Slechts  1 op de 3 slachtoffers van aanslagen 22 maart kreeg al een volledige schadevergoeding 

Drie jaar na de aanslagen van 22 maart in Zaventem en Brussel heeft nog maar 36 procent van alle slachtoffers een volledige schadevergoeding gekregen. Dat schrijft de krant De Zondag. Onder meer de terugbetaling van medische kosten zou heel wat vertraging oplopen. Veel slachtoffers voelen zich in de steek gelaten door de overheid en de verzekeringsmaatschappijen.

Vorige week stopte Philippe Vandenberghe, één van de slachtoffers van de aanslag op de luchthaven van Zaventem, zijn hongerstaking van 25 dagen.  Vandenberghe is lid van de slachtoffervereniging V-Europe. Hij strijdt voor de nodige hulp en nazorg voor alle terreurslachtoffers. Want volgens hem hebben heel wat van hen die hulp nog steeds niet gekregen. Daarom ging hij 25 dagen geleden in hongerstaking.

Onder meer de terugbetaling van medische kosten zou heel wat vertraging oplopen en veel slachtoffers zouden bovendien ook geconfronteerd worden met een berg administratie voor de verzekeringen. Niet altijd evident voor slachtoffers die de aanslagen willen loslaten.

Maar soms kan een definitieve schadevergoeding niet altijd snel worden uitbetaald omdat de situatie van sommige slachtoffers nog kan veranderen. Volgens verzekeringsfederatie Assuralia is het vrij normaal dat sommige dossiers langer aanslepen. 

"Bij sommige slachtoffers weet men bijvoorbeeld niet hoe sommige kwetsuren zullen evolueren", zegt François de Clippele van Assuralia. "In sommige gevallen kan dat snel verbeteren, in sommige gevallen kan de situatie nog verslechteren en zal het slachtoffer een veel hogere schadevergoeding krijgen dan men vandaag kan verwachten."

"Maar alle slachtoffers die nog geen definitieve vergoeding hebben gekregen, hebben intussen wel voorschotten gekregen", zegt de Clippele. "Als we bovendien de vergelijking maken met de aanslagen in Parijs, zien we dat ook daar ongeveer 1 op de drie slachtoffers al een volledige vergoeding van de verzekering heeft gekregen."