Schilderij van Signac, gestolen door de nazi's, keert terug naar erfgenamen Joodse eigenaar

“Quai de Clichy” van de Franse schilder Paul Signac maakt deel uit van de beruchte Gurlitt-collectie, waar veel werken in zitten die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's waren "geconfisqueerd" bij Joden. Nu is de eigenaar gevonden en wordt het schilderij teruggegeven.

Het pointillistische schilderij van Paul Signac uit 1887 zat in de enorme verzameling van - de intussen overleden - Cornelius Gurlitt. Hij erfde zo’n 1.500 kunstwerken van zijn vader Hildebrand. Maar er zat meer dan een geurtje aan die collectie. Vader Gurlitt verhandelde en verzamelde kunst die door de nazi’s was gestolen of “opgeëist” van Joden. 

In 2012 kwam de politie de collectie op het spoor in München, in het kader van een belastingonderzoek. Gurlitt ging ermee akkoord om de "roofkunst" terug te geven aan de rechtmatige eigenaars, of beter gezegd aan hun erfgenamen. Maar dat is geen gemakkelijke klus. Tot nu toe is dat maar voor een handvol kunstwerken gelukt.

“Quai de Clichy” blijkt toebehoord te hebben aan Gaston Prosper Lévy, een Joodse vastgoedmakelaar die Frankrijk ontvluchtte voor de nazi’s, zegt de Duitse Stichting voor Verloren Kunst. Het werk keert binnenkort terug naar zijn erfgenamen.

Eerder is ook “Zittende vrouw” van Henri Matisse teruggegeven aan de familie Rosenberg. Over het lot van galerist Paul Rosenberg, grootvader van de Franse tv-journaliste Anne Sinclair, was er enkele jaren geleden de expo “21, Rue de la Boétie” in Luik. “Twee ruiters op het strand” van Max Liebermann is teruggegeven aan de nakomelingen van verzamelaar David Friedman.