Een mammografie, de screeningsmethode om borstkanker op te sporen

Prof: "Informeer patiënten over nadelen van kankerscreenings, want er wordt veel onnodig behandeld" 

Patiënten zouden voor ze een kankerscreening ondergaan door hun huisarts beter moeten geïnformeerd worden over de mogelijke nadelen van zo'n onderzoek. Dat zegt prof. huisartsengeneeskunde Ann Van den Bruel in Het Belang van Limburg, naar aanleiding van een symposium over kankerscreenings in Hasselt vandaag. "Mensen denken onterecht dat die screenings een preventiemaatregel zijn. De idee "baat het niet, dan schaadt het niet": dat klopt niet, want het schaadt altijd, en het baat soms."

Momenteel kan je je in ons land preventief laten screenen op drie types kanker: borstkanker, baarmoederhalskanker en dikkedarmkanker. Via de overheid worden mensen in bepaalde leeftijdscategorieën uitgenodigd voor dat bevolkingsonderzoek, vanuit de idee dat kankers die vroegtijdig worden opgespoord beter behandeld kunnen worden, wat de kans op genezing vergroot. In die bevolkingsonderzoeken wordt fors geïnvesteerd, vanuit de idee dat dit voor de volksgezondheid meer voordelen heeft dan nadelen.

En dat is maar een deel van het verhaal, zegt prof. huisartsengeneeskunde Ann Van den Bruel. "Een grondig misverstand is dat kankerscreenings de ziekte voorkomen. Het tegendeel is waar: door je te laten screenen, verhoog je net de kans om de kankerdiagnose te krijgen. Want je gaat bij een gezond persoon zonder symptomen actief op zoek naar een ziekte."

Opvallend is dat de kankerscreenings niet de agressieve gevallen sneller opsporen, maar vooral de kankers die zich traag ontwikkelen. "Zeker in het geval van borstkanker kan een zware kanker op zes maanden tijd duidelijke symptomen geven, terwijl de screening pas tweejaarlijks gebeurt. Zware kankers pik je op die manier dus niet op, omdat ze zich tussen die geplande screenings manifesteren. Terwijl de trage kankers bij manier van spreken zitten te wachten om gevonden te worden tijdens zo'n screening."

Via de screenings spoor je niet de agressieve kankers op, wel de gevallen die traag evolueren.

Overdiagnose én vals positieve resultaten

Volgens Van den Bruel zijn er twee grote nadelen verbonden aan de huidige borstkankerscreening. "Enerzijds zijn dat de vals positieve resultaten: iemand test positief op kanker, maar blijkt de ziekte uiteindelijk niet te hebben. Dat is een kortdurend nadeel. Erger zijn de overdiagnoses."

"Meer screenings gaan meer kankergevallen vroeger opsporen, ook bij mensen die er anders nooit weet van hadden gehad, en waarschijnlijk ook nooit last van hadden gehad. Gevolg van die diagnose is dat er een behandeling wordt opgestart, met alle gevolgen van dien voor de patiënt. Kankerscreenings leiden dus tot meer behandelingen, die niet per se allemaal nodig zijn. Probleem is dat je op individueel niveau nooit met zekerheid kan zeggen of een behandeling overbodig was geweest of niet. Daarom geldt het motto "baat het niet, dan schaadt niet niet". Terwijl er soms baten zijn voor iemands gezondheid, maar ook altijd schade."

Kankerscreenings leiden tot meer behandelingen, die niet per se allemaal nodig zijn.

Van den Bruel scheert niet alle screenings over dezelfde kam. "Voor borstkanker dateren de studies over het effect van behandelingen al van de jaren 70 en 80. Terwijl die behandelingen intussen fel geëvolueerd zijn. Wat betekent dat de marge van nieuwe gevallen, die zo'n vroege screening kan opsporen, fors verkleint. De balans van die screenings is niet per se positief. In het geval van de baarmoederhalskankerscreening via het uitstrijkje, is dat wel het geval", zegt ze. "Al zullen de uitstrijkjes de komende jaren, nu de HPV-vaccinaties meer ingeburgerd raken, misschien ook evolueren."

Preciezer screenen en beter informeren

Volgens Van den Bruel moeten huisartsen hun patiënten beter informeren over kankerscreenings. "Mijn boodschap is dat we die bevolkingsonderzoeken in vraag moeten durven stellen. Nu krijgen mensen die uitnodiging in hun brievenbus, waarna ze rechtstreeks een afspraak maken. Maar huisartsen hebben hun rol te spelen, in de manier waarop er over screenings wordt gepraat. Want de persoonlijke keuzevrijheid van de patiënt moet centraal staan. En je kan pas een keuze maken als je goed en genuanceerd geïnformeerd bent."

Ten slotte geeft Van den Bruel aan dat de bestaande screenings op basis van leeftijd misschien ook anders georganiseerd kunnen worden. "Nu wordt iedereen van een bepaalde leeftijd gescreend, ongeacht zijn of haar risicoprofiel. Dat is een onnodig grote groep. Je kunt je bijvoorbeeld binnen een bepaalde leeftijdscategorie eerder richten op mensen met een hoger risico, lijkt me een logische evolutie."

Beluister hier het integrale gesprek met prof. Ann Van den Bruel in "De ochtend"