“Daad van agressie” of “begin van de vrijheid”: Servië en Kosovo herdenken NAVO-aanvallen

20 jaar na de NAVO-bombardementen lopen de interpretaties ver uiteen. Kosovo is nu onafhankelijk en dankt de NAVO daarvoor; Servië kijkt bitter terug en noemt de aanvallen een daad van agressie.

Op 24 maart 1999 begon de NAVO met luchtaanvallen tegen doelwitten in Servië en Kosovo. Vooral militaire installaties, maar ook bruggen en gebouwen werden aangevallen, als vergelding voor de Servische agressie tegen de Albanese Kosovaren. Kosovo was toen nog een onderdeel van Servië.

Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Vrijheid dankzij de NAVO

De NAVO-operatie is vandaag herdacht in Kosovo, op een militaire begraafplaats. Premier Ramush Haradinaj zei: “Het was een moeilijke tijd, 20 jaar geleden. Het is prachtig dat het volk van Kosova nu vrij is en dat kinderen er kunnen opgroeien en naar school gaan. Dat is enkel te danken aan de NAVO-luchtcampagne van 24 maart 1999.”

Nooit worden we lid van de NAVO

Aan Servische kant vindt vanavond de grootste herdenking plaats in de zuidelijke stad Nis, met president Aleksandar Vucic en premier Ana Brnabic. Servië noemt de NAVO-bombardementen een daad van agressie. Waar andere Balkanlanden maar wat graag lid willen worden van de NAVO, is dat niet het geval voor Servië. “Servië heeft voor militaire neutraliteit gekozen. We worden geen NAVO-lid, zelfs al zijn we het laatste land van Europa dat geen lid is,” zegt de Servische minister van defensie Aleksandar Vulin.

De extreemrechtse politicus Vojislav Seselj ging nog een stapje verder en verbrandde in Belgrado vlaggen van de NAVO en van de Europese Unie. “De mensheid heeft de NAVO niet nodig,” zei hij, “de enige weg voor Servië is naar het oosten, richting Rusland.” 

Verschillende westerse ambassades in Belgrado bieden vandaag hun medeleven aan voor de slachtoffers van de aanvallen en "herinneren zich 24 maart als de dag dat de diplomatie faalde". Ze beloven nog harder te werken aan blijvende vrede en stabiliteit op de Balkan.  

De laatste Balkanoorlog

De oorlog in Kosovo in 1998 en 1999 kostte 10.000 levens. Al jaren werd de etnisch-Albanese meerderheid in Kosovo onderdrukt en kwam daartegen in verzet, eerst vreedzaam en op den duur ook met geweld van het Kosovaars Bevrijdingsleger UCK.

Het Joegoslavische leger  - Kosovo was deel van Servië en op die manier van wat er restte van Joegoslavië - sloeg keihard terug. Het ontaardde in een bloedig etnisch conflict. Na vruchteloze onderhandelingen kwam de NAVO militair tussenbeide. Tegelijk sloegen honderdduizenden Kosovaren op de vlucht naar de buurlanden. 

De NAVO-bombardementen in 1999 duurden 78 dagen en viseerden militaire doelwitten in Servië,  Kosovo en Montenegro, maar er werden ook bruggen geraakt en de burgers in grote steden als Belgrado, Novi Sad of Nis leefden in grote angst . Ook Belgische gevechtsvliegtuigen namen deel aan de aanval. Onder meer de latere astronaut Frank De Winne voerde toen het bevel.

20 jaar later

Sindsdien is veel veranderd. De toenmalige Servische leider - officieel de president van Joegoslavië - Slobodan Milosevic werd in 2000 ten val gebracht na een volksopstand. Daarna werd hij gearresteerd en naar het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag gestuurd. Maar hij overleed in de gevangenis voor er een uitspraak was.

Kosovo riep zijn eigen onafhankelijkheid uit in februari 2008. Servië erkent die onafhankelijkheid niet en er zijn nog altijd problemen tussen de Kosovaars-Albanese meerderheid en de Servische minderheid. Voor Servië blijft Kosovo een historisch belangrijke plaats, met enkele symbolische kloosters. 

AFP or licensors

Ivana Mitic poseert met haar moeder bij een bord met de slachtoffers uit haar familie: een broer, oom, tante en neven. Ze kwamen om bij een bombardement op Surdulica, in het zuiden van Servië, op 27 april 1999. 

AFP or licensors

De 16-jarige Albanees-Kosovaarse Klinton Bajgora werd vernoemd naar de Amerikaanse president Bill Clinton, als dank voor de NAVO-interventie. Hij woont in Dobratinë, Kosovo.  

AFP or licensors

Het vernielde gebouw van RTS, de Servische Radio en Televisie in Belgrado.