Eindelijk elektrische treinen tussen Hasselt en Mol

Eind 2022 komt een einde aan het tijdperk van de dieseltreinen in Limburg. Tegen dan moet de allerlaatste dieselspoorlijn, die tussen Mol en Hasselt, geëlektrificeerd zijn. In Leopoldsburg is het startschot gegeven voor die werken.

Bijna drie jaar zal spoorwegbeheerder Infrabel bezig zijn met de elektrificatiewerken. In totaal moet er 38 kilometer spoorlijn geëlektrificeerd worden. En dat is goed voor 1.250 nieuwe bovenleidingskabels en maar liefst 300 kilometer nieuwe kabels en draden. Het gaat om een investering van 55 miljoen euro waarvan Vlaanderen 15 miljoen euro betaalt.

"En dat is een investering die zijn geld meer dan waard is", zegt Frédéric Petit van Infrabel. "Elektrische treinen zijn goed voor het milieu, ze zijn sneller en bovendien kan het hele Limburgse spoorwegnet nu makkelijker geïntegreerd worden in het Belgische net."

Drie spoorwegwerven

Het is gedaan dus met het omslachtige overstappen van een dieseltrein op een elektrische trein tussen Hasselt en Mol. De elektrificatiewerken daar zijn nu definitief gestart. En intussen zit de elektrificatie van de spoorlijn tussen Mol en Hamont-Achel op schema. Vanaf 2020 zullen daar geen dieseltreinen meer rijden. En ook in een derde belangrijk spoordossier, dat van lijn 18 tussen Hasselt en Pelt, is er een doorbraak. De studie daarover begint binnenkort. 

Voorbereidende werken in Hasselts station

Of en  wanneer spoorlijn 18 zal heropenen, is nog onduidelijk. Dat wordt wellicht iets voor het volgende investeringsplan van de spoorwegen. Infrabel plant intussen al een aantal voorbereidende werken in het station van Hasselt. Dat wordt de komende jaren volledig vernieuwd, met nieuwe en hogere perrons, liften en roltrappen zodat ook minder mobiele reizigers er makkelijk terecht kunnen. Maar ook de capaciteit van de sporen en wissel wordt verhoogd en dat heeft uiteraard alles te maken met de geplande heropening van spoorlijn 18 tussen Hasselt en Pelt. "Ook twee overwegen in Zonhoven zullen om die reden verdwijnen", voegt Frédéric Petit van Infrabel er nog aan toe.