21 vluchtelingenvrouwen vertellen hun verhaal in "The history of her story"

Een film en een boek. Dat is het resultaat van een samenwerking tussen de Vrouwenraad en 21 vrouwelijke vluchtelingen uit 15 verschillende landen. Het eerste verhaal is dat van Ursula Jaramillo uit Chili die 25 jaar geleden in België belandde, het laatste van Yamellyss Sanchez uit Venezuela. Zij woont hier pas anderhalf jaar. Hoewel elke vrouw  haar eigen specifieke bagage met zich meedraagt, loopt er een duidelijke rode draad doorheen de verhalen: met vallen en opstaan hebben ze uiteindelijk allemaal hun weg gevonden. Wij stellen drie van de dames uit "The history of her story" aan u voor. 

Alia Hebba (49) komt uit Irak en woont sinds 1997 in België. Vandaag werkt ze als sociale tolk en woont ze samen met haar man en drie zonen in Brasschaat in Antwerpen.  Ooit studeerde ze voor ingenieur, toen ze nog in Irak leefde. 

Na een lange reis vanuit Irak kwam ik samen met mijn man en zoontje van drie in het asielcentrum van Kapellen aan. De realiteit maakte dat wij leefden van dag tot dag. Vluchten is nooit een keuze maar een geforceerde situatie. Je bent alleen nog bezig met basisbehoeften en de kleine zaken van het leven. Dromen van een normaal gezinsleven was er niet bij. 

Mijn diploma van burgerlijk ingenieur bouwkunde werd gehomologeerd en zo kon ik als technisch tekenaar aan de slag. Toch was ik niet helemaal gelukkig met wat ik deed. Enkele jaren geleden ben ik beginnen te werken als vrijwilligster in het "buddyproject" van de Vrouwenraad. Ik heb toen ingezien dat ik alles nog moest verwerken en naar mezelf moest luisteren. Ik sta nu als "ervaringsdeskundige" vrouwelijke nieuwkomers met woord en daad bij en besef dat ik nu bruggen bouw tussen mensen in plaats van betonnen bruggen te tekenen.

Oude gewoonten loslaten en openstaan voor nieuwe gewoonten

Alia Hebba

Vorig jaar volgde ik een opleiding voor sociale tolk. Ik tolk nu voor verschillende organisaties en merk dat mijn achtergrond een grote meerwaarde is om de gevoelens van mensen op de juiste manier te vertalen. Taal is zoveel meer dan een communicatiemiddel, het weerspiegelt een hele cultuur. 

Svetlana Rysskina (46) werd geboren in Kaliningrad en studeerde rechten in Moskou. Achttien jaar geleden belandde ze na een relatief korte vluchtreis met haar man en zoontje  in Brussel.

Op zich duurde de reis niet zo lang, maar het was een vlucht van angst en het voelde aan als of er geen einde aan kwam. Op het ogenblik dat mijn zoontje op onze vluchtroute iets aan mij vroeg, heb ik mijn angst opzijgeschoven en mijn moederinstinct naar boven laten komen. Ons verblijf met de bedoeling hier een nieuw leven op te bouwen, was vol met ups en downs. Momenteel kan ik het zonder tranen vertellen, omdat ik het verwerkt heb. Ik kijk nu naar mijn verleden zoals ik zou luisteren naar het verhaal van iemand anders.

Ik heb thuis, samen met mijn buurvrouw, Nederlands geleerd. Via de gemeente kreeg ik een oud woordenboek Nederlands-Russisch. Uiteindelijk kon ik beter Nederlands dan mijn man die het op school geleerd had. Maar ik kende mijn niveau niet. Daarom ben ik bij de VDAB een taaltest gaan afleggen. Daar bleek dat ik op eigen kracht een hoog niveau bereikt had.

Ik stond voor een dilemma: doe ik iets met mijn Russisch rechtendiploma of zal ik opnieuw gaan studeren om gemakkelijker werk te vinden? Omdat ik mijn diploma’s om administratieve redenen niet kon laten erkennen, heb ik gekozen om mijn Nederlands te perfectioneren op een goede school. Maar de vraag bleef: wat ga ik studeren?

Iedereen heeft een kracht in zich die op de juiste manier naar buiten moet komen

Svetlana Rysskina

Na lang zoeken heb ik gekozen voor maatschappelijk werk, omdat ik in die richting al zes jaar veel vrijwilligerswerk had gedaan. Ondertussen was ik moeder van twee zonen. Ik begon als "oudere" vrouw samen met vijfendertig jonge studenten terug te studeren. Uiteindelijk zijn we na drie jaar met z’n negenen afgestudeerd. Ik als enige met onderscheiding, terwijl alle vakken toch in een andere taal dan mijn moedertaal gegeven werden.

Ik heb mijn stage mogen doen in het asielcentrum niet ver vanwaar ik woonde en ik voelde me daar als ervaringsdeskundige als een vis in het water. Ik was een voorbeeld voor zowel oude als jonge asielzoekers. Op 1 september 2009 ben ik daar officieel beginnen te werken en ik doe het nog steeds met hart en ziel.

Nozizwe Dube (23) kwam als veertienjarig meisje uit Zimbabwe in België via gezinshereniging. Ze woont samen met haar moeder in Tervuren en studeert rechten aan de KU Leuven. 

Mijn moeder was hier anderhalf jaar eerder aangekomen als vluchteling. Ik heb niet ervaren wat mijn moeder heeft meegemaakt, maar ze heeft me verteld dat het echt moeilijk was. We konden niet meer naar school gaan, omdat de leerkrachten niet betaald werden door de overheid. Ik besefte reeds op jonge leeftijd dat het fout en frustrerend was om gewoon thuis te zitten.

Toen ik in België aankwam, was mijn eerste vraag: ‘Wanneer kan ik naar school gaan?’. Ik had geen enkel idee dat Engels een taalobstakel zou zijn. Ik moest eerst Nederlands leren en pas daarna kon ik verder met school. Elke zondag ging ik naar de jeugdbeweging om de taal sneller onder de knie te krijgen en in de zomer ging ik naar het Chiro-kamp. Daardoor verbeterde mijn Nederlands enorm en mocht ik in september direct naar het tweede jaar secundair gaan, richting ASO.

Discriminatie gebeurt niet enkel bij volwassenen, ook bij kinderen komt het voor. Op het zomerkamp waren er een aantal kinderen die ik al kende, maar toch was het niet gemakkelijk om vrienden te maken. Ik leg de schuld niet bij de kinderen maar bij de ouders omdat ze van hen te horen kregen dat ze niet met mij mochten omgaan omwille van mijn huidskleur. Ik kwam vaak wenend thuis omdat niemand met me wilde spelen. Ik voelde me uitgesloten.

Voor mij betekent een vluchteling ‘veerkracht’,  iemand die nooit opgeeft en blijft hopen

Nozizwe Dube

De samenleving en het individu zijn allebei verantwoordelijk voor integratie. Voor mij is integratie zelf je leven vorm geven door de taal te leren of verder te studeren. Maar het is ook een samenspel tussen nieuwkomers en samenleving. Het volstaat niet dat een maatschappij enkel materiële hulp biedt. Er moet ook een warme sfeer gecreëerd worden.