FLORIAN VAN EENOO

Hoe worden slachtoffers van tienerpooiers opgevangen? Maatwerk is het codewoord

"Pano" ging kijken naar twee voorzieningen: de gesloten gemeenschapsinstelling in Beernem en een nieuw initiatief: vzw Ne(s)t. In het ene is structuur heel aanwezig, in het andere primeert de huiselijkheid. Maar tussen de gesloten en de open opvang ligt nog een hele waaier aan mogelijkheden.

Het fenomeen van tienerpooiers en hun slachtoffers is niet meer zo nieuw in Vlaanderen. Al in 2015 opende Child Focus de eerste dossiers van slachtoffers van deze vorm van mensenhandel. Vandaag staat de teller op 108, maar het dark number is groot. Het werkelijke aantal ligt dus waarschijnlijk nog veel hoger. De meisjes zitten verspreid over heel wat instellingen, elk met hun eigen aanpak. 

Breuk maken

Bij slachtoffers van tienerpooiers is het meestal belangrijk een breuk te maken met het milieu van de tienerpooier. Hen in een gesloten gemeenschapsinstelling opsluiten was lang de enige optie, maar langzaamaan kwam het inzicht dat dit op lange termijn geen oplossing is. Ondertussen is er gezocht naar alternatieven voor die geslotenheid en naar een geleidelijke overgang naar meer open voorzieningen. 

Veiligheid eerst

FLORIAN VAN EENOO

Zo wordt er eind 2017 beveiligde opvang gecreëerd in twee private voorzieningen. Zij zullen in totaal aan 13 slachtoffers van tienerpooiers gespecialiseerde hulp aanbieden. De meisjes leven er tussen meisjes met een andere problematiek.

In deze gespecialiseerde instellingen komt veiligheid op de eerste plaats. In de ene is de deur op slot, in de andere lukt buiten gaan alleen met een badge. "Maar er wordt wel zoveel mogelijk geprobeerd de meisjes naar school te laten gaan buiten de voorziening", zegt Goedele Plovie, pedagogisch directeur in Van Celst. "Voor het overige is er geen standaardmethodiek. We geloven sterk in het concept van een netwerkorganisatie: één instelling heeft het antwoord niet, maar met een goede samenwerking lukt het wel". Daarom schakelt Van Celst heel wat externe expertise in. Zo wordt er samen gewerkt met een kinderpsychiater, een seksuoloog, een diëtiste, maar ook met scholen, jeugdrechters en de gesloten gemeenschapsinstellingen. "Omdat we merken dat deze meisjes heel gevoelig zijn voor erkenning en aandacht zetten we vooral in op weerbaarheid, hechting en relatie-opbouw", zegt Plovie. 

In de andere voorziening met gespecialiseerde plaatsen wordt bovendien specifiek gewerkt met zogenoemde ontheemdingsprojecten. De meisjes trekken naar een boerderij in de Ardennen of in Slovenië. "De tactiek is om ze echt even letterlijk te laten verdwijnen", zegt de directie. "Want één van de grote problemen zijn toch wel de sociale media, waar alles anoniem kan. Naar Slovenië gaan, zonder internet, kan dan een oplossing zijn om zo’n meisje uit haar omgeving weg te halen". 

De gesloten deur

Maar andere voorzieningen proberen ook al jarenlang een eigen aanpak te ontwikkelen. Zo organiseert een aantal private instellingen kleinschalige proeftuinen met acht tot tien meisjes. We gingen zelf kijken in De Switch, waar de huiselijke context opvalt. "We stelden ons de vraag hoe we deze meisjes het best bescherming konden bieden: door geslotenheid of net niet?", legt Remi Stegen van De Switch uit. "Dus het werd er iets tussenin. Een oplossing voor een breuk met het milieu waar deze meisjes uitkomen, is vaak de deur op slot doen. Maar als die deur altijd op slot is, bots je na twee maanden als hulpverlener gewoon op een deur die nooit meer open gaat."

Dus ze besluiten het in De Switch anders aan te pakken: alleen ’s nachts gaat de deur op slot. De meisjes mogen overdag naar buiten om naar een extern dagprogramma te gaan. Maar ook hier wordt veel samen gewerkt met de gesloten gemeenschapsinstellingen en de psychiatrie. Elke week komt er een psychiater langs. "Dit is voor veel meisjes een setting geworden waar ze wíllen verblijven, dus we zien dat het vluchtgedrag stopt of afneemt", zegt Stegen. "Ook omdat we hen een duidelijk signaal geven dat ze, als het hier even misloopt, niet terug naar de gesloten gemeenschapsinstelling moeten." 

Meldpunt voor mensenhandel

Sinds begin dit jaar is Payoke, het referentiecentrum voor mensenhandel, officieel betrokken bij de detectie van minderjarige slachtoffers van tienerpooiers. Volgens een nieuwe omzendbrief heeft elke voorziening nu een aanmeldingsplicht wanneer ze vermoeden dat een meisje in het milieu van een tienerpooier zit. Sinds de lancering van het meldpunt begin januari zijn er al 32 aanmeldingen geweest. Dat zijn er bijna drie  per week. Na zo’n aanmelding volgt er ondersteuning door Payoke, dat heel wat expertise heeft in het omgaan met slachtoffers van mensenhandel. Maar ook de juridische opvolging en de contacten met politie en parket worden opgestart.

Out of the box

Iedere hulpverlener die met slachtoffers van tienerpooiers werkt, bevestigt het: dé oplossing bestaat niet. De meisjes die in het circuit van een tienerpooier terecht komen, hebben meestal al een heel grillig traject binnen de jeugdhulp afgelegd. Er is dus niet één aanpak die voor iedereen werkt. Maatwerk blijft het codewoord. Dat is ook iets wat Saskia Van Nieuwenhove merkt.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwam Saskia eerder toevallig in contact met slachtoffers van tienerpooiers. Nu wonen er zeven meisjes bij haar en is ze de bezieler van vzw Ne(s)t. "Ik ben daar ingerold na een bericht van een jeugdwerker. Die had contact met een meisje dat uit een jeugdvoorziening kwam. Ze was net meerderjarig en had geen slaapplaats. Op die manier ben ik van het ene meisje in het andere gerold en lagen ze letterlijk op de grond in mijn vorig appartement."

Er leek dus wel nood te zijn aan een andere vorm van aanpak en sinds kort krijgt Saskia Van Nieuwenhove ook subsidies van de Vlaamse overheid. Van Saskia mag er zeker wat geëxperimenteerd worden: "Er zijn enorm veel out of the box-projecten vanuit directies en begeleiders met een enorm warm hart. Maar het feit dat dit uitzonderingen zijn, zou niet mogen. Eigenlijk moet men vanuit elk uitzonderingsproject leren en daar het beleid op afstemmen."

Slaagpercentage

Niemand weet hoeveel slachtoffers er uiteindelijk ook echt in slagen weg te raken uit het milieu van een tienerpooier. Cijfers over uitstroom zijn er niet. Er is dus niets om het succes van de aanpak van de hulpverlening aan af te meten. Het grootste probleem om veel kans op slagen te hebben is bovendien de meerderjarigheid die nooit veraf is. Vanaf het ogenblik dat een meisje 18 wordt, kan ze niet meer gedwongen worden om hulp te aanvaarden. De periode om een minderjarig meisje dus ook echt definitief weg te krijgen bij haar tienerpooier is vaak relatief kort.