(archieffoto) AFP or licensors

Waarom journalisten misschien helemaal niet links zijn

Het is een onuitroeibaar cliché: journalisten worden verondersteld “links” te zijn. De Universiteit Antwerpen onderzocht recent hoe Vlaamse politieke journalisten zichzelf positioneren in het politieke landschap. De universiteit concludeerde dat politieke journalisten zichzelf beschouwen als “centrum-links”, ook al zegt de universiteit er zelf bij dat het om “net links” van het centrum gaat. Is dat dan niet gewoon centrum?

Journalisten zijn misschien veeleer “centrum”

“Politieke journalisten plaatsen zichzelf in het centrum van het politieke landschap” had net zo goed een titel kunnen zijn. Als journalist weet je dat zo’n keuze veel uitmaakt voor hoe iets wordt gepercipieerd. De politieke journalisten uit het onderzoek scoren zichzelf een gemiddelde 4,32 op een schaal van nul tot tien waarbij nul links is en tien rechts.

Kennelijk zouden de onderzoekers alleen de conclusie “centrum” getrokken hebben, als de politieke journalisten erin zouden slagen om gemiddeld exact vijf te scoren. Daarmee schaffen de politieke wetenschappers het politieke centrum eigenlijk een beetje af, denk ik dan. Maar goed.

Cijfers hebben het voordeel van de duidelijkheid. 4,32 is 4,32 en niet 1 of 7. Maar er is over journalistiek natuurlijk ook een hele perceptieoorlog aan de gang. Centrum-links, klinkt dat - ondanks alle nuance van de wetenschappers - niet toch als socialistisch?

De gemiddelde score is flink rechts van de SP.A

Er zullen best wel mensen zijn voor wie “centrum-links” klinkt als SP.A. Dus bel ik even naar SP.A-voorzitter John Crombez. Waar zou u de SP.A positioneren op die as? Ik vraag het zonder de minste uitleg over waarom ik die vraag stel. John Crombez denkt niet lang na en zegt meteen “3”. De journalisten uit het onderzoek zijn dan behoorlijk rechtser dan de SP.A.

Zou 4,32 niet veeleer een soort ACV-score zijn? De christendemocratische vakbond staat toch ongeveer daar, wat links van het centrum toch? Hallo ACV-voorzitter Marc Leemans? Marc Leemans plaatst zijn organisatie zonder aarzelen op “4”. De journalisten uit het onderzoek zijn dus gemiddeld rechtser dan het ACV. Ben je dan nog wel centrum-links? Of ben je dan gewoon gemiddeld centrum? Het blijft overigens een gemiddelde. Je komt op 4,32 uit omdat politieke journalisten antwoorden geven die uitwaaieren van drie tot acht.

Geen tienen en geen nullen

Toch maken wetenschappers wel degelijk ook keuzes wanneer ze onderzoeksresultaten interpreteren. Door een heel scherpe lijn in het midden te trekken, gaat de discussie al heel gauw weer over de vraag of de gemiddelde score van politieke journalisten nét aan de ene of nét aan de andere kant valt.

Zelf denken de onderzoekers dat het politieke landschap naar rechts is verschoven en dat redacties die beweging langzaam volgen. Er zijn inderdaad voorzichtige indicaties dat politieke journalisten in hun zelfpositionering in de loop der jaren naar rechts schuiven.

Maar wat hoe dan ook wel opvalt, is dat heel weinig politieke journalisten zichzelf een score geven die linkser is dan 2 op tien, of rechtser dan 8 op tien. Als ik partijdigheidsklachten krijg, komen ze vaak van mensen die zichzelf wél zulke scores zouden toekennen en die zich niet “erkend” voelen in de berichtgeving.

Overigens, die gemiddelde zelfpositionering van politieke journalisten betekent nog helemaal niet dat journalisten hun “positie” laten doorschemeren in hun werk.

“U hebt elke voeling verloren”

Zulke mensen hebben overigens zelf vaak het idee dat iederéén in Vlaanderen op negen en tien zit, of op nul en één en dat VRT NWS dat niet begrijpt. Het fijne is dat de Universiteit Antwerpen ook die stelling heeft onderzocht.

De Universiteit Antwerpen onderzocht namelijk ook of journalisten de politieke positie van hun publiek juist kunnen inschatten. Dat gaf volgens de onderzoekers onder meer het resultaat dat De Morgen zijn publiek veel te links zou inschatten en Het Laatste Nieuws zijn publiek veel te rechts. De politieke journalisten van Knack, De Standaard, VRT NWS en VTM zouden veel beter inschatten wat de gemiddelde positie is van hun lezers, luisteraars en kijkers, namelijk lichtjes rechts van de imaginaire middenlijn, maar heel duidelijk ook in het centrum.

Heel wat politieke journalisten blijken wel degelijk een goede inschatting te kunnen maken van hun publiek. Al bleek uit het onderzoek ook dat politieke journalisten de antwoorden van de Vlamingen op een aantal stellingen nog als “te rechts” inschatten. (Te réchts dus, niet te links.)

Als u mij steunt, vind ik u onpartijdig

Het zou fijn zijn als partijdigheidsklachten over VRT kwamen van mensen die zelf uitblonken in onpartijdigheid, maar dat is nogal eens niet het geval. Nogal wat mensen die mij daarover contacteren, vragen eigenlijk gewoon dat VRT NWS hun uitgesproken mening over een bepaald onderwerp zou bevestigen. Dat is natuurlijk moeilijk voor omroepen met een onpartijdigheidsverplichting, zoals VTM en VRT. Maar ik lees zulke mails altijd heel aandachtig en ik probeer er toch altijd iets uit te leren.

Eén les is bijvoorbeeld dat partijdigheidsklachten - van wie ze ook komen - maar heel zelden gaan over de politieke verslaggeving van VRT NWS. Kennelijk wordt de politieke verslaggeving wel degelijk als onpartijdig ervaren.

Partijdigheidsklachten gaan vaak over interviews, waar de klager vrijwel onveranderlijk vindt dat de eigen partij te kritisch en alle andere niet kritisch genoeg werden geïnterviewd. (Heel af en toe heeft zo’n klager naar mijn oordeel ook echt gelijk en dan ga ik praten met de presentator.)

Maar partijdigheidsklachten gaan ook heel vaak over heel algemene onderwerpen. Je zou bijna kunnen zeggen dat geprotesteerd wordt tegen een bepaalde verteltrant, een bepaald narratief. 

Door de klachten heen proberen te kijken

Vaak genoeg wordt de ideologische soep wat minder heet gegeten. Als je dan door de clichés en stereotypen heen probeert te kijken, gaat het er eigenlijk over dat de journalist misschien al te makkelijk meegaat in het beleidsverhaal of in de grote principes.

De gewone man erkennen

Ten gronde gaat het er vaak over dat iemand erkend wil zien dat de superdiverse samenleving ook best wel een probleem kan zijn in een bepaald sociaal woonblok of een bepaalde wijk. Of dat een klas waar een heel divers publiek zit, inclusief kinderen met bijzondere noden, niet eenvoudig is om aan les te geven.

Soms knikt de presentator instemmend wanneer er nog maar eens gezegd wordt dat we met zijn allen meer het openbaar vervoer moeten nemen en dat autorijden moet worden ontmoedigd. Ik vind zelf ook dat de journalist dan iets vaker zou mogen antwoorden: “Wat zegt u dan aan die alleenstaande vader met twee kleine kinderen die eerst één kind naar de lagere school moet brengen, dan een ander kind naar de crèche en daarna op tijd op zijn werk moet raken? Welke bus gaat dat traject voor die mijnheer doen? En hij betaalt straks misschien ook rekeningrijden, terwijl hij helemaal geen keuze heeft."

Natuurlijk wil een journalist het beleid bespreken. Maar hij of zij moet dat ook altijd doen met de gewone Vlaming in het achterhoofd. En ja, ook met het concrete geval in het achterhoofd dat op de tekentafels van het beleid soms wat al te makkelijk opzij wordt geschoven.

In "De zevende dag" deed ombudsman Tim Pauwels gisteren eveneens zijn verhaal. Die beelden kan u hieronder bekijken:

Video player inladen ...