Het monster van het Meiserplein

Louis Van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: het zoveelste verkeersdrama in Brussel, de gevaarlijke kruispunten in de hoofdstad en de onverschilligheid van de politie.

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Ik kom nog maar zelden naar Brussel. Vijfendertig jaar pendelen tussen de hoofdstad en het noorden des lands hebben ruimschoots volstaan. Maar laatst heb ik mij nog eens naar ons nationale hellhole gewaagd. Ik had, zoals het een echt boerke van de buiten past, boterhammen meegenomen. Je weet maar nooit, nietwaar? 

De omgeving van het omroepgebouw van de VRT is nooit een prettige buurt geweest, omsingeld als ze is door autosnelwegen, toegangswegen, sluipwegen en eindeloze rijen geparkeerde wagens. De auto is er altijd heer en meester geweest. 

Voetgangers en fietsers hebben er nooit iets in de pap te brokkelen gehad. Het is nog erger geworden, dacht ik bij mezelf, toen ik in het spitsuur het vermaledijde Meiserplein naderde. 

Ik had een botsing met verkeersborden in het midden van het voetpad vermeden en half op het trottoir geparkeerde auto’s ontweken. Ik maak het heus niet dramatischer dan het was.

Het regende, dat ook nog.

Een miskleun

Het Meiserplein is geen plein, het is een gedrocht, een monsterlijke miskleun. Het staat model voor al wat er in Brussel met het verkeer foutloopt. Het is, al naargelang van het tijdstip, de eerste of laatste hinderpaal op de weg van de automobilist die naar zijn werk rijdt of naar huis wil. Het verkeer zit er altijd in de knoop.

Wat wil je ook. Er komen een dozijn straten op het Meiserplein uit, en nog niet van de minste. De Reyerslaan, de Rogierlaan, de Leopoldlaan, de Leuvensesteenweg, om er een paar te noemen. En om het helemaal onoverzichtelijk te maken wordt het bovengronds door twee tramlijnen doorsneden.

Je kan het plein  als voetganger uiteraard niet in één keer oversteken met al die zijstraten. Vroeger eiste ik daar, op de zebrapaden, met doodsverachting mijn recht als zwakke weggebruiker op. Met veel te veel doodsverachting eigenlijk. Dat doe ik niet meer. Ik loop zelfs niet meer automatisch over bij groen licht. Want dat telt in Brussel niet.

Een claxonnade

Het was vroeger al erg en het is nog erger geworden. Je hebt in Brussel géén rechten als voetganger. Je bent, net als dat vervelende rode licht, net als die klotetram, net als de verplichte rijrichting of het voorrangsbord, een hinderpaal die maar best genegeerd kan worden. 

Je ziet het ook aan de blikken van de mensen achter het stuur. Het is van ik-ik-ik-ik. Ik ben gehaast, ik heb lang in de file gestaan, ik heb een rotdag gehad op het werk en daar moet nu iedereen voor wijken/boeten.

Ooit zag ik aan het Meiserplein een opgefokte man met een baseballbat uit zijn auto springen. Hij stond op het zebrapad op groen licht te wachten en een andere – nog meer asociale automobilist – had zich op een of andere manier nog voor zijn auto gewrongen.

Het bleef bij geschreeuw en blikschade, die avond. De andere bestuurders bleven overigens achter hun stuur voor zich uit zitten staren en startten toen het licht op groen sprong een claxonnade omdat ze niet meer konden passeren. De claxon: het wapen van de gefrustreerde chauffeur.

De politie waakt

Vaak heb ik me afgevraagd waarom er op het Meiserplein niet meer politiecontrole is. Of gewoon stelselmatige controle. Een verkeersagent kan er op twee dagen tijd moeiteloos zijn hele jaarlijkse workload aan verkeersboetes uitschrijven. Die politieagenten zijn er, hoor. Ze zitten warm en droog in hun ergens opzij geparkeerde patrouillewagens en brengen de tijd door met gezellig kletsen. Ze worden niet graag gestoord tijdens hun bezigheden. 

Ik kon het die laatste keer in Brussel nog eens met eigen ogen vaststellen. Een jonge vrouw met een kind in een buggy en eentje aan de hand werd van het zebrapad getoeterd, ongeveer voor de ogen van vier agenten in twee politieauto’s. Toen de jonge vrouw verhaal ging halen bij de arm der wet, deed een van de agenten pas na veel aandringen en met een verveeld gezicht zijn autoraampje naar beneden.

Dát is het probleem van Brussel: de onverschilligheid.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.