Kunstonderwijs (KSO) uit de kast: “We kunnen meer dan alleen acteren of dansen”

Wie kunstonderwijs volgt in het middelbaar, gaat niet automatisch door naar het artistiek hoger onderwijs. Een op de drie laatstejaarsstudenten in het KSO kiest voor een andere richting. Toch zouden veel ouders hun kinderen niet naar het KSO laten gaan, omdat ze denken dat de toekomstperspectieven beperkt zijn. Miskenning en misverstanden waar de scholieren een einde aan willen maken: het KSO komt vandaag voor de derde keer “uit de kast” in Brussel en 9 andere steden.

In het schooljaar 2017-2018 zaten er 278.396 jongeren in het middelbaar onderwijs in Vlaanderen, van wie er amper 6.254 kunstsecundair onderwijs (KSO) volgden. Volgens het KSO heeft dat te maken met miskenning en stereotypes: het algemeen secundair onderwijs (ASO) wordt vaak nog beschouwd als de top van het middelbaar, en andere vormen als gemakkelijkheidsoplossingen.

Een bewuste keuze

Maar veel leerlingen van de GO!Kunsthumaniora Brussel (Laken) en de Sint-Lukas Kunsthumaniora Brussel (Schaarbeek) hebben bewust voor het KSO gekozen. De meeste van hen wilden van kinds af zulke studies volgen: Yanni (17) wou bij haar vriendinnen blijven en zat eerst in het ASO, “maar in het ASO voelde ik me niet thuis”. Nu zit ze in het laatste jaar beeldende vorming en voelt ze zich veel beter. Tibbe (15) speelde toneel in het middelbaar en moest bij zijn ouders hard aandringen om naar de richting Woord te mogen gaan: “Ik was zo triest in het ASO, nu zit ik in het KSO en ben ik veel gelukkiger.”

Video player inladen...

Mijn mama wou zelf bezig zijn met kunst, maar mocht niet van haar eigen ouders

Leerlingen die vanaf het eerste middelbaar in het KSO zitten, hebben geregeld ouders die al banden hebben met de kunstwereld. Dat is het geval bij Lola, Nele en Kevin, maar ook bij Phoebe (18) in de richting Architecturale Binnenhuiskunsten: “Mijn mama wou zelf kunst doen maar mocht niet van haar ouders, dus wou ze dat ik een vrije keuze had.”

Het KSO: het ASO, maar met kunst als extra vakken

Video player inladen...

Dat zoveel ouders bang zijn om hun kinderen in het KSO te laten zitten komt volgens het KSO door miskenning en misverstanden rond wat het kunstonderwijs echt is. Volgens de leerlingen is het verschil met het ASO niet zo groot: We hebben algemene vakken, en speciale vakken rond kunst. Een beetje zoals dat met Latijn het geval is in het ASO”, vertelt Lisa (17), laatstejaars studente audiovisuele vormen. “We krijgen het zelfde diploma als iedereen, en mogen dus ook meer algemene studies doen later”, voegt haar klasgenote Phoebe toe. Het klinkt dus niet zo verrassend dat 1 op de 3 laatstejaars KSO voor niet-artistiek hoger onderwijs kiest, zoals uit een recente bevraging blijkt. “1 op 3, dat is niet zoveel, maar dat toont toch dat we geen jongeren zijn die alleen kunnen acteren, we kunnen ook wiskunde verder studeren”, reageert Tibbe. 

Net als het ASO heeft het KSO zijn eigen troeven en zwaktes. "Kunst laat je creatief denken en met jezelf omgaan”, vinden Senna (17) die Architectuur studeert en Kevin, modestudent. Maar het is niet altijd makkelijk om algemene vakken en kunst te combineren: “Het is soms frustrerend, want soms moet je tot ’s nachts doorwerken”, vertelt Zelalem-Desta Mark, die uit Ethiopië komt voor haar 5de leerjaar in mode.

Kunstonderwijs hoeft geen taboe te blijven

Senna (17), student Architectuur
Video player inladen...

Om die clichés te ontkrachten vindt de derde editie van “KSO uit de kast” vandaag plaats in Brussel en 9 andere Vlaamse steden. In het Brusselse Muntpunt bijvoorbeeld doen leerlingen van de GO!Kunsthumaniora Brussel en de Sint-Lukas Kunsthumaniora Brussel kunstperformances voor het publiek. Kunstonderwijs heeft meer aandacht nodig om bekend te worden: “KSO uit de kast” is een eerste stap, maar is nog niet genoeg. “Ouders moeten praten met mensen die in het KSO zaten om te zien hoe het echt gaat”, raadt Lola aan, "maar KSO moet ook toegankelijker worden door meer evenementen te organiseren”, vindt Nina, student in de richting Dans. "Meer informatieverspreiding via de scholen en meer contact met de ouders is dus belangrijk", concludeert Senna. “Het hoeft geen taboe te blijven”.