikaanse Congres ging de steun aan de Contra's toch verder. Dat leidde in 1986 tot Irangate, toen uitlekte dat een medewerker van het Witte Huis in het diepste geheim wapens verkocht aan Iran en de winst doorsluisde naar de Contra's in Midden-Amerika.

De huidige speciale VS-gezant voor Venezuela, Elliott Abrams, was destijds bij de Iran-Contra-affaire betrokken. In 1991 pleitte hij schuldig voor het achterhouden van informatie voor het Congres en werd hij veroordeeld tot een voorwaardelijke straf van 2 jaar, maar in 1992 kreeg hij gratie van president Bush senior.