James Arthur Photography

Beste politici, wie ga je meer loon naar werk geven?

Door de acties van de gele hesjes lijkt de verhoging van onze koopkracht een belangrijk verkiezingsthema te worden. Arbeidseconoom Stijn Baert vindt een verhoging voor élke Belg geen goed idee: "Een homeopathisch verhoogde koopkracht voor iedereen, dat helpt echt niemand". 

opinie
BAHNMULLER FRANK
Stijn Baert
Stijn Baert is professor Arbeidseconomie aan de Universiteit Gent en Universiteit Antwerpen

We moeten de koopkracht van de mensen verhogen. Is het u ook al opgevallen dat alle Vlaamse politieke partijen het daarover eens zijn? Wie de laatste afleveringen van De Zevende Dag even na elkaar herbekijkt – you only live once – zal dat zowat elke partijvoorzitter expliciet horen zeggen.

Gegeven de budgettaire toestand van ons land kan de koopkracht van élke Belg niet naar omhoog

Het lijkt dus alsof het sociaal-economische luik van de regeerakkoorden zichzelf zal schrijven. Maar schijn bedriegt. Want momenteel is het hoogst onduidelijk welke mensen precies meer koopkracht mogen verwachten van de verschillende politieke partijen. Hoogstens laten sommige politici doorschemeren dat de koopkracht van élke Belg serieus omhoog moet.

Gegeven de budgettaire toestand van ons land, is dat laatste onhaalbaar. Behalve wanneer de paashaas straks bereid is een luchtbrug met vers gedrukt geld vanuit Rome te laten aanleggen, zullen dus keuzes moeten gemaakt worden. 

Werken doen lonen

Bovendien is de koopkracht van élke Belg serieus verhogen ook niet wenselijk. Om onze sociale zekerheid overeind te houden, moeten meer mensen aan de slag. Uit mijn evaluatie van de “jobs, jobs, jobs” -mantra van de regering-Michel - blijkt dat onze werkzaamheidsgraad de afgelopen jaren duidelijk steeg, maar dat we de achterstand op het buitenland geenszins hebben ingelopen.

In ons land werken 70% van de 20- tot 64-jarigen. In Duitsland en Nederland neigt dat eerder naar 80%. Een verschil van tien procentpunten, wat mee verklaart dat Nederland zich niet meer kan voorstellen wat een begrotingstekort is.

De uitdaging is dan ook ervoor te zorgen dat werken in ons land, in vergelijking met niet werken, meer oplevert dan nu. Nu doen vooral laagopgeleiden zich te weinig voordeel met uit werken gaan. Het verschil tussen een laag loon en een uitkering is voor hen te beperkt. 

De uitdaging is dan ook ervoor te zorgen dat werken in ons land, in vergelijking met niet werken, meer oplevert dan nu

Wanneer de indirecte kosten van uit werken gaan (zoals kinderopvang en mobiliteit) dan nog in rekening worden genomen, kan de balans zelfs negatief uitslaan. Bij de regeringsonderhandelingen na mei zou dus elke maatregel moeten afgetoetst worden aan de vraag of die werken meer doet lonen.

Jef Colruyt en Bert De Graeve

Dit vraagt om duidelijke keuzes inzake koopkracht. Wanneer we elke Belg, of die nu werkt of niet, 200 euro per maand meer koopkracht bezorgen, zoals Marc Coucke voor nieuwjaar voorstelde, dan wordt het financiële verschil tussen wie werkt en wie niet werkt, verhoudingsgewijze enkel kleiner. Dat is dus geen goed idee.

Een veel beter voorstel is de jobkorting die VOKA voorstelt. VOKA bepleit 100 euro extra netto per maand, maar enkel voor werkenden die minder dan 2.500 euro bruto verdienen. Op die manier gaan zij er qua koopkracht meer op vooruit dan wie niet werkt, zodat werken aantrekkelijker wordt, maar ook dan wie werkt en nu al een degelijk loon heeft.

Maak de overheid en haar diensten slagkrachtiger, efficiënter en klantvriendelijker en je doet degenen met een hoger loon vast meer plezier dan met 100 euro extra netto per maand

Is het dan geen probleem dat wie meer verdient niet (in dezelfde mate) vooruitgaat? Ik denk het niet. De werkzaamheidsgraad onder de hoogopgeleiden is zeer hoog, zodat bij hen weinig te activeren valt. Het is, met andere woorden, niet de koopkracht van Jef Colruyt en Bert De Graeve – en ook niet die van Stijn Baert – die we moeten verhogen.

Wie goed verdient, is typisch ook bereid veel belastingen te betalen, als er maar een goede service tegenover staat. Maak de overheid en haar diensten slagkrachtiger, efficiënter en klantvriendelijker en je doet degenen met een hoger loon vast meer plezier dan met 100 euro extra netto per maand.

Degressiviteit

Er zijn echter nog Belgen wier koopkracht best wel wat hoger mag. Wie een volledige carrière gewerkt heeft, mag best een hoger pensioen hebben. De zogenaamde “vervangingsratio”, dit is de verhouding tussen het eerste pensioen en het laatste beroepsinkomen, is vrij laag in ons land. Een volgende federale regering moet er volgens mij voor zorgen dat werken ook meer gaat lonen bij de pensioenopbouw. 

De volgende federale regering moet er volgens mij voor zorgen dat werken ook meer gaat lonen bij de pensioenopbouw

Elke gewerkte dag dient meer op te leveren dan een niet-gewerkte. Opnieuw impliceert dit een duidelijke keuze: meer koopkracht via hogere pensioenen, jazeker, maar vooral (of enkel) voor wie meer werkte.

Ook de koopkracht van wie kortdurend werkloos is, mag hoger. Wie zijn baan verliest, kiest daar immers niet zelf voor. Een duik in koopkracht mag er niet toe leiden dat werklozen om het even welke baan gaan aanvaarden. Om het even welke baan is immers typisch geen duurzame baan. Dit dient dan wel gecompenseerd te worden door een snellere afname van de uitkeringen voor wie langer werkloos is.

De versnelde degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, die ik al een jaar verdedig als een “first best” hervorming voor ons land, is dus ook een hervorming die duidelijke keuzes maakt inzake koopkrachtverhoging.

Ook de koopkracht van wie kortdurend werkloos is, mag hoger

Globaal gaan de keuzes die ik voorstel allemaal dezelfde richting uit. Niet die van meer koopkracht voor iedereen. Wel die van meer loon naar werken. Als we die keuzes maken en zo meer mensen aan de slag helpen, dan kunnen we, ten slotte, ook de koopkracht verhogen van zij die deze misschien nog wel het meeste nodig hebben: de ernstig zieken. Om hen het comfort te geven dat ze verdienen, moet de kas van de sociale zekerheid immers voldoende gespijsd worden.

Kleur bekennen

Concluderend vraag ik dus niet liever dan dat koopkracht de verkiezingsdebatten zal overheersen. In de eerste plaats omdat dit de politieke partijen zal verplichten kleur te bekennen. Wie zijn precies de mensen voor wie zij meer koopkracht willen? Ik hoop dat zij duidelijke keuzes zullen voorstellen. Want een homeopathisch verhoogde koopkracht voor iedereen, dat helpt echt niemand.

Flip Franssen

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.