BELGA/DIRKX

De verkeersdrukte op sommige snelwegen in Limburg neemt sterker toe dan rond Antwerpen of Brussel: hoe komt dat?

Uit cijfers van het Vlaams Verkeerscentrum blijkt dat de verkeersdrukte op de E313 en E314 in Limburg in de afgelopen vijf jaar sterker is toegenomen dan in Vlaams-Brabant en in Antwerpen. De Limburgse snelwegen raken dus meer en meer verzadigd.

analyse
Hajo Beeckman
Hajo Beeckman is expert Verkeer bij VRT NWS.

Wie in de buurt van de verkeerswisselaar van Lummen komt, is het in de laatste jaren zeker opgevallen: de dagelijkse files worden er langer. Dat komt onder meer omdat het aantal auto’s, bestelwagens en vrachtwagens op de Limburgse snelwegen sneller toeneemt dan bijvoorbeeld rond Antwerpen en Brussel.

In 2013 reden er op een gemiddelde werkdag op de E313 van Hasselt naar Lummen 33.500 voertuigen, in 2018 waren dat er al bijna 40.000 (+15 %). Op de E313 van Herentals-West naar Massenhoven was dat slechts +2,5 %. Maar niet overal op de Limburgse E313 was de stijging zo uitgesproken: op de E313 tussen Diepenbeek en Hasselt steeg het verkeersvolume in dezelfde periode met 6,5 %. Ook een opvallend beeld op de E314: tussen Park-Midden-Limburg en Houthalen steeg het verkeersvolume met 11,5 %. Verderop in Vlaams-Brabant, van Aarschot tot Holsbeek, slechts met 5%.

In 2019 rijden er op sommige delen van de Limburgse snelwegen met 2 maal 2 rijstroken evenveel voertuigen als op gelijkaardige wegen in het centrum van het land. Soms gaat het om bijna 80.000 voertuigen per dag - beide richtingen samengeteld - en dat is echt wel het maximum dat een snelweg met die breedte aankan.

Waarom groeit het verkeer in Limburg sneller dan in het centrum van het land?

Het antwoord is eenvoudig: omdat er in de afgelopen jaren nog wat ruimte voor groei was. Verkeer is als water. Als er nog wat plaats is, dan stroomt het erheen. Nu de restruimte op sommige wegvakken bijna is ingenomen, verzadigen de Limburgse snelwegen steeds méér. Een snelweg is ‘verzadigd’ wanneer de weg 10 uur of meer per dag ‘vol is’. In Limburg gaat het vooral om de E314 tussen Lummen en Genk en de E313 tussen Hasselt en Beringen. Op die vakken is de kans reëel dat de wachttijden in de bestaande files langzaam aan zullen toenemen.

Het verkeer groeit sneller omdat er simpelweg nog ruimte voor groei was.

Niet alleen het personenverkeer groeit. Wat Limburg ook parten speelt, zijn de ontwikkelingen in de logistiek en de e-commerce. De provincie speelt een belangrijke rol maar is ook een transitzone in de vrachtbewegingen tussen onze bedrijven en havens enerzijds en Nederland en Duitsland anderzijds. Veel logistieke bedrijven uit het Antwerpse verschuiven trouwens nu al een deel van hun activiteiten naar het oosten van het land om de verwachte verkeersproblemen door de Oosterweelwerken rond Antwerpen voor te zijn.

foto Peter Hilz (C)

Worden de files in Limburg straks even lang als rond Antwerpen of Brussel?

Neen. Er zijn toch belangrijke verschillen tussen het centrum en het oosten van het land. De lange files naar en rond de twee grootste steden van het land zijn het resultaat van de grote stromen autopendelaars naar o.m. Mechelen, Brussel, Leuven en Antwerpen, waar nu eenmaal heel veel werkgelegenheid is. Veel pendelaars wonen in de regio en maken bv. in de ochtend gebruik van de opritten naar de snelwegen om naar het werk te rijden. Ze zijn met zoveel dat het daardoor bij uitstek aan die opritten zeer moeizaam gaat. En dat veroorzaakt bijkomende vertragingen op de snelweg. Bovendien zijn de ringwegen rond Antwerpen en Brussel al jaren oververzadigd. De ochtendfiles op de E313, E314 en E40 naar die ring slaan zo terug tot ver buiten de steden.

Pendelaars die regelmatig vanuit bv. de Voorkempen naar Antwerpen pendelen, zijn de file zodanig moe dat ze steeds vaker overstappen op de trein of (elektrische) fiets. Die trend wordt bevestigd door de reizigerscijfers van de NMBS en de Antwerpse Fietsbarometer. Mensen die toch met de auto blijven pendelen, zoeken o.m. naar alternatieven via de kleinere wegen. Daarover zijn weinig cijfers bekend maar veel pendelaars kunnen meespreken over de soms stevige problemen op die gewestwegen, bijvoorbeeld in de regio Leuven-Aarschot-Mechelen-Brussel. Als gevolg van die twee ontwikkelingen blijven de verkeersvolumes op de snelwegen in het centrum van het land ongeveer gelijk of groeien ze veel minder snel dan in Limburg.

De Limburgse files zullen dus verder groeien maar het tijdverlies in die files zal vooralsnog beperkt zijn. Daarom zal automobiliteit in Limburg in de volgende jaren relatief aantrekkelijk blijven en dus vermoedelijk nog bescheiden groeien. Ook al zullen pendelaars ook hier bijvoorbeeld steeds vaker overstappen op de fiets, al is het maar omdat het gezond is en omdat de overheid fiscale voordelen biedt.

Kunnen we de Limburgse files oplossen?

De Vlaamse overheid probeert de ergste knelpunten op te lossen door het verbreden van wegen. Zo is er sinds kort een extra rijstrook tussen Beringen en Lummen op de E313. Dat moet later een spitsstrook worden, die alleen ’s morgens en ’s avonds open is. Op de E314 werkt de wegbeheerder aan de aanleg van een echte derde rijstrook tussen Heusden-zolder en Lummen. En op het knooppunt van Lummen kwamen er niet zo lang geleden ook al aanpassingen.

Helpt dat? Jazeker. Zo schakel je de files voor een paar jaar uit. En zo vermijd je ook dat auto’s en vrachtwagens de files omzeilen via kleinere wegen. Dat is goed voor de mensen die langs die wegen wonen of er te voet of met de fiets langs willen.

Onderzoek toont aan dat 10% meer asfalt leidt tot 6 à 8% nieuw verkeer.

Maar specialisten zeggen dat we op langere termijn toch andere oplossingen moeten zoeken. Onderzoek toont aan dat 10% meer asfalt leidt tot 6 à 8% nieuw verkeer. Het Nederlandse Kennisinstituut voor Mobiliteit rekende nog een paar maanden geleden de plannen van de Rijksoverheid door: de voorziene 19 miljard euro aan investeringen in 1000 km extra rijstroken zou tot 2030 alsnog een toename van de reistijd op de snelwegen veroorzaken. Critici stellen dan ook: “Als je méér ruimte bouwt voor auto’s, dan krijg je méér auto’s.”

BELGA/ ERIC LALMAND