Gemengde gevoelens over mollen

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: Natuurpunt organiseert dit weekend een mollentelling

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Honderd meter van mijn deur heeft een buurman een nieuw gazon aangelegd. De oude grasmat leek mij ook al perfect maar wat weet ik ervan. Het nieuwe gras ziet er inmiddels pico bello uit. Het staat misschien nog wat dun, maar de lente moet nog beginnen, het komt wel goed. Nog eens honderd meter verderop – en dat is het minder goede nieuws – heb ik een verse molshoop gezien. Het kan nog alle kanten op, maar toch.

Zoals elke Vlaming

Zo ging het ook in mijn vorige woonplaats. Honderdvijftig meter voorbij mijn voortuin (met meer mos dan gras) verschenen de eerste molshopen. Véél molshopen, grote molshopen, het werk van een mol in de fleur van zijn leven. Ook die mol kon nog alle kanten op, maar hij koos voor mijn richting. Plots doken twee voortuinen verder verse molshopen op. Reuzenmolshopen. Het beestje had er zin in. En ja, op een ochtend zag ik vanachter het raam live mijn gazon omwoelen.

Een dag later kon ik zijn (M/V/X) spoor naar de achtertuin volgen. Ik deed in een opwelling wat elke Vlaming doet wiens tuin door ongewenste vreemdelingen wordt ingepalmd. Ik plaatste klemmen. En ik deed het zoals het hoort: ik groef een molshoop uit, zocht naar de tunneluiteinden, spande de klem op en zette er een stenen bloempot overheen. 

Slimme diertjes

Mollen zijn slimme diertjes. Misschien is het woord intelligent wel op zijn plaats. Respect. Werkelijk. Iedere dag controleerde ik mijn mollenklemmen. Iedere dag bleek de mol mij te slim af te zijn geweest. Hij was aan mijn klem gepasseerd, jazeker. De klem was dichtgeklapt, jazeker, maar bevatte slechts aarde. En vijf meter verder was een nieuwe molshoop verschenen. Geenszins ontmoedigd verwijderde ik de aarde en spande de klem opnieuw op. 

Maar ook de dagen erna liet de mol zich niet vangen. Dagen werden weken. Op den duur keek ik de klemmen zelfs niet meer dagelijks na. Ik trapte de nieuwe molshopen plat. De mol zou het wel beu worden, hoopte ik. Maar de mol had het erg naar zijn zin in mijn tuin. Regenwormen en slakken à volonté, wat wil je. Mijn tuin was een mollenparadijs. Het was een schrale troost.

Zo lief en zo dood

Op een voormiddag, een week of vier na de verschijning van de eerste molshoop, keek ik routinematig mijn klemmen na. Niks. Zucht. Niks. Zucht. Weer niks. Wederom zucht. Maar bij de vierde en laatste klem had ik prijs. De vijand, de agressor, de ondergraver, de onverlaat zat morsdood in de klem. Maar toen geschiedde dit. Ik werd, zoals de apostel Paulus in zijn tijd door de Here van zijn paard werd gebliksemd, ogenblikkelijk en pijnlijk overmand door spijt, onnoemelijk veel spijt. 

Ik maakte de klem los. De mol was maar een halve hand groot. Leek zo onschuldig. Was zo zacht van pels, niet te geloven hoe zacht. En zo lief. En zo dood. Als een pier, had ik bijna geschreven, maar dat woord is bij het verscheiden van een Talpa europaea misschien niet zo goed op zijn plaats. Ik begroef de mol in het bosje naast mijn huis en luchtte luidop mijn gemoed: u was een waardige tegenstander.

Nog geen week later kwam mijn overbuur vragen of hij mijn klemmen mocht lenen. Ik kon ze moeilijk weigeren. Maar ik heb stiekem voor de nieuwe mol gesupporterd.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.