Jeugdmagistraten: "Stellen dat daders in zaak-Priscilla vrijuit gaan, is onjuist" 

Vrijdag kwam er bijna zeven jaar na de tragische dood van de 14-jarige Priscilla Sergeant uit Huizingen een einde aan de procedure voor de jeugdrechtbank tegen de twee – toenmalig – minderjarige daders. De jongste kreeg een berisping, voor de oudste dader zag de jeugdrechter zich genoodzaakt het dossier zonder meer af te sluiten. “Maar stellen dat de twee jongeren daardoor slechts licht bestraft of zelfs vrijuit gaan, is te kort door de bocht”, zeggen verschillende jeugdmagistraten. “Maar we moeten wel durven toegeven dat het systeem gefaald heeft voor de oudste dader."

Priscilla Sergeant stierf in de zomer van 2012 nadat ze een hele avond de meest vernederende pesterijen moest ondergaan, uitgevoerd door een 46-jarige buurman en twee buurjongens van 12 en 16 jaar oud. Ze werd onmenselijk behandeld, aangerand, geslagen en stierf nadat haar een hoop medicijnen werd toegediend. Nadien dumpten de drie daders haar lichaam in een veld enkele kilometers verderop. Enkele weken nadien konden de buurjongens en de buurman worden opgepakt. Die laatste pleegde in de loop van het onderzoek zelfmoord.

“In tegenstelling tot het volwassenrecht waar de bestraffing pas volgt na een vonnis, is er bij minderjarigen de mogelijkheid om vanaf de eerste dag jeugdbeschermingsmaatregelen op te leggen”, valt te horen bij verscheidene jeugdmagistraten. “In dit dossier hebben ze het volledige arsenaal dat ter beschikking staat van de jeugdrechter gebruikt. Zo kan je pas vanaf je 14e geplaatst worden in een instelling, maar voor J., de jongste dader, werd een uitzondering gemaakt. Hij zat vanaf zijn 12e in Everberg en daarna in Mol. Dat is de meest ingrijpende maatregel die mogelijk is voor een 12-jarige. Achteraf stellen dat hij dan wegkomt met enkel een berisping, is manifest onjuist. Die jongen heeft zijn leven terug op de rails gezet en heeft schuldinzicht ontwikkeld.”

Voor A., de oudste van de twee toenmalige minderjarige daders, ligt het verhaal anders. “Ook daar zijn alle mogelijkheden gebruikt. Het doel van het jeugdbeschermingsrecht is om minderjarigen die feiten plegen te heropvoeden. Bij A. is dat mislukt. In ons land zijn er geen instellingen die met jongeren van dat kaliber in de hulpverlening kunnen werken. Zijn problematiek is té complex en als heropvoeden niet lukt, is er geen alternatief. Het systeem heeft gefaald, maar dat is genuanceerder dan gewoon te stellen dat hij vrijuit gaat. Vanaf de eerste dag zijn alle registers opengetrokken. De jeugdrechter heeft jarenlang vrijheidsberovende maatregelen opgelegd.”