Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Oprichter van "huurlingenbedrijf" Blackwater is nu ook actief in Myanmar

Het bedrijf Frontier Services Group (FSG) heeft nu ook een licentie gekregen om "beveiligingsoperaties" uit te voeren in Myanmar in Zuidoost-Azië. FSG was onlangs in opspraak gekomen door de bouw van een opleidingscentrum voor Chinese ordediensten in Xinjiang. Blackwater, de voorganger van FSG, was eerder beschuldigd van geweld tegen burgers in Afghanistan en Irak.

Volgens FSG mag het bedrijf binnenkort in Myanmar (Birma) beschermings­opdrachten uitvoeren voor investeerders uit China, Japan en Thailand. Meer details ontbreken nog. Wel had de regering van Aung San Suu Kyi in Myanmar onlangs buitenlandse investeerders opgeroepen om de ontwikkeling van haar land en de deelstaat Rakhine te stimuleren.

Chinese bedrijven zijn erg actief in mijnbouw, pijpleidingen en andere activiteiten in Myanmar. Zo bouwt China onder meer een diepzeehaven in Kyaukphyu aan de Golf van Bengalen in Rakhine, de westelijke deelstaat van Myanmar van waaruit twee jaar geleden meer dan 700.000 leden van de Rohingya-minderheid met bruut geweld werden verdreven naar buurland Bangladesh. In Rakhine (of Arakan) vechten twee guerrillagroepen (van de Rohingya en de boeddhistische inwoners) tegen de centrale regering van Myanmar. Overigens zijn er ook opstanden bij andere minderheden zoals de Kachin, Shan en Karen tegen de Myanmarese overheersing.

Het bedrijf FSG met zetel in Hongkong beveiligt vooral Chinese investeringen en zakenlui in woelige gebieden in Afrika en elders. Op zich is daar niets mis mee, maar het bedrijf en zijn oprichter hebben wel een erg omstreden reputatie. (Lees verder onder de kaart).

De man achter Blackwater

Erik Prince is een gewezen lid van het Amerikaanse elitekorps Navy SEAL's en de broer van Betsy DeVos, minister van Onderwijs in de regering van president Donald Trump.

Eenheden van Blackwater vechten samen met Amerikaanse troepen tegen opstandelingen in Zuid-Irak in 2004. AP2004

Toch kent u Prince wellicht als de man van het beveiligingsbedrijf Blackwater, dat erg omstreden werd door opdrachten in Afghanistan en Irak. Leden van dat bedrijf zijn in de Verenigde Staten veroordeeld wegens een moordpartij op burgers in het zuiden van Irak in 2007.

Ook met zijn nieuwe bedrijf FSG raakte Prince onlangs in opspraak, nadat was gebleken dat het betrokken was bij de bouw en mogelijk de uitbating van een opleidingscentrum voor ordediensten in Xinjiang, de westelijke regio in China waar volgens mensenrechtengroepen meer dan een miljoen leden van de islamitische Oeigoeren-minderheid in concentratiekampen zouden zitten.

Heel verwonderlijk is dat niet, want het Chinese staatsinvesteringsbedrijf CITIC zou de grootste aandeelhouder zijn in het bedrijf van Prince. CITIC-topman Chang Zhenming is lid van de raad van bestuur van FSG.