"Equal pay day": vrouwen hebben nu pas verdiend wat mannen in 2018 verdienden

Vandaag is het Equal Pay Day, de datum die aangeeft hoeveel langer vrouwen moeten werken om hetzelfde loon te verdienen als mannen in de privésector. Die loonkloof heeft vooral te maken met de vaststelling dat veel meer vrouwen (44%) deeltijds werken dan mannen (11%). En dat terwijl slechts 8% van de vrouwen aangeeft geen voltijdse job te willen uitoefenen. De progressieve vrouwenbeweging ‘zij-kant’ heeft daarom ook de deeltijdse lonen mee in de absolute loonmassa verrekend. De beweging voert, samen met enkele andere organisaties, vandaag actie voor gelijk loon, maar ook om mannen hun verantwoordelijkheid te laten opnemen en de zorgtaken beter te verdelen.

De loonkloof tussen mannen bedraagt voor het vijfde jaar op rij 20%. Dat blijkt uit officiële cijfers van de overheidsdienst economie voor de privésector in 2016. Bij exact dezelfde arbeidsduur is dat verschil slechts 5%. Vooral bij jongere mensen is de kloof zo goed als gedicht, omdat de starterslonen tussen mannen en vrouwen nagenoeg dezelfde zijn. Maar de kloof groeit met de leeftijd. Het kantelmoment ligt tussen de 30 en 40 jaar. En dat heeft veel, zo niet alles te maken met de impact van deeltijds werk op die loonongelijkheid.

Het zijn nog altijd vooral vrouwen die zich bezighouden met de opvoeding van kinderen en andere zorgtaken. Vaak onderbreken ze daarvoor tijdelijk hun loopbaan. En dat wreekt zich als ze terugkeren op de arbeidsmarkt. Mannen zijn intussen doorgegroeid. Vrouwen hebben bijvoorbeeld minder extra opleidingen en minder kansen op promotie gekregen. De loon- en loopbaankloof wordt zo alleen maar groter. 

Nochtans, thematische verloven, loopbaanonderbreking of tijdskrediet zijn in gelijke mate toegankelijk voor mannen en vrouwen. Toch waren vrouwen in 2017 maar liefst 67% van alle gebruikers en mannen slechts 33%. Als verlof om zorgredenen wordt opgenomen, zijn het bijna uitsluitend vrouwen. 

Opmerkelijk is wel dat slechts 8% van de deeltijds werkende vrouwen aangeeft hiervoor zelf te kiezen. Naast  persoonlijke of familiale redenen, zoals de zorg voor kinderen of andere afhankelijke personen, wordt door een grote groep ook aangegeven dat de gewenste job alleen deeltijds vacant is.  

Nog andere verschillen

De loonkloof is bovendien alleen gebaseerd op de brutolonen. Meestal wordt een gedeelte van het loonpakket ook uitbetaald in extralegale voordelen, zoals maaltijdcheques, groepsverzekering, een forfaitaire onkostenvergoeding of een bedrijfswagen. En ook daar zijn er aanzienlijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Zo blijkt onder andere uit fiscale gegevens dat meer mannen een terugbetaling van het woon-werkverkeer krijgen. Dubbel zoveel mannen rijden met een bedrijfswagen als vrouwen met eenzelfde studieniveau. Uit gegevens van SD-Worx blijkt nog dat twee keer zoveel mannen als vrouwen een loonbonus krijgen.

Vrouwen zijn nog altijd oververtegenwoordigd in de zogeheten zachte sectoren, waar de lonen lager liggen en voltijdse contracten niet voor het rapen zijn. Mannen zijn dan weer oververtegenwoordigd in de harde sectoren, die beter betalen en vooral voltijdse arbeidsschema’s aanbieden.

Pensioenkloof

De progressieve vrouwenbeweging ‘zij-kant’ legt een aantal concrete voorstellen op tafel. Zo pleit zij voor een collectieve arbeidsduurvermindering met loonbehoud in alle sectoren en categorieën. Inzetten op werkbaar werk, heet dat. “Zo’n maatregel geeft zowel vrouwen als mannen de kans om een carrière uit te bouwen én tijd te maken voor zorgtaken. Bovendien biedt het een oplossing voor de vele deeltijdse vacatures”, zegt Inga Verhaert voorzitter van zij-kant. De beweging wil ook een verhoging van de minimumlonen om de loonkloof te verkleinen. Voorts vraagt zij de invoering van quota voor directiecomités van overheidsbedrijven en beursgenoteerde ondernemingen, naar analogie met de quota in de raden van bestuur.

De vrouwenbeweging wil ook dat het geboorteverlof uitgebreid wordt van 10 naar 20 dagen, zonder verlies van inkomen. Van die periode zouden dan 10 dagen verplicht en 10 dagen vrij op te nemen zijn, vanaf 3 maanden voor de bevalling tot 6 maanden nadien. Nu hebben vaders weliswaar recht op 10 dagen, maar ze worden slechts 3 dagen doorbetaald door de werkgever. De overige betaalt het RIZIV, met een plafond van 82% op het brutoloon. Zelfstandigen krijgen zelfs niets. Dat verlies blijkt de belangrijkste drempel te zijn om het verlof volledig op te nemen. “Door dat verlof verplicht te laten opnemen wordt het ook makkelijker om te weerstaan aan de druk van de werkgever”, zegt Inga Verhaert. “Kinderen is een gezamenlijke keuze van beide ouders, laat ze er dan ook beide van genieten.” De vrouwenbeweging wil trouwens naar een Zweeds model evolueren. In zo’n model krijgen de ouders samen 16 maanden verlof, waarvan 3 maanden exclusief voor de moeder en 3 maanden voor de vader of meeouder. Over de rest van het verlof beslissen de ouders samen. In Zweden krijgen die ouders de eerste 13 maanden bijna 80% van hun brutoloon, nadien een geplafonneerd loon.

Ook belangrijk volgens de vrouwenbeweging zijn de sociale en maatschappelijke voorzieningen. Er zijn in ons land te weinig kwaliteitsvolle en betaalbare crèches. De opvang buiten de schooluren moet ook uitgebreid worden. En de zorg voor hulpbehoevende personen en ouderen moet versterkt. Dat alles zal de voltijdse tewerkstelling stimuleren. Het is meteen de verklaring voor het grote verschil tussen het hoge percentage vrouwen dat deeltijds werkt (44%) en het veel lagere aandeel van zij die er zelf voor kiezen (8%). Het grote verschil tussen mannen en vrouwen in deeltijds werk is dus niet alleen een genderkwestie, omdat werknemers en werkgevers volgens de geijkte rolpatronen concluderen dat de zorgtaken veeleer voor vrouwen zijn, het is ook een maatschappelijk problemen door het gebrek aan alternatieven.

Loonkloofwet

Nochtans, in België bestaat een loonkloofwet. Die wet dateert al van 2012 en verplicht werkgevers om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen. Uitgangspunt is dus hetzelfde loon voor dezelfde functie. België was zelfs één van de eerste landen in Europa om zo’n wet goed te keuren. 

Maar de bepalingen in die wet zijn veel te algemeen. Er is wel het verplicht neerleggen van een sociale balans met een opdeling van de loongegevens per sekse, een analyse van de bezoldigingsstructuur en overleg om tot een genderneutraal beleid. “Maar in die wet ontbreken vooral de sancties, die het niet naleven ervan bestraffen”, zegt Inga Verhaert. “IJsland kwam later dan België met een wet, maar daar zijn er wel sancties verbonden aan het overtreden ervan. En we merken dat die wet daar effectief leidt tot het dichten van de loonkloof.”

Het is nu al de vijftiende keer dat er in ons land actie wordt gevoerd rond die Equal Pay Day. De kloof is in al die jaren al verkleind. Alleen stoort het de vrouwenbeweging dat de jongste 5 jaar de kloof is blijven steken op 20%, het deeltijds werken dus mee verrekend. En dat is meteen een duidelijke vingerwijzing in eerste instantie naar het beleid van de regeringen in ons land, maar ook naar de sociale partners bij het onderhandelen over de lonen in de collectieve arbeidsonderhandelingen.