"Vlaamse overheid kan 1,7 miljard euro per jaar besparen met onmiddellijke en strenge betonstop"

Een strenge en directe betonstop zou de Vlaamse overheid een besparing opleveren tot 1,7 miljard euro per jaar. Dat blijkt uit een studie van de Vlaamse Overheid en het VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek. Het is de eerste keer dat de financiële gevolgen van onze ruimtelijke ordening onderzocht en becijferd werden.

Verspreid wonen, zoals in Vlaanderen, kost de overheid een pak geld. De geplande betonstop vanaf 2040 is een plan om de verdere verspreiding van de bewoning tegen te gaan. Maar de overheid zou nog veel strenger kunnen zijn en zou er goed aan doen het plan sneller door te drukken, zo blijkt uit het onderzoek. In dat geval zou de Vlaamse overheid tot 1,7 miljard per jaar kunnen besparen door lagere uitgaven voor rioleringen, fietspaden, verlichting, mobiliteit en de effecten van de totale verharde oppervlakte.

Vlaanderen is versnipperd en stilaan volgebouwd. Het overgrote deel van de Vlamingen woont buiten de steden. Hierdoor is ons platteland  niet dunbevolkt en onze steden niet dichtbevolkt. Als we dichter bijeen zouden bouwen, zou ons dat miljoenen per jaar opbrengen.

Een gebouw buiten de stadskernen heeft bijna 10 keer meer infrastructuur nodig zoals rioleringen, wegen, fietspaden, verlichting. Meer infrastructuur betekent ook een hogere kost. Per gebouw in de stad kost de infrastructuur ongeveer 1.000 euro. Voor een gebouw in verspreide bewoning kost die infrastructuur tot 7.250 euro. Er is nog een verschil in infrastructuurkost om in de stad te wonen, in de rand van de stad, in een lintbebouwing of verkaveling, of helemaal verspreid. Hoe verspreider we bouwen en wonen, hoe hoger de kost voor de maatschappij. 

(Lees voort onder de grafiek.)

“De bijkomende kosten van waar we bouwen zijn zeer hoog maar de burger beseft die kosten niet omdat ze gedragen worden door de overheid en niet door de burger zelf”, zegt Ann Pisman van het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid.  

Binnen een stad bezit een gezin gemiddeld één auto. Buiten de stad zijn dat vaker twee auto's en daar wordt er ook meer gereden met die auto. De maatschappelijke kost voor mobiliteit ligt daarom twee keer zo hoog voor mensen die verspreid wonen dan voor mensen die in de stad wonen. 8.000 euro tegenover 4.000 per huishouden. En openbaar vervoer buiten de stad is veel complexer en duurder dan in een stad. Daar bovenop komt nog de kost voor files, ongevallen die meer voorkomen in een verspreid bouwpatroon. 

De kosten zijn zeer hoog maar de burger beseft die kosten niet omdat ze gedragen worden door de overheid en niet door de burger zelf.

Ann Pisman Departement Omgeving Vlaamse Overheid

Buiten de stad is er per gebouw meer verharding van open ruimte. In de stad is dat -omdat mensen dichter bij elkaar wonen- veel minder: 370 vierkante meter per huishouden in de stad. 1.700 vierkante meter per huishouden bij verspreide bewoning. Dat is 4,5 keer meer. 

Per dag nemen we 6 hectare open ruimte in. We verharden die open ruimte. En daardoor gaat die voor de natuur, voor water, voor landbouw verloren.  

Betonstop

Indien we ons beleid aanpassen en verspreide bewoning terugdringen, zullen we daar op termijn veel geld mee uitsparen. De Vlaamse regering heeft al een plan om dat aan te pakken: de betonstop. Met een totale betonstop vanaf 2040 wil Vlaanderen dat er vanaf dan geen extra open ruimte meer gebruikt wordt om te bouwen. Maar grote bijval kent het plan niet. Niet bij de bevolking en niet bij sommige politici. Vlak voor de krokusvakantie slaagde de Vlaamse regering er in de uitvoering van de betonstop tot na de verkiezingen van 26 mei uit te stellen.

De volledige betonstop is voorzien tegen 2040 maar zou volgens de studie ook vroeger kunnen. Het effect daarvan zou dan ook groter zijn. Het geld dat de Vlaamse overheid op die manier zou uitsparen ook.

Opbrengsten

Als we nu beginnen met een strenge en vervroegde betonstop zouden we volgens het Vito en de Vlaamse Overheid in totaal 1,7 miljard per jaar kunnen besparen omdat we minder uitgeven aan infrastructuur (387 miljoen per jaar), minder kosten hebben voor mobiliteit (1.140 miljoen per jaar) en besparen omdat we minder effecten hebben door verharding (241 miljoen per jaar).

Daar zullen we dan met zijn allen moeten aan meewerken. Dat betekent ook dat we onze woonwensen in de toekomst zullen moeten aanpassen.

(Lees voort onder de grafiek.)

De Vlaamse Confederatie Bouw laat in een reactie weten dat de studie de kosten voor verspreide bebouwing overdrijft. "Woningen zijn nu al compacter en worden gebouwd op kleinere percelen," zegt de bouwsector. De studie over de kosten van verspreid wonen, vindt u op de website van de Vlaamse Overheid. 

Meer uitleg over de gevolgen van verspreid wonen krijgt u in dit filmpje van de Vlaamse overheid: