De nachtmerrie van het rusthuis

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: nieuwsberichten over de toestanden in onze rusthuizen.

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Een tijdje geleden vond hier in de Kempen een kunstenfestival plaats in een voormalig rusthuis. Na het festival zou het gebouw gesloopt worden wegens onaangepast aan de moderne noden, zoals dat zo mooi wordt verwoord.

Ik wist niet wat ik zag. Het overgrote deel van de kamers had de grootte van een schoendoos, met net genoeg plaats voor een bed en een stoel. In een apart minuscuul hokje stond een wc en een wastafel. Je moest al een soort Houdini zijn om je daaruit te bevrijden, als je eenmaal op de pot was beland.

De bejaarden die op de vierde verdieping huisden, bedacht ik toen, hadden er een dagtaak aan om gewoon eens naar buiten te kunnen gaan, om te kunnen ontsnappen aan de geur van ouderdom en verval die nog altijd in de muren hing. Ik kon mij ineens heel goed voorstellen wat "wachten op de dood" betekent.

Een slechte kopie van de vroegere thuis

Dit soort "gevangeniscomplex voor bejaarden" is helemaal verleden tijd, ik weet het wel. De normen zijn veel strenger geworden, de kamers veel groter en veel beter uitgerust, met de flatscreen-tv als moderne altaar. De zorg beter. Al duiken er toch nog altijd berichten op over verwaarlozing en tekortkomingen.

Maar ook in het allerbeste geval blijft de kamer in het rusthuis een slechte kopie van de vroegere thuis. Een kamer waar je nooit meer uit vertrekt. 

Jef uit mijn straat bracht, toen hij nog kon lopen, zijn dagen door met het slaan van praatjes met iedereen die hij in die doodlopende straat van ons aantrof. Hij was een bron van straffe verhalen en amusante anekdotes. Over het weer wist hij alles. Het volstond om naar de lucht te kijken, zei hij, “maar dat deden de mensen niet meer”.

En al viel Jef al eens in herhaling, niemand stoorde zich daaraan. De miserie begon toen Jef niet meer kon lopen, zichzelf niet meer kon verzorgen. Jef verdween uit het straatbeeld. Via de burentamtam vernam ik dat hij in het lokale rusthuis was opgenomen. Einde verhaal, zo leek het.

Jef wilde niet opgeven

Maar Jef wilde het zo gauw niet opgeven. Hij bemachtigde een scootmobiel (een woord dat toen nog niet bestond, ook van de Benidorm Bastards was nog lang geen sprake) en met zichtbaar plezier maakte hij iedere dag, na het ontbijt, de rit van het rusthuis naar zijn oude straat. Om aan te knopen met zijn oude gewoonte van praatjes slaan en verhalen vertellen.

Maar nu gingen de verhalen over het rusthuis. Het was daar goed, beklemtoonde hij iedere keer opnieuw, hij had geen klachten over de verzorging of het eten. Maar hij ging er langzaam dood van verveling en eenzaamheid. Hij had een gruwelijke hekel aan de rusthuisroutine, waar alles op welbepaalde tijdstippen diende te gebeuren. Hij wilde een pint kunnen gaan drinken als hij daar zin in had. Maar cafés zijn niet voorzien op klanten in scootmobiels. En rusthuizen zijn niet tuk op rebelse residenten.

Toen hielden ook de gemotoriseerde bezoekjes aan zijn oude straat op. Pas maanden na zijn dood vernam ik dat Jef overleden was. In zijn rusthuisbed waar hij niet meer uit kon.

Het was creepy

Waarom vertel ik u dit allemaal. Omdat ik daarna, na het nieuws van Jefs overlijden, lange tijd kwade dromen en zelfs nachtmerries heb gehad over een (uiteraard) akelig rusthuis waarin ik in mijn nachtelijke uren was beland. Nachtmerries over opgesloten zijn en verlamd. Ik wil u niet bangmaken maar het was creepy. 

De kwade dromen hielden pas op toen ik – ik was toen verdorie nog geen zestig – begon na te denken over mijn eigen laatste levensjaren. Hoe zou dat gaan? Waar zou ik belanden? Zou ik thuis kunnen blijven wonen? Zou ik hulpbehoevend worden? Wilde ik überhaupt naar een rusthuis en zo nee, wat was dan het alternatief? Bestond dat tegenwoordig, een home voor recalcitrante, dwarse oudjes zoals ik?

Ik vond geen pasklare antwoorden maar het nadenken erover bracht op een vreemde manier rust. Ik zie wel hoe het afloopt, dacht ik. En denk ik nog altijd. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.