Video player inladen...

Markante plekken: het kasteel van Loppem, een uniek neogotisch meesterwerk

In de reeks "Markante plekken" gaat onze fotograaf Alexander Dumarey elke week op zoek naar een opvallende plaats met een verhaal. Soms bekend, soms vergeten. Soms druk, soms verlaten. Maar allemaal hebben ze een boeiende geschiedenis. Vandaag: het kasteel van Loppem, bij Zedelgem.

In Loppem staat een opmerkelijk kasteel. De eerste bewoners waren diepgelovig en die vroomheid spat van het interieur af. Zo heeft de inkomhal de allures van een kerk en in bijna elke kamer staan heiligenbeelden. Het hele kasteel is een uniek neogotisch gesamtkunstwerk en één van de weinige intact bewaarde voorbeelden in België in die stijl.

In 1756 komt het oude pastoriegoed van Loppem te koop te staan. Familie de Potter hapt toe en bouwt er een neoclassicistisch zomerverblijf. Bijna 100 jaar later, in 1847, komt het goed door een erfenis in handen van Charles van Caloen en Savina de Gourcy Serainchamps. Van Caloen en zijn vrouw zijn diep gelovig. De classicistische stijl van het bestaande huis wordt als "liberaal" gezien en dat vinden ze maar niets. Ze willen het landhuis vervangen door een echt middeleeuws kasteel, in de meer christelijke gotische stijl. 

Ze schrijven in 1856 de Britse architect Edward Pugin aan voor het ontwerp. De bouw van het nieuwe kasteel gaat van start in 1858, maar van Caloen is niet tevreden met het werk van Pugin. Hij vraagt zijn vriend Jean-Baptiste Bethune het van Pugin over te nemen. Het kasteel van Loppem is de eerste grote opdracht van Bethune.

Bethune wordt tegenwoordig wel eens de vader van de Belgische neogotiek genoemd. Hij staat in 1861 mee aan de wieg van de Sint-Lucasschool in Gent, later volgen nog kunstscholen in onder meer Brussel en Luik. De scholen moeten een katholiek alternatief zijn voor de officiële kunstacademies. De focus ligt er op middeleeuwse ambachtelijke tradities en neogotische bouwstijl.

In 1859 gaan de werkzaamheden opnieuw van start, nu onder leiding van Bethune. Er wordt speciaal een baksteenmachine aangesleept om ter plaatse stenen te maken. Bethune neemt ook het ontwerp van het interieur, inclusief meubilair, voor zijn rekening. In 1863 is het kasteel af en neemt de familie het kasteel in gebruik als zomerverblijf.

Vanaf oktober 1914 wordt het kasteel ingenomen door de Duitsers. Na hun terugtrekken, neemt de koninklijke familie er op 24 oktober 1918  tijdelijk haar intrek. Een maand lang is het kasteel het hoofdkwartier van het pas bevrijde België. Koning Albert ontvangt er buitenlandse gasten zoals de Franse president Poincaré en de Japanse prins Yorihito.

Op 21 november wordt in Loppem een nieuwe regering gevormd onder Léon Delacroix. Het is de eerste regering van nationale eenheid, een waarin alle grote politieke partijen vertegenwoordigd zijn. Onder Delacroix worden onder meer enkelvoudig stemrecht voor mannen, syndicale vrijheid en gelijkheid van beide landstalen ingevoerd.

De laatste bewoner van het Kasteel, Jean van Caloen, beseft dat het kasteel als privéwoning geen toekomst heeft en brengt het samen met zijn zoon Roland in 1952 onder in een stichting. De stichting staat vanaf dan in voor het beheer van het park en het kasteel. In 1974 wordt het park opengesteld voor het publiek, het kasteel zelf volgt een jaar later. Vandaag ontvangt het kasteel zo’n 15.000 bezoekers per jaar, de helft daarvan komt uit het buitenland.

Volg onze fotograaf op Instagram en Facebook