Meer aandacht nodig voor syfilis, chlamydia en gonorroe: huisartsen krijgen tips om met patiënten te spreken

Huisartsen moeten veel meer met hun patiënten spreken over seksueel overdraagbare aandoeningen als chlamydia, syfilis en gonorroe. Dat staat in een advies van het Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE). Elk jaar worden meer gevallen vastgesteld van die drie ziektes.  Het kenniscentrum heeft nu een advies voor de huisartsen met tips om het gesprek aan te gaan met hun patiënten. Tegelijk heeft het ook nieuwe richtlijnen voor de tests en voor de behandeling.

Sedert de eeuwwisseling neemt wereldwijd, en dus ook in België, het aantal  seksueel overdraagbare infecties (of SOI’s) toe. Chlamydia, gonorroe en syfilis zijn daarbij de drie sterkste stijgers. Chlamydia wordt het vaakst vastgesteld bij jonge vrouwen, en is goed voor de helft van de nieuwe SOI’s.  Gonorroe, beter bekend als ‘druiper’, en syfilis komen meestal voor bij mannen die seks hebben met mannen.

Tikkende tijdbom

De aandoeningen geven lange tijd geen klachten, en worden daarom vaak laat of zelfs niet opgemerkt. Daardoor worden de besmette personen niet behandeld en dragen ze de infectie nietsvermoedend over op hun seksuele partner(s). De aandoeningen kunnen ernstige complicaties, onvruchtbaarheid of miskramen veroorzaken. Ze kunnen worden behandeld met antibiotica, maar door de toenemende antibioticaresistentie, wordt het steeds moeilijker om ze onder controle te houden.

Het federaal kenniscentrum roept nu huisartsen op om meer aandacht te hebben voor de drie infecties. Ze kunnen bijvoorbeeld een test aanbieden tijdens een gesprek over anticonceptie. De bedoeling is om de infecties sneller op te sporen. Vervolgens moeten de patiënten met een infectie een gepaste behandeling krijgen, én moet(en) hun (vroegere) partner(s) worden ingelicht.