Na de dolfinaria, een denkoefening over onze dierentuinen: hoe ziet hun toekomst eruit?

We evolueren in de toekomst maar beter naar meer gespecialiseerde dierentuinen, om de leefomstandigheden van bepaalde soorten te verbeteren. Want intelligente dieren en dieren die een groot territorium nodig hebben, kunnen we beter niet meer opsluiten in te kleine ruimtes. Dat zegt alvast wetenschapsjournalist Dieter De Cleene van EOS-magazine, in de nasleep van het debat over dolfinaria. "Desnoods moeten we dan een eindje omrijden als we eens een tijger willen zien." 

Minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) bond zondag de kat de bel aan, door een uitdoofscenario voor dolfinaria voor te stellen. Dolfijnen zijn intelligente dieren, die we dwingen om artificieel kunstjes op te voeren en wegnemen uit hun natuurlijke habitat, de ruime zee. Vanmorgen werd, in het verlengde daarvan, over de toekomst van dierentuinen in het algemeen gedebatteerd in "Bij Debecker" op Radio 1.  

De voorstanders van dierentuinen wijzen op hun educatieve functie, de mogelijkheden voor kweekprogramma's voor bedreigde soorten, en het extra geld voor natuurbehoud en -bescherming. 

Dieter De Cleene begrijpt die argumenten wel, maar heeft ook begrip voor mensen die dieren liever niet in gevangenschap zien, weggerukt uit hun natuurlijke habitat. 

Dierentuinen zullen zich meer en meer gaan specialiseren

"Je moet het soort per soort bekijken, denk ik. Sommige soorten zijn veel moeilijker in gevangenschap te houden zonder hun welzijn te schaden dan andere. Het gaat dan vooral om dieren die een groot territorium hebben en intelligente dieren", zegt De Cleene. Die soorten zien daar meer van af, want er duikt vaker stereotiep gedrag op, zegt hij: "Denk aan ijsberen, olifanten, giraffen ... Is het nog verantwoord om die dieren te houden als je ze niet de nodige ruimte kan bieden?"

De Cleene denkt dat we zullen evolueren naar dierentuinen die een beperkter aantal soorten zullen aanbieden, en dat dierentuinen zich zullen specialiseren, iets wat we nu al zien. "Is het nodig dat elke dierentuin olifanten, leeuwen of tijgers in het aanbod heeft? Misschien moeten we bereid zijn om dan wat verder te rijden, als we die dieren echt willen zien." 

Kweekprogramma's? "Herintroductie in de natuur is niet zo eenvoudig"

Tegelijk nuanceert De Cleene de kweekprogramma's om bedreigde soorten te redden: "Dat is met succes gebeurd met de monniksgier en de Arabische oryx. Die zijn na werk in dierentuinen opnieuw in de natuur uitgezet. Maar het aantal succesvolle voorbeelden is beperkt, want zo'n herintroductie in de natuur is heel complex."

In eerste instantie moeten we het probleem bij de bron aanpakken, zegt hij: als een soort dreigt te verdwijnen, dan is dat omdat het leefgebied verdwijnt, en moeten we in de eerste plaats oog hebben voor die omstandigheden. "Waar zou je die dieren opnieuw uitzetten als ze geen habitat meer hebben? Sommige biologen zeggen daarom dat ze in de zoo in dat geval levende fossielen aan het aanleggen zijn. We zouden veel meer moeten focussen op bescherming van soorten in de natuur." 

Als een diersoort bedreigd is, moeten we in de eerste plaats proberen de natuurlijke habitat beter te beschermen

© EKA / EurekaSlide