Aantal mistdagen keldert door steeds schonere lucht

Vlaanderen en de meeste Europese landen tellen steeds minder mistdagen. Dat komt omdat de lucht de voorbije decennia steeds schoner is geworden. Weerman Frank Deboosere doet het verhaal in "De wereld vandaag".

Het Nederlandse KNMI verzamelde vorig jaar meetgegevens uit heel Europa. Voor nevel met zicht minder dan twee kilometer noteren bijna alle meetstations een daling van 1 procent tot 2 procent per jaar, goed voor ongeveer 50 procent in 30 jaar. Dichte mist neemt ook overal af.

Uitzonderingen waren meetstations in Zuid-Europa, waar doorgaans weinig mistvorming voorkomt, en de kusten van Ierland en Schotland. In Nederland wordt mist al bestudeerd sinds 1955. In 1985 werden 80 mistdagen geteld, meteen het hoogste aantal. De jongste jaren balanceert het aantal mistdagen rond de 40.

Minder mist, minder erwtensoep

De daling van het aantal mistdagen gaat het snelst in gebieden waar de luchtvervuiling het meest is teruggedrongen, voornamelijk Oost-Europa. De toename van zuivere lucht is dan ook de belangrijkste oorzaak. Weerman Frank Deboosere legt in “De wereld vandaag” op Radio 1 uit hoe dat komt.

“Industriële vervuiling leidt tot fijne deeltjes in de lucht", zegt hij. "Op die deeltjes gaat vocht zich in bepaalde weersomstandigheden hechten. Dat geeft kleine mistdruppeltjes en dus het weerfenomeen mist. De industrie heeft de jongste decennia belangrijke stappen gezet in vermindering van vervuiling. Met als gevolg minder mist, minder erwtensoep.”

Hoe komt het dan dat we nu zo veel meer berichten horen over luchtvervuiling en fijn stof? Deboosere: “Vroeger wisten we niet hoe slecht de luchtkwaliteit was. Dat is een gevolg van betere metingen. We kunnen ons nu niet meer inbeelden hoe het vroeger was. Het leidde soms tot dodelijke verontreiniging, bijvoorbeeld in de Maasvallei in 1930 of in Londen in 1952 toen er duizenden doden vielen.”

Kiezen tussen pest en cholera, zoals tussen diesel en benzine

Tot zover het positieve deel van het verhaal. “Want helaas draagt de vermindering van mist net bij tot klimaatopwarming”, stelt Deboosere. “Mist zorgt voor verkoeling in de onderste luchtlagen. De zon kan er niet zo hard schijnen en wordt teruggekaatst. Het verminderen van nevel en mist betekent opwarming. Het is dus bijna kiezen tussen de pest en de cholera en te vergelijken met de keuze tussen diesel en benzine. Het ene geeft slechtere lucht, het andere geeft hogere uitstoot en een opwarmend klimaat. Duidelijk is in elk geval dat enkel concentreren op fijn stof contraproductief is.”

Ook de toename van westenwind speelt in ons land een rol. Frank Deboosere: “Er is inderdaad nog een tweede verklaring. Als de wind uit het oosten komt, komt die over het land waar meer industrie is, denk vooral aan de bruinkoolproductie in Midden-Europa. Westenwind is duidelijk schoner.” Het Nederlandse KNMI stelde tenslotte vast dat mist het minste kans heeft bij zachte westenwinden. Deze komen meer voor tijdens zachte winters. Waarna toch weer klimaatopwarming opduikt. Want net het aantal zachte winters is toegenomen.