HDW

Vereniging Artsensyndicaten: "Artsen houden wel degelijk rekening met de financiële mogelijkheden van de patiënten"

De Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) betwist dat betaalbare gezondheidszorg in het gedrang zou komen door de stijgende ereloonsupplementen bij een specialist of tandarts. Volgens voorzitter Marc Moens houden artsen wel degelijk rekening met de financiële toestand van de patiënten. 

Uit een studie van het socialistisch ziekenfonds blijkt dat de ereloonsupplementen die dokters aanrekenen aan patiënten die op raadpleging gaan in het ziekenhuis of in de privépraktijk in 1 jaar tijd met 15 procent zijn gestegen. Het gaat voornamelijk om artsen die niet werken volgens het tariefakkoord met de ziekenfondsen, de zogenoemde "niet-geconventioneerde" artsen. Volgens het ziekenfonds komt betaalbare gezondheidszorg voor minder begoede mensen daardoor in het gedrang.

Maar volgens BVAS-voorzitter Marc Moens is dat een foute voorstelling omdat het gaat om gemiddelde cijfers. "In principe gaan de mensen eerst naar de huisarts en de weinig begoede patiënten betalen daar 1 euro remgeld. Het is dan de huisarts die beslist of de patiënt verder moet verwezen worden naar een specialist. Bovendien houdt de specialist rekening met de financiële mogelijkheden van de patiënt."

Dat laatste is onder meer een kwestie van deontologie, stelt Moens. Daarnaast staat de specialist ook in contact met de huisarts van de patiënt, waarbij eventuele financiële bezorgdheden kunnen worden geuit.

Dat de ereloonsupplementen zo gestegen zijn, vindt dokter Moens ook begrijpelijk. "De duurte van het leven stijgt en de honoraria volgen niet in die mate. Als je een kwaliteitsvolle praktijk wil blijven uitbouwen, heb je extra inkomsten nodig. En vermits de terugbetaling niet verhoogt, vraagt men dat aan de patiënt."